Nieuws/Vrij

Hart & Ziel

Plakjes zonkomkommer

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

Plakjes komkommer op een zonverbrande huid. Laatst zag ik ze weer in een reclame op tv, geïnspireerd op zomertaferelen uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

En mijn gedachten gingen terug naar die voor mij altijd moeilijke momenten in de zon. Al sinds de grijze oudheid van mijn jeugd had ik er nooit niemand meer over gehoord, over een komkommer-gekoelde huidverbranding, nu een ’middeltje uit grootmoeders tijd’.

Ik met mijn rode haar en mijn intens witte huid. Extra oppassen moest ik, mijn leven lang, werd me voorgehouden. ’Altíjd uit de zon blijven, shirtje aan.’ Ik was het kind in de schaduw, de peuter, de kleuter, de beginnende tiener die stilletjes onder een strandparasol school. Met een boek en een komkommer in cellofaan in de koeltas. Voor het geval dat…

Aan huidkanker werd toen niet gedacht, wel aan een zonnesteek.

Hoe vaak niet heb ik het verhaal gehoord dat mijn vader, ook roodharig, als kind op een strand in de felle middagzon in slaap was gevallen tot de vochtblazen zijn hele lichaam bedekten. Zijn ouders hadden het niet in de gaten en kregen zwaar op hun falie van de huisarts.

Bijna was mijn vader als jonge jongen in het ziekenhuis terecht gekomen. Of erger…

Het was het horrorscenario waarvan ik wilde wegblijven. Roodharigen konden niet in de zon! Zo stond het geschreven. En het was ook mijn lot.

Bruin werd ik dus nooit, een donker tintje was voor mij niet weggelegd. Tóch in de zon (!) werd ik rood, snel daarna vuurrood, onvermijdelijk paars en twee dagen later begon ik te vervellen. Als een hagedis. De vellen hingen erbij. Op mijn voorhoofd, mijn neus, mijn schouder, m’n rug. Gebladderd als een verveloze woning.

Jaloers was ik als ik ’de buurkinderen Smals’ met hun ouders zag terugkeren van een weekje Zuid-Frankrijk: glimmend donkerbruin waren ze. Chocoladebruine ruggen en schouders, bijna zwart.

En ik voelde me dan… spierwit. Als een spook stak ik bij ze af.

Vochtige, verkoelende handgesneden schijfjes op mijn hete huid, als ik onverhoopt toch zonnebrand had opgelopen, zelfs als ik maar een kwartiertje buiten was. Zó waren toen de beschermingsmaatregelen tegen oververhitting van de huid.

Inmiddels word ik wel wat bruin, vooral mijn armen en gezicht, zegt mijn vrouw. Maar ik hou het op de ’spray van sproeten’ die naar elkaar toegroeien.

Nog steeds vervel ik, toch mijd ik de zon niet meer. Ik smeer nu factor 30 op mijn hoofd.

Maar zonnebrandsprays met factor dertig bieden niet allemaal de beloofde bescherming. Dat bleek onlangs uit een onderzoek van de Consumentenbond, die opmerkte dat de zonconsument helaas niet altijd blind kan vertrouwen op de beschermingsfactor die op die middelen staat.

Ik denk dat ik toch maar weer voor de strandkomkommer ga. Werkt dat niet? De dure zonnebrandcrèmes doen dat kennelijk ook niet altijd.

Mail r.steenhorst@telegraaf.nl

Twitter @ReneSteenhorst

Bekijk meer van