Vrij/Reizen

Tussen de Russen in Dresden

Door Pieter Waterdrinker

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, New York en Londen over wat hen opvalt. Deze keer Pieter Waterdrinker, correspondent in Moskou.

Tijdens een driedaags verblijf rond oud en nieuw in Dresden en Weimar, steden die ik u overigens van harte kan aanbevelen, viel me weer eens op hoezeer Europa meer is dan alleen de dagelijkse stroom van (onheils)tijdingen uit Brussel.

Het oude Europa is vooral cultuur, een samenballing van waarden, bron van de Verlichting, het geloof in een betere, mooiere en rechtvaardiger wereld die door de demonen van deze tijd – nationalisme, consumentisme, egoïsme, naast de niet te ontkennen stroom van migranten en terreuraanslagen – onder druk staan.

Europa was en is vooral dit: de mensen die er leven, kinderen krijgen, muziek maken, boeken schrijven, bedrijfjes oprichten, kortom: van hen die de nieuwe geschiedenis maken.

Een van de vitale krachten voor het aangaan van het Europese project kwam voort uit de volgende wetenschap: dit nooit meer. Nooit meer oorlog tussen de landen op het oude continent dat in 1914 en in 1940 niet alleen voor de poorten van de hel heeft gestaan, maar er zingend met vaandels is ingegaan.

Op slechts weinig plekken worden de verschrikkingen van oorlog zo pijnlijk helder als in Dresden, het Florence aan de Elbe dat in februari 1945 door brand- en brisantbommen vrijwel geheel in puin werd gelegd. De vuurzee was zo hevig dat velen van de 25.000 doden als papier in de vlammen werden gezogen.

Het hemelse silhouet van Dresden, met de Semper Opera, het Zwinger paleis en de Frauenkirche is goeddeels weer hersteld. Toen ik er rondliep, moest ik denken aan Boudewijn Büch die hier midden jaren 90 was voor een tv-opname, op een moment dat er nog D-Marken werden ingezameld voor de herrijzenis van de Frauenkirche. De herbouw van, volgens sommigen, het fraaiste godshuis op aarde werd in 2005 voltooid.

Nu wemelde het er, behalve van de Duitsers, vooral van de Russen. Niet van de Russen die velen van u gewend zijn aan te treffen op vakantie: onbehouwen, voordringend bij de dampende buffetten in Turkse, Egyptische en Spaanse all-inclusive resorts. Maar Russen van beschaving, met kennis, boeken onder hun oksels meetorsend. En vooral met een ontwapenende interesse.

Nog altijd is de kennis van Russen over Europa grosso modo onvergelijkelijk veel groter dan andersom.

„Ik was hier in de jaren 70 in de DDR gelegerd als soldaat”, vertelde de gepensioneerde archivaris Igor uit Moskou me. „Hitler heeft ons land in de oorlog vernietigd, miljoenen doden gemaakt, maar mijn bewondering voor de Duitse cultuur en manier van leven blijft onveranderd hoog.”

Hoe anders is dat bij ons. Duits wordt op de Nederlandse scholen amper nog onderwezen. Wie op een feestje in Amsterdam Goethe, Schiller of Thomas Mann citeert, wordt gezien als een aansteller. Een snob. Terwijl veel van de door de Duitsers in puin gelegde Russische steden weer in hun oorspronkelijke staat werden opgebouwd – zoals de paleizen buiten Sint-Petersburg – ging men in Rotterdam, Arnhem en Nijmegen over tot snelle nieuwbouw.

Volkomen begrijpelijk, gezien de noden van die tijd. Maar volgens veel Russen zegt het tevens dit: dat Nederlanders materialistischer zijn dan de Russen, meer gericht op handel, op geld. Dat cultuur gewoon minder telt. En dat ook de Duitsers het in dit opzicht vele malen beter doen.

Correspondent Moskou