Nieuws/Vrij

Spijt

‘Misverstand over begraafplaats’

Hollandse Hoogte / Johner Images

„Als laatste rustplaats had ik mezelf een plekje toebedacht op de begraafplaats waar mijn oom ligt naar wie ik ben vernoemd. Door een misverstand kwam het er helaas niet van.”

Hollandse Hoogte / Johner Images

„De oudere broer van mijn vader Dirk heette Jan. Ze groeiden op in een welgesteld boerengezin van maar liefst negen kinderen. Toen hun moeder. mijn oma, in verwachting van de negende spruit was, overleed hun vader op veertigjarige leeftijd op zeer tragische wijze. Mijn vader was toen elf en Jan drie jaar ouder.

Hun moeder werd plotsklaps weduwe en moest de nog in aanbouw zijnde boerderij verkopen. Van de opbrengst kocht zij een melkwinkel met bijbehorende melkwijk in Utrecht. Met negen kinderen stond ze dagelijks achter de toonbank, terwijl mijn vader en zijn broer de melk uitventten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd zowel mijn vader als Jan opgeroepen voor de mobilisatie. Ondanks de vele verzoeken van hun moeder aan Defensie kregen beide broers geen vrijstelling, dus stond zij er tijdens de oorlog helemaal alleen voor.

De mondjes van de zeven andere kinderen werden gevuld met inkomsten enkel uit de winkel. De melkwijk lag immers plat. Uit medelijden met de weduwe kwamen klanten uit andere buurten boodschappen bij haar doen. Mijn grootmoeder werd helaas niet ouder dan 66 jaar. Niet verwonderlijk met haar levensloop.

In tegenstelling tot mijn vader lieten de kinderen bij zijn broer op zich wachten. Op verjaardagen zei mijn pa weleens gekscherend: „Zal ik mijn broek dan maar even over de stoel hangen?”

Uiteindelijk kreeg Jan vier dochters; stamhouders bleven helaas uit. Als doekje voor het bloeden werd ik naar deze Jan vernoemd.

Ik was een nakomertje in Dirks gezin. Mijn moeder was toen 44 jaar en kwam voor de derde keer bij de huisarts met klachten over een vleesboom die de keren daarvoor was geconstateerd. Tot grote verbazing van mijn beide ouders constateerde een gynaecoloog een late zwangerschap. Dat was ik!

Ik had een fijne band met oom Jan. Mijn baan bij de toenmalige PTT had ik aan hem te danken omdat hij een goed woordje voor me deed.

De begrafenis van mijn oom zie ik nog voor me als de dag van gisteren. Een klein begraafplaatsje met in een hoek een heuvel met een grote volwassen boom erop. Precies onder die boom werd hij ter aarde besteld. De mooiste plek die je je kunt bedenken.

Een paar jaar geleden werd ik gebeld door de beheerder van dat begraafplaatsje. „Bent u soms die Jan die regelmatig artikeltjes in de Oud Utrechter schrijft?” Dat klopt, antwoordde ik. „Er ligt hier namelijk ook een Jan. Familie van u?” Dat is mijn oom naar wie ik ben vernoemd, kon ik hem vertellen. „Ziet u, we zijn al jaren op zoek naar nabestaanden om te vragen of het graf mag worden geruimd.”

Alle dochters van mijn oom zijn inmiddels overleden. Ik beloofde de beheerder om hem in contact met de enige nog levende schoonzoon te brengen. Wilt u als tegenprestatie zo vriendelijk zijn om me een foto van het graf te mailen? vroeg ik. Dat zegde hij spontaan toe.

De schoonzoon en zijn kinderen toonden geen enkele interesse en lieten weten dat het graf kon worden geruimd. Later onderzoek wees echter uit dat mijn oom een ’eeuwigdurend’ graf had gekocht. Ik had daar kunnen worden bijgezet, op de heuvel onder die prachtige boom. De data op de steen aanpassen was bij wijze van spreken voldoende geweest.

Wat vond ik dat jammer! Daar had ik zo graag willen liggen.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.