Vrij/Reizen

Spookreis door Tsjernobyl

Het ooit bruisende zwembad van Pripyat is nu een naargeestig leeg complex.
1 / 4

Het ooit bruisende zwembad van Pripyat is nu een naargeestig leeg complex.

foto’s kim einder

Wat gebeurt er als je de mens weghaalt uit een gebied zo groot als Drenthe en voor de rest alles laat voor wat het is? Het is een vraag waar de ’verboden zone’ rondom de kerncentrale in Tsjernobyl antwoord op geeft. VRIJ ging voor een radioactief tripje naar Noord-Oekraïne.

Het ooit bruisende zwembad van Pripyat is nu een naargeestig leeg complex.
1 / 4

Het ooit bruisende zwembad van Pripyat is nu een naargeestig leeg complex.

foto’s kim einder

Overheidsgids Stanislav geeft ons witte jassen, een stoffen petje en gele plastic laarzen. Hij drukt ons ook alvast een mondkapje en handschoenen in de handen. „Dat is voor straks.” Mijn hart bonkt in mijn keel als we een met schrootjes beklede gang in lopen. Niet veel later begint mijn stralingsmeter te piepen. Dat doet hij al als het digitale schermpje een getal boven de vier aangeeft. Nu gilt het gele apparaatje luidkeels zijn alarm uit en staat het getal 46 in het display.

Geen gezond niveau radioactiviteit, maar wat wil je. Want achter de muur waar ik naar kijk, ligt de gesmolten brandstof van de in 1986 ontplofte reactor. Stanislav is de rust zelve, maar als bezoeker bekruipt je vanzelf een vreselijk onheilspellend gevoel. Is dit wel gezond?

’Exclusion zone’

Een dag voor ons bezoek aan de kerncentrale razen we in het ochtendzonnetje met een busje door de Oekraïense bossen richting een checkpoint met militairen. Al onze papieren zijn al weken voorafgaand aan dit tripje in orde gemaakt. Meermaals moesten we onze gegevens doorgeven aan de reisorganisatie, die ze doorspeelde aan de overheid. Want je komt niet zomaar binnen in de ’exclusion zone’ van 2600 vierkante kilometer die is opgetrokken rondom de rampcentrale van Tsjernobyl.

Gids Mariia Toenik waarschuwt ons groepje van tien toeristen vooraf: niet uitstappen, laat de soldaten hun werk doen. En of de groep van zeven Zweedse mannen kauwgom wil nemen. Ze ruiken nog een naar een stapavond in Kiev en je mag niet dronken rondlopen in het met radioactiviteit besmette gebied. „We wilden niet zo laat naar bed gaan. Maar het liep anders”, grijnst een van hen. „Ik was om twee uur in het hotel, maar daar zat in de kelder een stripclub. Dus toen werd het nog wat later.”

Anderzijds hebben de mannen een goede reden om in het gebied te willen komen. Ze werken bij een Zweedse kerncentrale en in een fabriek waar radioactief afval wordt verwerkt en willen graag eens met eigen ogen zien wat er gebeurt als ze hun werk niet naar behoren uitvoeren.

„De bewoners werd na de ramp verteld dat ze binnen enkele dagen zouden kunnen terugkeren. Maar ze zouden nooit meer worden toegelaten”, legt Toenik uit. En dus staan vrijwel alle gebouwen in het gebied leeg. Vrijwel alle, want in het stadje Tsjernobyl zelf zijn er weer wat appartementengebouwen in gebruik als slaapplaats voor medewerkers van de centrale, die nog altijd werkt als een niet-nucleaire schakel in de Oekraïense stroomvoorziening. Bovendien staat hier ook het hostel waar we verblijven, waar ’s nachts de deur op slot gaat en we buiten de wolven horen huilen.

Knop om

Verder is het alsof een knop is omgezet in Noord-Oekraïne. De mensen zijn weg, de rest is er nog. De natuur neemt de boel domweg weer over. Bomen groeien dwars door huisjes met houten daken, struiken woekeren door gebroken ruiten naar buiten. In Pripyat, de grote stad pal naast de kerncentrale, groeien planten dwars door het gebroken beton en asfalt naar de hemel. Wie door het sportstadion van de stad loopt, moet zijn best doen om voor te stellen dat hier ruim 32 jaar geleden prima een balletje kon worden getrapt.

Pripyat is een van de hoogtepunten van onze tour. Hier staan onder meer het beroemde gele reuzenrad en de botswagentjes, die samen met de schoorsteen van de kerncentrale het symbool zijn geworden van de ramp. „Het zou pas 1 mei 1986 open gaan”, zegt Toenik. „Maar de leiders besloten dat het rad op 26 april al kon gaan draaien, juist om de bevolking koest te houden. Niet te dichtbij komen, er waait nog weleens wat radioactief stof van de gondels.”

Het sneue is dat Pripyat juist een modelstad moest worden, waar de werknemers met alle geneugten die de Sovjet-Unie permitteerde konden wonen. Brede wegen, mooie gebouwen, veel voorzieningen, een mooie supermarkt, een bioscoop, een theater, een mooi café aan de waterkant, een zwembad, een sportcomplex met basketbalhal, goede scholen, noem het maar op.

Achtergebleven pop in een slaapzaal die nooit meer zal worden gebruikt.

Achtergebleven pop in een slaapzaal die nooit meer zal worden gebruikt.

Het haasje

We mogen de gebouwen niet meer in, maar doen het toch. „Als de politie ons betrapt, kan ik mijn vergunning als gids kwijtraken”, bekent Toenik. Maar wie wil er nu niet een kijkje nemen in een oud klaslokaal, een appartement waar nog een piano staat of het lege zwemcomplex, waar roestige lichtbalken aan het plafond bungelen.

Als we in een school staan, blijkt dat we toch gesnapt zijn door een bewaker. Ik schrik me kapot: zou dit het vervroegde einde van onze trip betekenen? Toenik smeekt hem in het Oekraïens om niet te streng te zijn. Hij strijkt over zijn hart. „Ik ga jullie in de gaten houden. Nog een keer en je bent het haasje”, bromt hij. Gelukkig is van buiten genoeg te zien: van oude Russische logo’s tot graffitikunst. Dit is een paradijs voor Sovjet-kenners, urban explorers, geschiedkundigen en ramptoeristen.

Regelmatig beginnen onze stralingsmeters te gillen. We passeren een strook van het zogenoemde rode bos, wat geldt als het zwaarst vervuilde gebied. Zelfs in de bus, met de ramen dicht, gaan de tellers af. Toenik wijst naar een buis die onder een spoorlijn door loopt. „Vrienden van mij hebben daar gemeten. Driehonderd. En dat is pas het begin van het bos. Daarachter weet niemand hoe erg het is: de meters kunnen het niet aan.”

Grote gevolgen

Maatregelen zijn dan ook nodig. We mogen geen korte broek of korte mouwen dragen. Drinken en eten buiten de bus? Vergeet het maar. Bovendien is het beter om iets wat op de grond valt niet op te pakken, want als er radioactieve deeltjes aan je hand komen en je vervolgens een boterham eet, weet je nooit wat je binnenkrijgt. Je zal niet direct ziek worden, maar later kan het gevolgen hebben.

Bovendien worden we gecontroleerd als we een checkpoint passeren: we moeten in een zogeheten dosismeter gaan staan. Een soort bodyscanner die meet of je kleren radioactief zijn. Als hij afgaat, mag je nog een poging wagen met water en zeep. Als dat niet helpt, moeten de besmette spullen achterblijven. „Een paar weken geleden was een man op mos gaan zitten. Dat is vaak enorm radioactief. Hij moest in zijn onderbroek terug naar Kiev”, grinnikt Toenik.

De ramp had niet alleen gevolgen voor de bewoners, maar ook voor het leger. Een enorm radarstation – de Duga – moest uitgeschakeld worden. Het staat nu verlaten in de bossen. Een staaltje Sovjet-techniek, waarvan de controleruimtes nog deels intact zijn. Wie er rondloopt, krijgt het gevoel terug te zijn in de Koude Oorlog.

Leeg klaslokaal in een school waar we niet mochten komen...

Leeg klaslokaal in een school waar we niet mochten komen...

Intact

Tegelijk is afbreken van het 150 meter hoge systeem niet mogelijk. Wie weet wat er vrijkomt. Dus is er een kans dat het instort, net als veel andere gebouwen in het gebied. Ruim 32 jaar blootstellingen aan de elementen zonder onderhoud, dat doet gebouwen geen goed. De kans is dan ook aanwezig dat een bezoek over tien jaar minder interessant wordt. Nu is alles nog vrijwel intact, dan niet meer. Een probleem, want steeds meer toeristen komen naar Tsjernobyl. Waren het er vijf jaar geleden nog enkele duizenden per jaar, dit jaar verwacht Oekraïne zo’n 70.000 mensen toe te laten in het gebied.

In de centrale zelf zijn toeristen niet welkom. Gelukkig is daar een oplossing voor: we zijn aangemeld als een ’delegatie’. En zo kan het dat overheidsgids Stanislav ons vraagt om geen foto’s van de centrale te maken van buiten – militair geheim – maar ons wel rondleidt door het gebouw. Wie in de controlekamer van reactor drie staat en kijkt naar alle metertjes, kan alleen maar denken aan de macabere ramp die zich voltrok. Want in een identieke controlekamer, honderd meter verderop, maakten een paar mannen in witte jassen een fout die duizenden mensen het leven kostte.

Dat ongemakkelijke idee is pas weg als we buiten staan en kijken naar de hagelnieuwe sarcofaag die om de centrale heen is geschoven. De oude – aangelegd na de ontploffing door ’vrijwilligers’ die stuk voor stuk bloot stonden aan belachelijke hoeveelheden straling – stond namelijk op instorten. Het nieuwe zilverkleurige gebouw glimt in het zonlicht. Voor de komende honderd jaar moet er geen nieuwe radioactiviteit kunnen vrijkomen.

Maar veel langer dan dat zal het gebied ontoegankelijk blijven. Millennia zullen verstrijken voor het gevaar echt is geweken. En dat idee maakt indruk als we de weg naar Kiev weer inslaan over wegen zonder billboards. Want voor wie of wat zou je hier reclame maken? Wij zijn na 36 uur in Tsjernobyl iets te beduusd om te denken aan shoppen of pretparken.

Van het beroemde gele reuzenrad in Pripyat waait nog weleens radioactief stof.

Van het beroemde gele reuzenrad in Pripyat waait nog weleens radioactief stof.

Falen en fouten

De centrale van Tsjernobyl moest de grootste ter wereld worden met twaalf reactoren. Maar in 1986 ging het gruwelijk fout door een combinatie van menselijk falen en bouwfouten. In de nacht van 23 op 24 april ontplofte reactor vier, waarna een radioactieve rookwolk de omgeving in een onzichtbare, maar dodelijke deken hulde. Pas na drie dagen kwam de evacuatie van de 140.000 bewoners van het gebied op gang.

Geen mensen, wel dieren

Er zijn nauwelijks mensen in de ’exclusion zone’, maar dieren des te meer. Herten, vossen, wolven en zelfs beren. Ook honden zijn er te over, en dat is opvallend. Na de evacuatie besloot de Sovjet-leiding namelijk alle huisdieren af te schieten. De zwerfhonden die er nu leven, komen dan ook van elders. Veel van hen zijn gesteriliseerd en dragen een oormerkje. Ze aaien is geen slim idee: je weet nooit waar ze geslapen hebben.

Zo kom je er

Vanuit Amsterdam vlogen we met Ukraine Air naar Kiev. Vanuit daar rijd je met je touroperator, in ons geval Chernobylwel.com, in twee uur richting de kerncentrale. Er zijn diverse trips, meestal van een of twee dagen. Een visum is niet nodig.

Bekijk meer van