Nieuws/Vrij
1376024
Vrij

Interview

Multitalent Thomas Acda kan alles aanpakken

Thomas Acda

Thomas Acda

Thomas Acda

Thomas Acda

Hij is een garantie voor succes, hij speelt een kansarme melkboer. Toch gaan de twee naadloos in elkaar over. Thomas Acda ís sloeber Tevje, de hoofdpersoon in de musical ’Fiddler on the roof’. Liedjesschrijver, zanger, acteur, regisseur. Gedragen door een wolk van voorspoed, maar met de poten nog altijd in het bluswater.

Terwijl hij in de kleedkamer van het DeLaMar-theater zijn baard kamt, valt z’n oog op een overhemd dat scheef hangt. Hij loopt erheen, trekt het recht. „Voor je het weet, zit er een rare schouder in die bloes en moet ik weer gaan staan strijken. Deed ik vaak, voor optredens, bij Acda & De Munnik zelfs voor de hele band, ook als concentratie-oefening. Tot onderbroeken en sokken aan toe. Geen onbedoelde kreukels en vouwen op het podium alsjeblieft.”

Controlefreak.

„Absoluut.”

Dan heb je in de hang naar perfectie nogal wat te doen, in zijn geval. Als liedjesschrijver. Als zanger. Als acteur. Als romanschrijver. Als regisseur.

Ook nu, zaterdagavond, draait het in dit Amsterdamse theater om hem. Thomas Acda, hoofdrolspeler, Tevje in Fiddler on the roof.

Prettig voor de regisseur, zo’n perfectionistische acteur die het zelf allemaal zo goed weet...

Strijdbare blik. „Het cynisme zij u vergeven. Een acteur die ook regisseert, is inderdaad een zegen voor de regisseur. Je bent niet eigenwijs meer, houdt je mond, want je weet hoe het is om met acteurs te werken en wat voor zeikerds het kunnen zijn. Dat gedrag is logisch, want ze moeten toch ergens hun emoties vandaan halen. Eigenlijk zou iedere regisseur tegen een lastige acteur moeten zeggen: ga jij maar een tijdje op mijn stoel zitten, met je grote waffel.”

Waarom dan zelf regisseur willen zijn?

„De regisseur is de spin in het web. Soms is het prettig om alles te kunnen bepalen. Om later als acteur weer te doen wat je wordt gevraagd.”

Getwijfeld over de rol van Tevje?

„Nee. Het stuk staat me aan en ik zag dat het een ideale springplank is om weer te kunnen landen in het theater. Begon dat wereldje, toch de bron van mijn vak, te missen. Toen we als duo uit elkaar gingen, liet Paul (De Munnik, red.) meteen doorschemeren dat hij per se als eerste met een soloprogramma het theater in wilde. Ik dacht: ’Doe maar lekker, ik ga niet eens het wedstrijdje met je aan’. Nu was voor mij de tijd rijp.”

Hij kijkt op de aantekeningen van de verslaggever.

„De Rijp, dat klopt dus al niet. Ben daar niet geboren, hoe stellig anderen ook het tegendeel menen te moeten beweren. Maar ik vind het niet erg. Ik kom toch echt uit Amsterdam-Noord, wat niet wegneemt dat ik er trots op ben in De Rijp te zijn opgegroeid. Het dorp was nog niet af toen wij er gingen wonen, dus wij kinderen konden crossen wat we wilden.”

Lees het hele interview met Thomas Acda in VRIJ, de zaterdagbijlage van De Telegraaf, of online (premium).