Nieuws/Vrij

Felix met smaak

Sprookje op alm

De aardlagen zijn in een hoek van negentig graden omhoog geduwd. Ze vormen grillige tanden in het landschap. Scherpe stekels met daaronder stroperige lagen kiezel en zand die van de Dolomieten afkomen.

Het waait hier op tweeduizend meter hoogte altijd en fris, maar dat is lekker. Het is hier pas net voorjaar. De weides bloeien uitbundig. Mannen trekken schrikdraden over stukken alm, hun koeien zijn onderweg. Morgen, overmorgen komen ze. Hier en daar al jonge niet-meer-mannetjes. Die zijn later voor het vlees.

De melkkoeien zijn onderweg. Ze begrazen de almen, houden het gras kort, houden de weides vol kruiden en bloemen. Af en toe eten ze wat bergtijm mee met een hap gras. Daar blijven ze gezond van en het maakt de kaas lekker.

De koeien houden de alm gezond. De alm houdt de koeien gezond. De melk en kaas en het vlees van de koeien houden ons gezond. Heel even klopt het allemaal nog. De waard van de almhutten geeft ons onze lunch in papieren zakjes.

„Met zelf geplukte abrikozen”, probeert hij. Als hij mijn blik ziet, begint hij te lachen. „Je weet niet half wat de mensen hier allemaal voor gekkigheid geloven”, zegt hij.

Heel even klopte alles. Dank vrolijke man. Rustig aan dalen we af, de werkelijkheid in.

f.wilbrink@telegraaf.nl