Nieuws/Vrij

Spijt

‘Ik liet ander voor diefstal opdraaien’

„Bijna fraudeerde ik bij mijn buurtvereniging. Toen de geldzaken alsnog niet klopten, liet ik toe dat een ander daarvan werd beschuldigd.”

„Toen ik Anita leerde kennen, noemde ik haar liefkozend ’mijn boerenmeisje’. Ze kwam uit een piepklein plaatsje in het oosten des lands.

We studeerden, kwamen in het bedrijfsleven terecht en begonnen aan kinderen. We kwamen erachter dat een stad niet de meest ideale plek is om kids op te voeden en verhuisden naar een centraal gelegen gehucht. Ik grapte tegen Anita: „Daar zul jij je helemaal op je plek voelen.”

Zij had inderdaad amper tijd nodig om zich aan te passen. Ik had meer moeite te integreren aangezien ik lange dagen op mijn werk maakte. Soms was ik pas om acht uur ’s avonds thuis. Na enige tijd kreeg ik zowaar een assistent en had ik meer vrije tijd omhanden. Op dat moment zocht de buurtvereniging een voorzitter. „Waarom ga jij dat niet doen?” vroeg Anita.

Dat voorzitterschap stelde niet zoveel voor. Een pr-medewerker en een penningmeester deden het meeste werk. Ik werd alleen geacht om af en toe op te draven om taken te verdelen of om mensen aan te moedigen. Dat werkte. Inwoners begonnen me op straat te groeten of maakten een praatje in de plaatselijke winkels. Ik begon me echt thuis te voelen.

Aan het begin van de zomer organiseerde de buurtvereniging elk jaar een groot feest. Met wat kraampjes, kinderactiviteiten, muziek en een barbecue. Het hele dorp leefde ernaartoe.

Met de winst van die dag werd uiteraard de kas van de buurtvereniging gespekt om leuke activiteiten te kunnen financieren, maar jaarlijks bleef ook een bescheiden bedrag voor een goed doel over.

Het jaar dat ik voorzitter was geworden, besloten we om van die paar kraampjes een grote braderie te maken, inclusief veiling waarvoor de middenstand donaties deed. We wilden ongeveer 500 gulden voor onze clubkas ophalen en 150 gulden aan het goede doel geven.

Na een lange maar geslaagde dag telde ik onze inkomsten in het kantoor van het buurthuis. Ik kwam op maar liefst 2000 gulden, veel meer dan waarop we hadden gerekend. Ik moest het drie keer nagaan voordat ik het geloofde.

God mag weten wat me bezielde; ik had totaal geen financiële problemen. Maar voordat ik het wist, had ik 1000 gulden in de ene en 1000 in de andere hand. Ik stond op het punt de helft in mijn zak te steken toen ik de deur hoorde opengaan. Ik duwde het ene geldstapeltje snel in de dichtstbijzijnde bureaula.

Het was onze penningmeester Dora, een godvruchtige, oudere vrouw die ik graag mocht. Erg snugger was ze niet. Ik zei: „Ongelooflijk, duizend gulden!” Ze nam de som van me over en samen liepen we naar buiten. Ik zag geen kans om het resterende bedrag mee te nemen. Tot mijn schrik lag het geld er de volgende dag niet meer.

Na allerlei rekensommen begreep het buurtbestuur dat 1000 gulden winst een mager bedrag moest zijn geweest aangezien de braderie zo groots was opgezet. Al snel gingen de geruchten dat Doortje had gestolen. Ik fluisterde mee om te voorkomen dat ik zou worden verdacht.

Doortje kon zichzelf niet verdedigen en vertrok met stille trom uit het dorp. Ik hoor dat zij inmiddels is overleden. Ik ben gescheiden en woon weer in de stad. Ik walg van mezelf. Mijn vlaag van verstandsverbijstering zorgde ervoor dat iemand ten onrechte werd beschuldigd. Ik vraag me trouwens nog steeds af wie de werkelijke dief was.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van