Nieuws/Vrij

<p><strong>Filmrecensie: ’Chips’</strong></p>

Motormuizen tegen de misdaad

De energie van Dax Shepard en Michael Peña maakt veel goed.

De energie van Dax Shepard en Michael Peña maakt veel goed.

Charlie’s Angels, The A-Team, 21 Jump Street, Miami Vice: bioscoopversies van populaire oude tv-series zijn tegenwoordig geen zeldzaamheid meer. Voordat we deze zomer Baywatch op groot doek kunnen zien, is er eerst nog Chips, gebaseerd op de gelijknamige reeks uit de jaren 70.

De energie van Dax Shepard en Michael Peña maakt veel goed.

De energie van Dax Shepard en Michael Peña maakt veel goed.

Schrijver, regisseur en hoofdrolspeler Dax Shepard heeft de campy serie naar de moderne tijd getrokken, maar wel de basis intact gelaten. Een mix van actie en humor rondom dienders Ponch en Baker, die langs de Californische snelwegen misdaden oplossen. Ponch is in dit geval een wilde FBI-agent die undercover gaat bij de California Highway Patrol, waar hij wordt gekoppeld aan Baker, motorfanaat en het braafste jongetje van de klas. Terwijl de een onderzoek wil doen naar een schimmige corruptiezaak, is de ander vooral gebrand op bonnetjes uitschrijven.

Die doorsnee ’buddycop’-formule van tegenpolen die tegen wil en dank elkaars partner worden, levert best een vermakelijke zit op, ondanks een overdaad aan puberale seksgrapjes.

Chips had sowieso meer scherpe humor kunnen gebruiken, want er gaat nu te veel tijd verloren aan stukjes doodgewone politiethriller. Maar dat wordt goedgemaakt door de energie van de twee hoofdrolspelers.

Vooral Michael Peña, bekend van serieuzer actiewerk in o.a. End of watch en Fury, bewijst dat hij ook prima met komedie overweg kan.

Fabian Melchers