Sport/Autosport
847720630
Autosport

F1-coureur trekt nog steeds profijt van de harde lessen van vader Jos

Interview Max Verstappen: ’Niets maakt mij nog nerveus’

Max en Jos Verstappen zijn al 22 jaar een twee-eenheid. Vroeger op de kartbaan zorgde dat weleens voor jaloerse blikken...

Max en Jos Verstappen zijn al 22 jaar een twee-eenheid. Vroeger op de kartbaan zorgde dat weleens voor jaloerse blikken...

Max Verstappen staat op Silverstone voor zijn 107e Grand Prix-weekeinde. Net zoveel als vader Jos. Het is een mijlpaal die beide Limburgers ter kennisgeving aannemen. Met veel meer enthousiasme vertelt de huidige topcoureur in de Formule 1 over de band met senior en de soms keiharde, maar faire leerschool. „Het randje opzoeken, dat vind ik niet meer dan normaal.”

Max en Jos Verstappen zijn al 22 jaar een twee-eenheid. Vroeger op de kartbaan zorgde dat weleens voor jaloerse blikken...

Max en Jos Verstappen zijn al 22 jaar een twee-eenheid. Vroeger op de kartbaan zorgde dat weleens voor jaloerse blikken...

Geregeld denkt Max Verstappen nog terug aan de lessen die hij heeft geleerd van zijn vader. Ook nu nog, in zijn zesde seizoen in de koningsklasse van de autosport. De succesvolste Nederlander is de coureur van Red Bull Racing al lang en breed. Inmiddels staat de teller op exact 1000 punten.

Gefronste wenkbrauwen

Natuurlijk zal er weleens met gefronste wenkbrauwen worden gekeken naar de manier waarop vader en zoon vroeger op de kartbanen samenwerkten. Met name door mensen buiten de (top)sport. Want het lijdend voorwerp, Verstappen zelf, kan zich geen betere opleiding voorstellen. Dat zegt veel, zo niet alles.

„Ik zal mijn vader altijd dankbaar zijn. Zonder hem had ik hier nu niet gezeten”, stelt Verstappen op het circuit van Silverstone, als het mondkapje in zijn motorhome even af kan. „Natuurlijk was het een harde leerschool, maar wel een goede. Wat mij betreft de beste. Ik denk dat het elke coureur zou helpen. Dat iedereen zo op zou moeten groeien. Het hielp mij nog meer dat mijn vader echt voor mij door het vuur ging. Omdat ik zijn zoon ben, uiteraard.”

Verstappen, hier in gevecht met Alexander Albon (r) en Pierre Gasly (l).

Verstappen, hier in gevecht met Alexander Albon (r) en Pierre Gasly (l).

Bekend is de anekdote dat Jos Verstappen na een kartwedstrijd in Italië een week lang niet met zijn zoon praat. Het is dan 2012, Max Verstappen is vijftien jaar. Wie zo’n verhaal hoort, denkt in eerste instantie misschien dat het wel erg ver gaat. Maar de populairste sportman van Nederland is juist met die voorvallen heel blij.

"Natuurlijk zaten er weleens dagen tussen dat ik dacht: dit is best wel hard"

„Weet je: ik vond het prima. En daar draait het om. Als mensen boos worden als ze zoiets horen, dan moeten ze dit verhaal misschien maar niet lezen”, zegt Verstappen junior. „Uiteindelijk gaat het erom wat wij ervan vinden, hoe ik ermee ben omgegaan. Natuurlijk zaten er weleens dagen tussen dat ik dacht: dit is best wel hard. Maar nu ben ik blij dat die dagen er zijn geweest. Dat heeft me zover gebracht. Niets of niemand kan mij nog van de wijs brengen. Ik heb zoveel dingen meegemaakt, vroeger al, dat niets mij nog nerveus maakt.”

Verstappen is nauwelijks uit z’n evenwicht te brengen. Hij gaat dit seizoen realistisch om met de hegemonie van Mercedes en loopt zichzelf niet voorbij. Als coureur in de Formule 1 ben je nu eenmaal zó afhankelijk van het beschikbare materiaal.

Materiaal dat de man in kwestie ook maar wat goed kent. Eveneens een direct gevolg van het opgroeien in de autosport. „Mijn vader zei me altijd dat ik geïnteresseerd moest zijn. Dat ik het karten niet moest zien als zomaar een spelletje. Ook andere jongens wilden winnen. Maar hoeveel heb je ervoor over om dat te bereiken? Toen ik klein was, waren er natuurlijk weleens momenten dat ik wilde rondspringen en gek wilde doen. Dat heb ik ook heus wel gedaan, maar misschien niet zo vaak als andere kinderen. Zoals ik op latere leeftijd weinig behoefte had om uit te gaan. Dat kwam helemaal niet in me op. Het scheelde ook dat mijn vrienden allemaal actief waren in het racen of karten.”

"Als de kart niet goed gepoetst was, dan moest ik het opnieuw doen"

Gevraagd naar een anekdote, antwoordt Verstappen direct: „Dan was ik er bijvoorbeeld bij als mijn vader een motor uit elkaar schroefde, tot ’s avonds laat. En hij vroeg me ook vaak of ik mijn eigen kart ging poetsen. Dan ging het niet om het poetsen alleen, maar ook dat ik zelf zou zien of er iets was afgebroken of gescheurd. Dat ik alle onderdelen goed zou controleren. En als-ie niet goed gepoetst was, dan maakte mijn vader hem weer vuil en moest ik het opnieuw doen. Het draait om details, je moet overal op letten. En natuurlijk keek mijn vader die kart later nog na, maar hij wilde dat ik het ook deed.”

Verstappen plukt anno 2020 nog steeds de vruchten van de harde lessen van vader Jos.

Verstappen plukt anno 2020 nog steeds de vruchten van de harde lessen van vader Jos.

De 22-jarige Limburger begrijpt dat het geen normaal leven is. Dat het niet voor iedereen is weggelegd. Hij rijdt al in zijn kart sinds zijn vierde, hoewel vader Jos eigenlijk wat langer wilde wachten. Maar de jonge Max was niet meer te houden.

Rechtdoorzee

„Om op die leerschool terug te komen. Sommige mensen kunnen er beter mee overweg dan anderen. Dat is logisch. Ik ben altijd aan het finetunen. Het is niet zo dat je op een dag wakker wordt en opeens het licht hebt gezien. Als coureur blijf je jezelf ontwikkelen. Niet alleen wat betreft snelheid op de baan, maar ook qua opbouw van een weekeinde bijvoorbeeld. Ik heb nooit druk gevoeld. Als het goed is dan is het goed, als het slecht is dan is het slecht. Mijn vader is ook zo rechtdoorzee. Hij zei nooit: ’Je moet en zal nu winnen.’ Nee, ik moest mijn best doen en er alles voor over hebben. Daar draait het om. Als ik dat had gedaan en het leidde tot een tweede plek, dan was dat zo.”

Het is een karaktereigenschap waar Verstappen nu ook weer veel aan heeft, in een seizoen waarin één team het beter voor elkaar heeft dan Red Bull Racing. En hoewel zijn vader door de strikte coronamaatregelen niet in de paddock, maar thuis vanaf de bank meekijkt, is de band misschien wel hechter dan ooit. „We praten elke dag met elkaar, over van alles en nog wat. Over de dingen die ik doe, maar ook over de set-up van de auto. Ik zie hem als vader en als vriend. Zo heb ik hem altijd gezien. En dat zal altijd zo blijven. Vader, vriend en een heel goede coach.”