Nieuws/Vrij

Leef nu!

Complimenten geven en krijgen? Zo doe je dat

Kees van de Nes

Als iemand laat weten dat je er goed uitziet of dat je een bijzondere prestatie hebt geleverd, voelt dat goed. Toch weten we soms niet hoe we een compliment in ontvangst moeten nemen. Ook er zelf eentje geven blijkt vaak een lastige opgave. Hoe komt dat en hoe gaan we er op de juiste manier mee om?

Kees van de Nes

Zeg eens eerlijk: hoe vaak reageert u met een simpel ’dankjewel’ als iemand u een compliment geeft?

De kans is groot dat u, net als menigeen, nonchalant de schouders ophaalt en doet alsof het mooie resultaat van hard werken vanzelfsprekend is. „Ach, dat stelde niet veel voor!” En als iemand iets aardigs over uw kleding zegt, bent u waarschijnlijk geneigd om te vertellen dat u uw overhemd niet zo bijzonder vindt. „Ach, dit oude ding hangt al jaren in de kast.”

Sociotherapeut en lichaamstaalexpert Frank van Marwijk (57) schreef met Hans Poortvliet Het groot complimentenboek. Hij stelt dat lof ontvangen veel Nederlanders niet altijd gemakkelijk afgaat. „Zonder ons daarvan bewust te zijn, gebruiken we verschillende manieren om complimenten af te weren of te diskwalificeren”, stelt hij.

Volgens Van Marwijk doen we dat onder meer door, zoals geschetst, lofuitingen te bagatelliseren. Een andere veelgebruikte manier is door een verkregen compliment in te wisselen voor eentje aan de ander: „Ja, maar jij ziet er ook goed uit.”

"Bescheidenheid doet veel mensen nonchalant reageren"

De sociotherapeut stelt dat het veelal met bescheidenheid heeft te maken. „Velen van ons durven niet in het zonnetje te worden gezet”, zegt hij. „Bescheidenheid maakt het moeilijk een persoonlijk woord van lof te accepteren. Veel mensen hebben de neiging om andere mensen te noemen die ergens een bijdrage aan hebben geleverd: ’Dat heb ik niet alleen gedaan! Zij hebben me geholpen’, hoor je dan.”

Ook wantrouwen maakt het ingewikkeld om er goed mee om te gaan. „Complimentjes maken ons vaak onzeker of we twijfelen aan de oprechtheid ervan”, zegt Van Marwijk. „Er zijn mensen die altijd enig wantrouwen hebben. Zij denken dat als iemand iets vriendelijks zegt en zijn waardering uitspreekt, het automatisch betekent dat die persoon iets van hen wil. Waarom zouden ze anders zo aardig zijn?”

Daarnaast is onbegrip een reden. „Als een ander waardering voor een prestatie uitspreekt terwijl je zelf van mening bent dat het helemaal niet zo goed is, kun je de lovende woorden als verkapte kritiek opvatten. Terwijl het helemaal niet zo is bedoeld. Stel dat je onaardig of met een frons reageert, dan kan de ander een volgende keer een lofuiting achterwege laten.”

Volgens de sociotherapeut complimenteren we elkaar over het algemeen sowieso weinig. Daar zijn meerdere redenen voor. De eerste (en tevens voor de hand liggende) is een gebrek aan opmerkzaamheid. „Om een compliment te geven, moet je iets zijn opgevallen. Jammer maar waar: mannen zijn daar niet altijd een ster in. Vrouwen zien nou eenmaal sneller dat je naar de kapper bent geweest omdat zij daar meer aandacht voor hebben.”

Daarnaast houdt vooral angst voor wat anderen zullen denken ons tegen om iemand te prijzen. We zijn, zo stelt Van Marwijk, bijvoorbeeld bang dat we voor slijmbal worden aangezien.

"Oprechte lof voelt als prijs in loterij"

„Als je de buurman een compliment over de tuin wilt geven – „Wat ligt het er weer netjes bij!” – vrezen we dat we als bemoeial worden beschouwd. Want stel nou dat de buren denken dat je al weken met een kritische blik naar de tuin hebt gekeken? Nee, dan zeggen we maar liever niets.”

We zijn ook zuinig met complimenten omdat we bang voor veroordeling zijn. Van Marwijk: „Als ik tegen jou zeg dat je een leuke jurk draagt en jij antwoordt dat je die al heel lang hebt, dan zal ik je in het vervolg niet meer zo snel zo’n compliment geven. Omdat je antwoord mij het idee kan geven dat ik eigenlijk helemaal geen verstand van de laatste mode heb.”

Vrees voor jaloezie en onderlinge competitie kunnen eveneens een rol spelen. „Als je twee collega’s hebt die niet even hard werken, vraag je je misschien onbewust af of je het kunt maken om de een een compliment te geven en de ander niet. De vrees voor onderlinge spanning zal je waarschijnlijk doen besluiten het niet te doen.”

Jammer, want een compliment kan veel met ons doen. Van Marwijk: „Krijg je er een die oprecht en gemeend is, dan voelt het bijna alsof je een grote prijs in de loterij wint. Het beloningscentrum dat in ons brein wordt geactiveerd, is hetzelfde hersengebied dat wordt geprikkeld als we een prijs winnen.”

De gever kan er ook een goed gevoel bij krijgen. De sociotherapeut vergelijkt het met een cadeautje. „Als je iemand met een geschenk verrast en diegene is er oprecht blij mee, dan doet jou dat automatisch goed. Door nonchalant te reageren, geef je het als het ware terug; niet altijd leuk voor de ander.”

„Wil je echt complimenteus zijn, dan moet je je in iemand verdiepen. Daaruit blijkt belangstelling”, zegt Van Marwijk. „Als ik tegen je zeg dat je goed werk hebt afgeleverd zonder je artikel te hebben gelezen, dan heeft dat voor jou weinig waarde. Toon dus interesse, maar wees ook oprecht en zo gedetailleerd mogelijk in je loftuiting. Dan laat je zien dat je de ander écht erkent en waardeert.”

Schouderklopje

Vergeet niet om uzelf af en toe een schouderklopje te geven. Het is goed om regelmatig stil te staan bij wat u goed hebt gedaan of wat u aan uzelf waardeert. Dit heeft meerdere voordelen: als u uzelf in stilte waardeert, hoeft u niet bescheiden te zijn. U hoeft ook niet bang te zijn voor eventuele reacties van anderen.