Nieuws/Vrij

Spijt

’Te lang de schijn opgehouden’

Hollandse Hoogte / Image Source Ltd RF

’Heel lang heb ik de schijn opgehouden, maar ik ben helemaal geen stoere vent. Ik ben gewoon een enorm watje.’

Hollandse Hoogte / Image Source Ltd RF

’Al zie ik er niet zo uit. Mensen schrikken soms van mijn verschijning. Oudere dames in de tram of bus trekken hun tas vaak net even wat dichter naar zich toe.

Op de middelbare school had ik al een reputatie. Bij mij in de straat woonde een jongen die andere tieners pestte. Op een gegeven moment had ik er schoon genoeg van en gaf hem een duw.

Een zetje van niks, maar hij kwam vervelend terecht. Hij hield er gelukkig niets aan over, maar zijn ouders waren woedend.

Op een of andere manier ging dat verhaal – zonder de rel die erop volgde – op mijn school de ronde doen. Je moest met mij uitkijken, zeiden ze. In het begin moest ik daar erg om lachen. Ze moesten eens weten dat ik een stuk om fietste omdat ik bang was voor een enge hond op mijn route.

Jarenlang speelde ik in op het beeld dat ze van me hadden. Ik liet mijn haar millimeteren waardoor ik er als een halve hooligan uitzag. Toen ik wat ouder was, begon ik tatoeages te laten zetten. Al ben ik een sukkeltje, ik heb een hoge pijngrens.

Dat ultrakorte haar was een dom idee. In het café hoefden mensen maar één blik op me te werpen om te denken: foute boel.

Soms werd ik uitgedaagd, maar ik hou niet van ruzie of vechten. Na een paar confrontaties liet ik mijn haar weer groeien en zorgde ik er in het uitgaansleven voor dat mijn tatoeages amper zichtbaar waren.

Ik trok altijd vriendinnen aan die een zwak hadden voor ’verkeerde’ mannen. ’Foute’ mannen. Dat waren de leukste dames, dus zeker in het begin van een verkering deed ik alsof ik die stoere vent was. Maar ik viel altijd door de mand.

Ik zal nooit vergeten hoe ik met een scharrel op de bank naar een film keek. Op haar verzoek iets sentimenteels waar ik helemaal geen zin in had. Maar het verhaal greep me aan en ze zag me aan het einde nog net een traantje wegpinken. De uitdrukking op haar gezicht....! Ze was snel vertrokken en ook andere relaties duurden niet lang.

Toen leerde ik Bobbie kennen. Een stoer wijf, ik kan niet anders zeggen. Ze had op Texel al eens parachute gesprongen en onze vakanties werden alsmaar avontuurlijker. Raften in de Ardennen, eindeloze bergwandelingen in Oostenrijk. Dan keek ik in zo’n afgrond en dacht: mijn God! Ik sliep er niet van, maar wilde me niet laten kennen.

Bij een duikvakantie in Egypte trok ik de grens. Ik werd er bij voorbaat al helemaal claustrofobisch van. Je gaat maar alleen, zei ik. „Jij durft ook niks!” zei ze minachtend. Nou, dat klopt wel. Bobbie legde het tijdens die vakantie toen maar aan met een legerofficier.

Ik had er spijt van dat ik zolang de schijn had opgehouden. Wie nam ik nou in de maling? Niet alleen mijn vriendinnen, maar ook mezelf.

Een vriend regelde een blind date voor me. Lisanne schoof aan tafel aan en ik zei: „Ik weet wat je ziet, maar ik ben een watje. Dat je dat meteen weet.” Zij moest vreselijk lachen en het klikte eigenlijk meteen.

Later die avond vertelde ik Lisanne over mijn werk. „Bloed, injecties, mensen verschonen, leven en dood... verpleegkundigen zijn helemaal geen watjes!” riep ze. Zo kun je het ook bekijken.

Ik denk dat Lisanne een blijvertje is.’

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van