Nieuws/Vrij

Spijt

’Ik stak chef mes in rug’

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

Ik beloofde mijn chef te steunen toen hij op mogelijke malversaties stuitte. Maar toen de directie mij bij zich riep, werd ik bang en verried ik hem. Mijn chef vloog eruit en ik mocht hem opvolgen.

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

Net zoals onze chef naar zijn pensioen snakte, verlangden wij vurig naar een ander regime op de boekhouding en administratie. Want chef was knorrig en grillig. De ene dag maakte hij een uitgebreid praatje met je, de volgende dag vond hij het niet eens nodig dat je naar de wc liep, want wérken moesten we.

Na tien jaar op die afdeling vond ik dat ik de beste papieren had om hem op te volgen dankzij mijn expertise en het feit dat ik soepel in de omgang ben. Ik aasde op de salarisverhoging die daarmee gepaard zou gaan. Maar tot ons aller chagrijn trokken de hogere heren iemand van buiten aan.

Na Peters komst stopten we met mopperen. Hij was een goedmoedige man met kennis van zaken die ons tenminste niet op de huid zat.

Hoewel ik baalde dat ik dat extra geld was misgelopen, merkte ik dat ik met meer plezier naar mijn werk ging. Ik vond het niet eens zo erg dat ik hem moest inwerken.

Een van de ’tradities’ van ons concern – we spreken jaren tachtig – was dat er nogal met bedragen werd gegoocheld. Af en toe werden flinke sommen geld in de verschillende divisies rondgepompt. Om budgetten te flatteren, vermoed ik.

Dat geld kwam altijd weer terug, dus niemand knipperde met zijn ogen. Zelfs niet onze oude chef die normaliter streng in de leer was. Creatief boekhouden, noemde hij het. Maar misschien had hij opdracht van hogerhand, wie zal het zeggen.

Ik vond het niet mijn taak om Peter over die praktijken te informeren. Als leidinggevende zou hij daar trouwens snel genoeg achter komen.

Hij begon inderdaad vragen te stellen en ik haalde mijn schouders op. Zo gaat dat nu eenmaal hier, zei ik. Ik vertelde dat de bewuste bedragen altijd keurig netjes werden teruggeboekt.

Peter kon het niet loslaten. Op mijn vrije dag belde hij me op, fluisterend: „Ik denk toch dat er iets niet klopt.”

De volgende dag vertelde hij dat hij dieper in de boeken was gedoken. Hij wist me te overtuigen dat er meer aan de hand was. „Ik ga dit aankaarten. Kan ik op je rekenen?”

Wat moest ik? Als ik nee zei, hoefde ik nooit meer iets van hem te verwachten. Maar als ik ja zei, lag ik eruit bij de hogere heren. Dus ik knikte maar wat. Eerst eens kijken waartoe het zou leiden.

Tja, toen kreeg ik die dwingende uitnodiging om bij de directie te komen. Peter was daar al geweest en kwam terug met een rood hoofd. „Je steunt me toch?!”

Ik dacht dat ik alleen een gesprek met de directeur zou hebben en had me voorgenomen om vaag te mompelen dat het gegoochel met geld ’een beetje gek’ was. Zo hield ik me op de vlakte maar viel ik Peter niet af.

Ik trof echter een panel van driedelige pakken en de sfeer was behoorlijk intimiderend. Plotseling wist ik van niets. Ik beweerde zelfs dat Peter spoken zag. Ik had al spijt terwijl de woorden uit mijn mond vlogen.

Binnen de kortste keren was Peter verdwenen. Zijn baan werd mij aangeboden. Dat heb ik een paar jaar volgehouden, maar extra salaris woog niet op tegen mijn schuldgevoel dat ik die positie ten koste van mijn chef had veroverd. Schrale troost was dat die functie een springplank naar een ander bedrijf bleek.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Lees meer over