2164494
Vrij

TOEN

Dolblij met de semafoon!

Naar latere modellen kon ook tekst worden gestuurd.
1 / 2

Naar latere modellen kon ook tekst worden gestuurd.

Alles was heus niet beter in de jaren 60, 70 en 80, maar misschien wel veel leuker! In deze rubriek halen we bijzondere herinneringen op. Vandaag: dolblij met de semafoon.

Naar latere modellen kon ook tekst worden gestuurd.
1 / 2

Naar latere modellen kon ook tekst worden gestuurd.

Elke keer weer zitten mijn zoons met hun oren te klapperen als ik over ’vroeger’ vertel. Het is voor hen bijvoorbeeld onvoorstelbaar dat je, eenmaal de deur uit, volstrekt onbereikbaar was. Heerlijk trouwens, maar dat terzijde.

Aan dat onbereikbaar zijn kwam een einde met de komst van de semafoon oftewel pieper, een apparaatje waarmee een code kon worden doorgegeven aan de eigenaar. Werd een bepaald cijfer zichtbaar, dan wist je dat je naar huis of naar je baas moest bellen. Vanuit een openbare telefooncel…

De eerste semafoons, de Escorts, wogen 4,5 kilo! In 1971 kwam de Minor op de markt, die woog anderhalve pond. Pas in 1978 zorgde de Piccolo met 200 gram voor een doorbraak.

Mobilofoon

Lezeres Endi Schaub-Pols heeft het hele proces meegemaakt samen met haar man, een dierenarts werkzaam op het platteland. Eind jaren zestig werkten zij nog alleen met de telefoon. Kwam er een spoedgeval binnen, dan zocht Endi in de afsprakenlijst van die dag waar haar man zich ongeveer zou bevinden en belde de boer in kwestie.

„Dan vroeg ik: is mijn man bij u? ’Nee, hij is net weg’. Ging ik de volgende boer van het lijstje bellen. ’Is mijn man bij u?’ Om te horen te krijgen dat hij nog niet was gearriveerd. Ik liet dan een boodschap achter of hij mij na aankomst met spoed wilde bellen.” Geen wonder dat Endi dolblij was met de komst van achtereenvolgens semafoon, mobilofoon en mobiele telefoon. Inmiddels is het echtpaar met pensioen.

Ton Schrama werkte zijn hele leven als beveiligingsmonteur. „Van 1979 tot 1989 moest ik storingsdienst doen. Vele malen werd ik midden in de nacht wakker van die piep die eerst zacht begon en allengs harder werd. Het ergste was: gepiept worden en aan de klant moeten vragen of je even mocht bellen. Meestal was dat goed maar soms niet. Dan moest je naar een openbare telefooncel. Natuurlijk had je dan altijd te weinig klein geld bij je.”

Een semafoon. Als-ie ging piepen verscheen het nummer van een beller in beeld.

Een semafoon. Als-ie ging piepen verscheen het nummer van een beller in beeld.

Signaal

Frans Kouwenhoven was taxichauffeur en monteerde zijn eerste semafoon (1969) onder het dashboard aan de kant van de passagier, die daarna steeds hun schenen stootten. Dus plaatste hij het geval op de hoedenplank: „Met een stokje kon ik vanaf mijn plek het knopje indrukken om het signaal te stoppen.”

Na enige tijd hield de semafoon niet meer op met piepen. Bij de PTT kreeg de arme Frans te horen dat dit al een keer eerder was voorgekomen. „Namelijk bij een sufferd(!) die zo dom(!) was geweest om zijn semafoon op de hoedenplank te monteren. Door de hitte van de zon bleek de printplaat krom te trekken…”

Ook een onderwerp voor onze rubriek TOEN? Stuur gerust een mailt