Vrij/Reizen

Reizen

Thuis op Cuba

De straten van Havana kenmerken zich door oude koloniale gebouwen en felgekleurde Amerikaanse bolides.

De straten van Havana kenmerken zich door oude koloniale gebouwen en felgekleurde Amerikaanse bolides.

Kamran Ullah

Voor het eerst in zestig jaar is in Cuba geen Castro meer aan de macht. Het land is toegankelijker dan ooit: de ’casa particulares’ (b&b’s) zijn schoon, de taxi’s betrouwbaar en het eten gevarieerder. Toch is het verleden nooit ver weg.

De straten van Havana kenmerken zich door oude koloniale gebouwen en felgekleurde Amerikaanse bolides.

De straten van Havana kenmerken zich door oude koloniale gebouwen en felgekleurde Amerikaanse bolides.

Kamran Ullah

Het zweet gutst van de voorhoofden. Maar zodra de Buena Vista Social Club-achtige klanken van de liveband klinken, beginnen de heupen weer te wiegen in de straten van Trinidad. Af en toe een slokje van de meegebrachte rum en weer door. Zo gaat het al uren. De rimpels en grijze haren verraden de leeftijd van de groep Cubanen in de straten van het koloniale plaatsje. Een generatie die de opkomst van Fidel Castro en de communistische partij nog heeft meegemaakt.

De lokale bevolking is arm; de economie van Cuba bevindt zich al tijden in zwaar weer. Toch is dat deze bewoners niet aan te zien. Op zondagen komen ze bijeen in het historische centrum van Trinidad die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Het hart wordt gekenmerkt door statige gebouwen uit de 18e en 19e eeuw. Gebouwd voor en door rijke families die hun geld verdienden met suikerriet verbouwen. Tussen de fleurig gekleurde gebouwen worden toeristen die zich aan de stokoude mannen en de dansende dames in zwierige jurkjes vergapen, uitgenodigd om – vaak wat stijfjes – mee te swingen.

Het is een voorbeeld van de hartelijkheid van de Cubanen. Vrijwel iedereen opent letterlijk zijn deuren voor anderen. Het concept van een casa particular, een soort bed & breakfast, bestaat allang op het Caribische eiland en is een belangrijke extra bron van inkomsten. Vroeger betekende dit vaak dat het gezin des huizes de slaapkamer vrijmaakte voor de gasten en zelf in een bijkamertje bivakkeerde.

Tegenwoordig hoeft dat laatste niet meer. Een of meerdere kamers in het huis zijn permanent beschikbaar voor de verhuur. Zo schoon mogelijk. Want hoewel de internetverbindingen in Cuba vaak prehistorisch zijn, zit ook hier niemand op negatieve online beoordelingen te wachten. Schoon beddengoed, frisse handdoeken en een vers ontbijt met fruit en een gebakken ei zijn, in tegenstelling tot de staatshotels, in elke casa particular gemeengoed.

Wij boeken ons eerste onderkomen vanuit huis: Casa Peregrino in Havana. Het contact met eigenaren Elsa en Julio loopt via de mail. Huiverig maak ik het geld over via een Cubaanse geldtransfer-site waarvan ik nog nooit heb gehoord. Een paar uur later heb ik bericht: mijn reservering is bevestigd. Elsa regelt ook nog een taxi die ons van de luchthaven naar het oude centrum van Havana brengt.

Het cliché over deze stad wordt direct bevestigd; het is een stad met twee gezichten. De prachtige gevels geven kleur, de vervallen huizen daarachter tonen de grauwe werkelijkheid waarmee de bevolking te maken heeft. De staatsrestaurants schotelen smakeloze gerechten met rijst en bonen voor. De sinds een paar jaar toegestane paladares, private eetgelegenheden, weten de smaakpapillen wel te prikkelen met dezelfde ingrediënten.

In de straten van Havana rijden overal de felgekleurde oude Amerikaanse bolides: Buicks, Chevrolets, Cadillacs. De autoliefhebber waant zich in een rijdend museum. Op de achterbank zitten buitenlanders. Een rondtocht in een Amerikaanse convertible is een must. Onderweg vertelt onze chauffeur trots over zijn barrel. Niet zo gek; iedere autobezitter koestert zijn eigendom. Een auto is immers schaars en daarmee lucratief. De handel in wagens werd door de revolutionairen in 1959 aan banden gelegd. Nieuwe voertuigen waren niet meer toegestaan. Sinds het begin van dit decennium is daarin weer verandering gekomen zodat tussen de Lada’s en de Amerikaanse oldtimers soms een Audi of Volkswagen voorbij rijdt.

Je treft veel klassiekers op Cuba aan omdat de handel in auto’s in 1959 werd verboden. Sinds kort mag het weer.

Je treft veel klassiekers op Cuba aan omdat de handel in auto’s in 1959 werd verboden. Sinds kort mag het weer.

Kamran Ullah

Een auto huren om zelf rond te reizen is relatief duur. Bovendien is rijden, zeker na zonsondergang, niet aan te raden. De schaarste lijkt buiten de hoofdstad niet alleen voor auto’s te gelden, maar ook voor straatverlichting en bewegwijzering. Wie wil rondreizen, is aangewezen op openbaar vervoer of taxi’s.

Wanneer wij Havana willen verlaten, helpt gastvrouw Elsa. Ze vraagt waar we heen willen en na een telefoontje is het geregeld. We kunnen terecht in een casa particular van haar vriendin, waar een taxi ons keurig heen brengt. Daar staat de deur al open. Zo gaat het overal in het land. De taxi’s zijn betrouwbaar en de eigenaren van de casa particulares behulpzaam. Het liefst zien ze dat je elke avond aanschuift bij het diner omdat deze service apart in rekening wordt gebracht. Ha, ze kunnen dus toch opdringerig zijn, weliswaar met een lach.

Buiten Havana wordt duidelijk hoe de tijd is blijven stilstaan. Overal treffen we paard en wagens aan en het land wordt geploegd door ossen. Alleen op pleinen zien we dat we ons in de 21e eeuw bevinden: wifi-hotspots. Jong en oud skypet of surft online. Ondanks alle handelsbarrières en boycots heeft de bevolking toegang tot de wereld.

De meest recente boycot maakt het Amerikaanse toeristen onmogelijk om naar Cuba af te reizen. De toeristische sector is hard getroffen. Zo wordt een groeptrip door Topes de Collantes een privébezoek. Maria gidst ons door het oogstrelende natuurgebied waar een microklimaat heerst. Midden op Cuba is het plots koud en het regent. Het uitzicht op de oeroude bomen en schitterende watervallen compenseert de rillingen.

Buiten de hoofdstad is het leven een stuk eenvoudiger.

Buiten de hoofdstad is het leven een stuk eenvoudiger.

Kamran Ullah

Maria werkt voor het staatsbedrijf voor toerisme; 28 dagen op rij voor 20 euro per maand. Deze moeder van een peuter baalt dat wij de enigen zijn die de hiketocht hebben geboekt. Zij vertelt over oud-collega’s die zijn overgestapt naar private bedrijven die sinds een paar jaar door de overheid zijn toegestaan. Daar verdienen ze soms vier keer zoveel. Maar Maria krijgt hetzelfde als artsen en docenten. Zij kan het met fooien aanvullen, artsen en docenten kunnen dat niet. Zo slecht heeft ze het eigenlijk niet, zegt ze.

Dit positivisme is overal op Cuba merkbaar. Als het even tegenzit, zijn er de sigaren en rum ter afleiding.

Zo kom je er

KLM vliegt vijf keer week rechtstreeks op José Martí International Airport in Havana. Retourtickets vanaf 620 euro. In de zomermaanden vliegt TuiFly met de Dreamliner twee keer per week naar badplaats Varadero. Retourtickets vanaf 399 euro.

Sigaren en rum

Wie zijn Cuba-gevoel nog wat wil verlengen neemt natuurlijk de goedkopere handgemaakte sigaren en rum mee naar huis. Helaas kan dit niet onbeperkt: maximaal 50 sigaren en 1 liter sterke drank zijn toegestaan om in te voeren.

Twee valuta

Opletten geblazen. Cuba kent namelijk twee munteenheden: de peso (CUP) en de convertible peso (CUC). In beginsel is de CUP voor de lokale bevolking en de CUC voor buitenlanders. De CUP is 25 keer meer waard. Vooral buiten Havana staan de prijzen vaak in CUP uitgedrukt. Let goed op, want dat scheelt een hoop geld aan de kassa.