Nieuws/Vrij

Filmrecensie: ’De premier’

Gedwongen sluipmoord

Op het eind verliest ’De premier’ alle geloofwaardigheid.

Op het eind verliest ’De premier’ alle geloofwaardigheid.

Als politicus zijn lastige dilemma’s dagelijkse kost, maar Belgisch premier Michel Devreese (gespeeld door Koen De Bouw) krijgt het wel heel zwaar voor de kiezen. Als hij de Amerikaanse president niet vermoordt, gaan zijn ontvoerde vrouw en kinderen eraan.

Op het eind verliest ’De premier’ alle geloofwaardigheid.

Op het eind verliest ’De premier’ alle geloofwaardigheid.

Stiekem hulp inschakelen lijkt uitgesloten in De premier. Michel wordt in een stevige houdgreep gehouden door een geraffineerde misdaadorganisatie.

Soms wel een beetje overdreven, maar ook intens dankzij de lekker psychopathische rol van Stijn van Opstal, die als Michels vervangende chauffeur met een nare grijns de touwtjes stevig in handen houdt.

Maar die algehele controle keert zich in het laatste half uur tegen de Vlaamse succesfilmer Erik van Looy (De zaak Alzheimer, Loft). Om het verhaal richting een afgerond einde te sturen, moeten er te veel opzichtige bedenksels doorheen worden geduwd. De vergezochte uitleg van de schurk is nog niet eens het ergste. Michels kansen die 180 graden keren doordat hij uit het niets nieuwe dingen blijkt te weten; dat wordt gewoon echt even te gek.

Fabian Melchers