Nieuws/Vrij

Spijt

’Mijn man was een bullebak’

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

„Mijn ex is een bullebak, maar dat heb ik jarenlang vrijwel niemand verteld. Zijn nieuwe vriendin zal me dus nooit geloven.”

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

„Natuurlijk heb ik er vaak over nagedacht. Was mijn ex altijd al dominant en was ik zo verblind door verliefdheid dat ik dat niet zag? Of het niet erg vond? Of gaf ik te weinig tegengas zodat het alleen maar van kwaad tot erger kon gaan?

Feit is dat ik door de jaren heen altijd veel te veel van Pieter heb geslikt. Toen we gingen trouwen, gaf hij de exacte kleur op die de jurk volgens hem moest zijn: parelmoerwit en niet anders! Ik vond het leuk dat hij zo betrokken was, maar achteraf denk ik: waar bemoeide hij zich mee?

Hij hield van mij, dat weet ik zeker, maar hij behandelde me altijd enigszins neerbuigend. Alsof hij mij tolereerde. Hij wist het altijd beter.

Rond de geboorte van onze eerste zoon kocht ik uiteraard de nodige kleertjes. Daar was een pakje bij waar een roze streepje in zat. Pieter ging uit zijn dak: „Dat is een rompertje voor een meisje!” Ik ging ermee terug naar de winkel. Zo kun je mij wel beschrijven in die jaren: braaf.

Hij kreeg steeds meer op- en aanmerkingen op alles wat ik deed of zei. Waren we op een feestje en praatte ik met een kennis over bijvoorbeeld politiek, dan deed Pieter schamper na afloop: „Je denkt toch niet dat hij jouw denkbeelden serieus nam?”

Later werd ik vooral bang. Want er was steeds minder voor nodig om Pieter te doen ontploffen, af en toe zelfs waar de kinderen bij waren. Eén keer stond hij op het punt om me een klap te verkopen, maar hij hield zich in. Hij mishandelde me op andere manieren. Ik wrong me in allerlei bochten om het hem naar de zin te maken. Want het lag aan mij. Toch?

Met de kinderen op school wilde ik weer aan het werk. Vond Pieter niet nodig: „Ik verdien toch prima? Blijf jij maar bij de kinderen, daar ben je nou eenmaal goed in.” Maar ik was er niet vanaf te brengen; ik wist dat het goed voor me was om weer onder de mensen komen.

Eerst kreeg ik veel afwijzingen. „Zie je nou wel”, zei Pieter. „Wie zit er nou op jou te wachten?”

Toen mocht ik ergens op sollicitatiegesprek komen. Ach, dat zou toch niks worden, zei Pieter. Ook mijn sollicitatie-outfit kraakte hij af. Maar wat bleek: dat bedrijf zat wel degelijk op mij te wachten.

Mijn zelfvertrouwen dat finaal was afgebrokkeld, nam in korte tijd enorm toe. Ik ging fluitend naar mijn werk en kreeg binnen de kortste keren ook nog eens een betere functie aangeboden. Voor het eerst sinds jaren kon ik weer vrolijk zijn.

Daardoor vatte ik de moed op om tegen Pieter over een scheiding te beginnen. Knallende ruzies waren het gevolg: „Zonder mij stel je niets voor!” Maar hij wist dat het afgelopen was. „Ga maar een ander kleineren”, zei ik tegen hem.

Mensen vonden het maar raar dat ik bij hem wegging. Ze zagen alleen de gezellige, de charmante Pieter, niet de bullebak. Alleen mijn zus wist van de hoed en de rand, maar tegenover anderen had ik altijd de schijn opgehouden. Daar heb ik spijt van.

Een paar jaar geleden stond er opeens een voormalige juf van mijn kinderen op de stoep om te melden dat zij en Pieter een prille relatie hadden. Vond ze wel zo netjes. Ik ook, maar wat moest ik tegen haar zeggen? Pas in godsnaam op, hij gaat je de wet voorschrijven? Sterker nog, hij gaat je slópen? Ze zou hebben gedacht dat de druiven zuur waren.

Ik heb haar maar veel succes gewenst. Ze zal het nodig hebben.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van