Nieuws/Vrij

René Steenhorst

Busje komt… niet!

Al ruim een uur wacht de jongen in zijn rolstoel op het busje dat maar niet komt, winddicht gekleed op het aanstaande vertrek. Allang had hij op de ’dagbesteding’ moeten zijn.

In de huiskamer bij zijn ouders is het warm, de winterjas met pluizige bontkraag is eigenlijk te veel nu. „Maar weer uittrekken doe je niet onmiddellijk”, zegt zijn moeder, „want het busje kan zomaar ineens voor de deur staan, toch?”

Opnieuw verstrijkt een kwartier, maar het achtpersoonsbusje is nog altijd niet in beeld. „Bus... bús...!” roept de ernstige spastische jongen nu, steeds onrustiger in huis rondrijdend, wild heen en weer bewegend, tegen de rugleuning van zijn rolstoel bonkend, nu schreeuwend. Via zijn slaapkamerraam op de drempelloze begane grond tuurt de twaalfjarige bijna obsessief naar de straat. Hij krijgt een epileptische aanval van de spanning – en minuten later nog een.

In huis groeit de wrevel over de zoveelste keer dat het taxibedrijf het laat afweten. „Zo gaat het regelmatig”, zegt de moeder, „Ik bel bij herhaling, check of ze komen, ik doe er alles aan om het vervoer zou soepel mogelijk te laten verlopen. Zonder tijdverlies voor hen. Wilfried zit klaar om zó te kunnen worden ingeladen.”

„Te vaak gaat het mis, niet alleen bij ons. Dan is er ook regelmatig een onbekende chauffeur die niet weet hoe een rolstoel veilig moet worden vastgezet, omdat hij zegt dit werk nooit te doen.”

Vaste tijden, herkenbare gezichten en omstandigheden met zo min mogelijk prikkels. Het zijn belangrijke voorwaarden voor kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke handicap.

Afwijkingen in die regelmaat leiden dikwijls tot rusteloze, opgejaagde reacties en soms tot paniek of epileptische aanvallen. Dat is precies wat er al jarenlang schort aan het vervoer van ’mindervaliden met een verstandelijke beperking’ of ’mensen met mogelijkheden’, zoals dat omzichtig heet.

Veel taxibusjes waarin soms zes tot acht gehandicapten zitten, komen vaak niet op tijd, vergeten cliënten op te halen en rijden soms met niet-gekwalificeerde chauffeurs. Ouders staan voor het dilemma: je kind meegeven of het toch maar zelf brengen?

Directeur Illya Soffer van Ieder(in), landelijk netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte, zei onlangs bij Radar: „Het gaat hier om een heel kwetsbare groep mensen, die mág je niet laten wachten…”

Het gehandicaptenvervoer blijkt dikwijls rommelig georganiseerd, er wordt op los geïmproviseerd. Ze zijn amper getraind in de omgang met verstandelijk gehandicapten. Voor hen is het niet meer dan ’een ritje’ dat voor het bedrijf ook nog eens minder geld in het laatje brengt, dus niet aanmoedigt.

De moeder zucht, de vader is geërgerd. Beiden zijn bezorgd. „Ik zal maar weer eens een klacht indienen”, zegt zij, „Daar nemen ze dan zogenaamd kennis van, maar doen er vervolgens niets mee”, weet hij.

Mail: r.steenhorst@telegraaf.nl

Twitter @ReneSteenhorst

Bekijk meer van