Sport/Voetbal

Beslissing over kunstgras in Eredivisie laat op zich wachten

De ambitie om kunstgras uit de Eredivisie te verbannen staat nog steeds recht overeind.

De ambitie om kunstgras uit de Eredivisie te verbannen staat nog steeds recht overeind.

Foto Hollandse Hoogte

De Eredivisie-clubs zijn er nog altijd niet in geslaagd de gordiaanse knoop van de ’veranderagenda’ te ontwarren.

De ambitie om kunstgras uit de Eredivisie te verbannen staat nog steeds recht overeind.

De ambitie om kunstgras uit de Eredivisie te verbannen staat nog steeds recht overeind.

Foto Hollandse Hoogte

Aanvankelijk was het de bedoeling om deze week tot een doorbraak te komen over de toekomst van het Nederlandse clubvoetbal. Na overleg in Zeist zijn de achttien Eredivisie-clubs maandag echter tot de conclusie gekomen dat er meer tijd nodig is en dat er een zogenaamde 'verdiepingsslag' moet worden gemaakt om bij de najaarsvergadering betaald voetbal tot besluiten te kunnen komen.

Om dan wel spijkers met koppen te slaan, willen de Eredivisie-clubs een extern bureau in de arm nemen. De onafhankelijke positie van een dergelijk bureau en de expertise op het vlak van zulke complexe processen moet de komende tijd het verschil maken in het onderhandelingsproces, waarin de Eredivisie-clubs over hun eigen schaduw heen zullen moeten stappen.

De speciale werkgroep ’veranderagenda’, waarin Edwin van der Sar (algemeen directeur van Ajax) namens de topclubs, Hans Nijland (algemeen directeur van FC Groningen) namens de middengroep en Adriaan Visser (voorzitter PEC Zwolle) namens het rechterrijtje zitting hadden, heeft uiteindelijk ondanks al hun inspanningen het ingewikkelde vraagstuk niet op kunnen lossen.

In de ’veranderagenda’ zijn meerdere belangrijke vraagstukken en uitdagingen waar het betaald voetbal voor staat samengebracht zoals de competitie-opzet, de verdeling van het tv-geld en de omgang met kunstgras. Het idee is om zoals bij coalitie-onderhandelingen in de politiek gebeurt door een uitruil van belangen en wensen tot een voor iedereen acceptabel totaalakkoord te komen.

Dat is echter na maandenlang overleg nog altijd niet binnen handbereik. Alleen op het onderwerp kunstgras leek consensus haalbaar, maar de Eredivisie-clubs hebben besloten dat vraagstuk toch niet uit de ’veranderagenda’ te lichten. Na de studiereis van vijftien clubdirecteuren langs Europese bonden en clubs, waarbij informeel overleg werd gevoerd, leek vorige week een doorbraak aanstaande over een verbanning van kunstgras uit de Eredivisie met ingang van het seizoen 2020/2021. Die ambitie staat nog steeds recht overeind, maar een definitief besluit erover zal deze week op de algemene vergadering betaald voetbal niet worden genomen. Zoals het in maart ook al fout ging. De clubs hopen nu op de najaarsvergadering eind 2018 een allesomvattend akkoord te kunnen bereiken. Dan rest er volgens de Eredivisie-clubs met een overgangsseizoen (2019-2020) nog voldoende tijd om de nieuwe plannen vanaf medio 2020 uit te voeren en in een nieuwe competitie-opzet definitief over te stappen op natuurgras. Bereiken de clubs eind 2018 geen overeenstemming dan zijn partijen bereid het dossier natuurgras alsnog uit de veranderingsagenda te schrappen en toe te passen.

Saillant in het hele proces rond de ’veranderagenda’ is dat met ingang van 1 juli de Eredivisie CV een wisseling van de wacht krijgt met de entree van Fortuna Sittard, De Graafschap en FC Emmen en het vertrek van FC Twente, Sparta en Roda JC, wat ook weer van invloed zal zijn op het toch al stroperige besluitvormingsproces rond de ’veranderagenda’.