Nieuws/Vrij

Spijt

’Broer erkende onze hulp niet’

Hollandse Hoogte / Richard Brocken

„Mijn vrouw en ik deden onze best om ons problematische pubernichtje in het gareel te krijgen. Maar denk je dat mijn broer dat op prijs stelde?”

Hollandse Hoogte / Richard Brocken

„Toen mijn eerste huwelijk stuk liep, was ik vooral opgelucht. Mijn ouders leken er meer verdriet van te hebben dan ik. In de keuken hoorde ik mijn pa tegen mijn moeder mompelen: „Waarom kan hij niet meer zoals Ben zijn?”

Mijn broer had het inderdaad goed voor elkaar: een goed betaalde baan, een mooi huis, een lieve vrouw en twee kinderen. Dat gunde ik hem van harte. Maar ik zit nou eenmaal anders in elkaar.

Ik was helemaal niet op zoek, maar binnen de kortste keren liep ik tegen Paula aan. Ik wist meteen: dit is voor altijd. Samen kregen we een zoon.

In de loop der jaren verging het Ben juist minder goed. Zijn huwelijk wankelde onder de zorg voor hun dochter Jill die een onhandelbare puber was geworden. Die situatie werd zo erg dat ze een tijdje bij de ene opa en oma en toen bij de andere grootouders logeerde.

Op een avond stond zij huilend bij ons voor de deur: „Mag ik hier komen wonen?” Tja, wat moet je dan? Na uitgebreid overleg met mijn broer en schoonzus besloten we te proberen om Jill in het gareel te krijgen.

In het begin leek zij zich aan te passen. Maar na een paar maanden vertoonde ze hetzelfde gedrag als toen ze nog thuis woonde: spijbelen van school, foute vrienden. We vonden hasj in haar kamer en moesten haar wegplukken van wilde feestjes. En natuurlijk altijd een grote mond.

Wij waren bang dat ze een slechte invloed op onze zoon zou hebben die twaalf jaar was. Maar hij was heel laconiek. Hij keek niet tegen Jill op, hij ging zijn eigen gang en meed haar soms.

Ons nichtje zei dat ze maar één doel in het leven had: rijk worden. Paula wist haar te overtuigen dat ze zonder diploma nergens zou komen. Het gespijbel stopte, maar Jill bleef dat jaar zitten.

Die zomer kampeerden we in eigen land. De eerste dag verkenden we de omgeving. Tijdens de wandeling barstte Jill los: ze haatte kamperen, waarom mocht ze niet alleen thuisblijven, hadden we dan geen geld voor het buitenland?! Woedend rende ze weg.

We lieten haar maar even. Maar toen ze rond zessen niet voor het eten kwam opdagen, gingen we zoeken. Het werd al donker toen we nog eens de route van die ochtend afliepen. Jill bleek te zijn verdwaald en had bovendien haar enkel flink verstuikt.

Terug bij de tent slingerde Jill met verwijten: „Waarom zijn jullie niet eerder gekomen? Ik heb daar uren gezeten! Ik had wel dood kunnen zijn!” Toen zei mijn vrouw die altijd engelengeduld met haar had gehad: „We vonden het wel lekker rustig zo.” Ik knikte, onze zoon grinnikte.

Onze zogenaamde onverschilligheid kwam hard bij Jill aan. De rest van de vakantie was zij zo mak als een lammetje. Eenmaal thuis ruimde ze voor het eerst haar kamer op en hielp ze in het huishouden. Op school haalde zij mooie cijfers. We waren zo blij dat het kwartje eindelijk was gevallen!

Tegenwoordig gaat het heel goed met Jill. We hebben nooit spijt gehad dat we haar in huis hebben genomen.

Helaas is de band met mijn broer en schoonzus onherstelbaar beschadigd. Zij hebben nooit erkend hoeveel energie wij in hun opstandige dochter hebben gestoken. „Ach, het was ons ook heus wel gelukt”, zeggen ze doodleuk. Zoveel ondankbaarheid doet pijn.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van