Vrij/Reizen

Sturen

Italië op z’n best

Robert van Weperen

In ’Sturen’ aandacht voor de mooiste vaar-, auto- en fietsroutes. Dit keer fietsen we langs de mooiste plekjes van Umbrië.

Robert van Weperen

Kent u die Bertolli-reclame met die enorme familie die gezellig buiten aan een lange tafel zit te eten? Dat is altijd een vurige wens van mij geweest. Ik kreeg het voor elkaar in een streek van Italië die zo Italiaans is als praten met je handen: Umbrië. Kampioen zacht glooiende heuvels, wijn- en olijfgaarden. Bevolkt door supersympathieke Italianen die hun kookkunsten en gastvrijheid als vanzelfsprekend met je delen.

Dat laatste geldt zeker voor onze privé-chauffeur Maurizio. In zijn zwarte bolide snelt hij ons van etappe naar etappe. Ondertussen vertelt hij gloedvol over de geschiedenis en cultuur van zijn Umbria. In helder Engels, waarbij hij consequent elk woord in een klinker laat eindigen. Maurizio spreekt niet, maar zingt Engels.

Hij brengt ons naar het middeleeuwse Perugia dat we per gehuurde e-bike verkennen. Want de klinkerstraten klimmen zo steil dat we anders geen adem zouden overhouden om ons aan de Etruskische en Romaanse bouwwerken te vergapen. Extra indruk maakt het onderaardse gangenstelsel van de Rocca Paolina. Een schuilplaats die herinnert aan de pausen die de inwoners van Perugia meedogenloos tiranniseerden.

Daags erna knallen we per mountainbike over de onverharde oevers van de Nera-rivier. Van de Marmeren Watervallen tot aan Sant’Anatolia di Narco. Dertig kilometer rust en ruimte en af en toe een piepklein dorpje waar we een espressootje pakken. Grote verrassing is het bezoek aan Zaffrano e dintori. Een agriturismo met een giga-kruidentuin. De sierlijke Marta vertelt over hun saffraanteelt. Het rode goud, net zo kostbaar als het gele, door het vele handwerk in de ochtenddauw.

Het liefst waren we altijd gebleven, maar Assisi, Spoleto en Bevagna wachten. Millennia-oude stadjes waar we bepaald niet de eerste toeristen zijn. Het is tenslotte Italië op haar best. De aandacht voor het detail – of het nou om monumentale architectuur of een piepklein balkonnetje vol bloemetjes gaat – laat ons bijkans zweven. En anders de smaak van de ’strangozzi al tartufo’ wel. Truffels, de trots van Umbrië.

Nog iets meer genieten wij van de tocht door de vallei Valle Umbra. Langs onafzienbare velden cipressen, zonnebloemen en wijndruiven. Enkele hoeves verraden grote welvaart. In Montefalco dat ook door de Giro werd aangedaan, klinken we met wijnboer Antonelli op onze Dumoulin en zijn aanstaande oogst.

Na 40 kilometer fietsen krijgen we een plekje aan die ene lange tafel waar ik zolang naar heb uitgekeken. De ogenschijnlijke eenvoud waarmee kokkin Eliana van hotel Viole haar bruschettas, salades en pasta bereidt, slaat alles. Niet met sausjes uit een reclamezakje, maar alles vers van de mercato en gewoon uit eigen tuin.

Koolhydraten gaan er wel in na zo’n fietstocht. Voor de spaghetti gebruik ik óók een lepel – een misdaad tegen de Italiaanse etiquette. Gelukkig ziet iedereen mijn vergrijp liefdevol door de vingers. Bella Italia, bellissima Umbria.

Eten en slapen

Assisi Ideaal centraal: hotelviole.it

Castel San Felice, puur en eerlijk: Agriturismo zafferanoedintorni.it.

Bevagna, Antiche Sere.

Met anarchokok Luigi.

Doen

Info: meravigliosaumbria.com

Fietshuur en gids: ecobikeitalia.it, zafferanoedintorni.it, giralumbria.it.

Fietsreis Umbrië: sawadee.nl