Nieuws/Vrij

Portugese verleiding

Geen ziel te bekennen aan de prachtige West-Portugese kust, op een visser na.

Geen ziel te bekennen aan de prachtige West-Portugese kust, op een visser na.

Eva van Lenteren

Langs de westkust van Portugal liggen tientallen vissersdorpjes waar al eeuwenlang paling, zeebaars, sardientjes en zeeschelpen worden gevangen. VRIJ leerde het Portugese hart kennen dat overloopt van liefde voor eten, kunst en oude ambachten.

Geen ziel te bekennen aan de prachtige West-Portugese kust, op een visser na.

Geen ziel te bekennen aan de prachtige West-Portugese kust, op een visser na.

Eva van Lenteren

Met zoveel passie dat tranen in haar ogen opwellen, vertelt de Portugese Anabela Valente vanaf haar boot op het binnenmeer van Aveiro hoe belangrijk de visserij voor haar streek is. Een half uur geleden stapten we in het haventje van Murtosa, veertig kilometer onder Porto, nog vol moed op de kleurrijke houten moliceiro, een Portugees binnenvaartschip, gebruikt om zeewier mee op te vissen.

Nu begint het steeds harder te regenen en delen twee bemanningsleden gele capes uit die we over onze zwemvesten heen gooien. Zelfs als de zon niet schijnt, is dit noordelijke gedeelte van Portugal een plaatje. De lucht ruikt naar zee en de felle kleuren van het groene land springen er overal uit.

Elke ochtend staat Anabela om drie uur op en vaart zij met haar vissersboot naar het midden van de lagune, op zoek naar schaaldieren, mosseltjes en andere zeevruchten. Het binnenmeer, met een omtrek van ruim honderd vierkante kilometer, kent een rijke vissershistorie. Wel een iets andere dan de meeste vissersdorpjes. Want hier staan niet alleen mannen, maar ook vrouwen aan het roer. „Doordat de regio geen fabrieken heeft, hadden de vrouwen geen andere keus dan ook hun geld op het meer te gaan verdienen. Zwaar werk; soms komen ze terug met wel twintig kilo schelpjes, soms met niets. De vissersvrouwen zetten met trots 365 dagen per jaar de traditie van de regio voort. Zelfs met kerst gaan ze het meer op”, vertelt Anabela.

Vissers gaan er vroeg op uit om op het Binnenmeer van Aveiro vele lekkernijen te vangen.

Vissers gaan er vroeg op uit om op het Binnenmeer van Aveiro vele lekkernijen te vangen.

Tachtig procent van de vangst gaat naar Spanje. De rest wordt vers geserveerd in een van de traditionele restaurantjes in de omliggende dorpjes Ovar, Torreira en São Jacinto. Voor nog geen tien euro per persoon krijg je er schalen vol krabben en schelpjes. Ook de gefrituurde enguias met azijn die je in zijn geheel – met ruggengraat en al – opeet, zijn een echte delicatesse. De oude werkplaats waar deze kleine palingsoort vroeger werd schoongemaakt en geconserveerd, is nu een sympathiek museum waar deze vissersgeschiedenis wordt uitgelegd.

"Traditionele moliceiro-boten fraai beschilderd"

In juni, juli en augustus zijn er wedstrijden waarbij schippers strijden om prijzen voor de mooist beschilderde boot. De bootschilderingen zijn wederom een traditie die vanwege het zware werk dat weinig oplevert, langzaam dreigt te verdwijnen.

In de haven van Murtosa maken we kennis met kunstenaar José Oliveira, een van de laatste drie schilders die de laatst overgebleven moliceiros van vier schilderingen voorziet: twee voor en twee achter. Elk met zijn eigen onderwerp: religie, liefde, patriottisme of seks. Vooral dat laatstgenoemde thema doet ons glimlachen. José schildert seksueel getinte grapjes van vissers op de steiger. Een voorbeeld is een man zittend op een fiets met een vrouw naast hem. Op de fiets zit een toeter. De man zegt tegen de vrouw: „Je mag zo vaak aan mijn toeter zitten als je wilt.”

Vanaf de kade kijken we naar het uitgestrekte meer waar groepjes witte flamingo’s neerstrijken op de braakliggende stukken. Omdat de vogels hier geen garnalen eten, blijven ze wit. Alleen onder hun vleugel schijnt een stukje roze verstopt te zitten. „Voorheen vlogen ze ’s winters naar Afrika om in de lente weer terug te keren naar Portugal. Nu blijven ze het hele jaar in de lagune. Omdat zij net als wij van deze plek zijn gaan houden”, lacht Anabela.

De geur van gegrilde vis in het badplaatsje Peniche maakt mens én dier gek van verlangen.

De geur van gegrilde vis in het badplaatsje Peniche maakt mens én dier gek van verlangen.

Stukken krabbenpoot vliegen ons in het typisch Portugese restaurantje Maganinho, in Furadouro, om de oren. Ook de in knoflook en olijfolie gemarineerde berbigão (schelpjes) die volgen, smaken heerlijk. Eten op de Portugese manier is je planning loslaten en verrast worden door een trotse kok die met versierde schalen vol vers gevangen gekookte krabben langs de tafel komt. Eet en pak van de schaal wat je wilt en als je genoeg hebt, neemt hij hem weer mee om het volgende gerecht te serveren. Aan een lange tafel krijgen we de witte wijn in stenen kruiken. Voor een vaste prijs (15 euro) mogen we zoveel eten als we willen.

Niet veel later gaat het opnieuw over eten. Wanneer we in het badplaatsje Peniche door de kleine witte steegjes boven aan de rots lopen, komt de geur van gegrilde vis ons tegemoet. Vanaf de punt zien we de woeste felblauwe zee beneden tegen de rotsen klotsen. Er vaart net een groep van een stuk of tien vissersboten uit.

"Barbecueën boven op de rotsen van Peniche"

We zijn uitgenodigd bij Floriano en zijn vrouw Maria. Het gepensioneerde stel woont al zijn hele leven bovenop de rotsen van Peniche, ten zuiden van binnenmeer Aveiro. Floriano was tot voor kort visser. Vanachter zijn tot barbecue omgetoverde olievat informeert hij waar we trek in hebben: „Sardines, zeebaars, makreel?” Het lijkt niet veel uit te maken wat we kiezen, uiteindelijk gooit hij alles wat hij die morgen op de markt heeft gekocht, op de grill. Rijkelijk besprenkeld met grof zout gaat de ene sardine na de andere op het vuur. In Floriano’s ogen dezelfde passievolle blik als bij Anabela op het meer. De Portugees maakt van zijn werk zijn leven.

De gastvrijheid van deze mensen kent geen grenzen, zo merken we opnieuw aan de hoeveelheid eten en drinken die wordt geserveerd. Als we eenmaal onder een parasol aan de gedekte tafel zitten, komt Floriano steeds weer naast me staan om te vragen hoeveel sardines ik al op heb. Als ik trots zeg dat ik nummer vijf van graatjes aan het ontdoen ben, heft hij zijn armen op. „Veel te weinig!” moppert hij.

Floriano’s vrouw wijst naar het witte muurtje achter ons. Ondanks dat zij en haar man gepensioneerd zijn, zijn ze drukker dan ooit, vertelt Maria. Hierdoor heeft ze het pleintje dit jaar nog niet kunnen verven. Lelijk, vindt ze. Maar lelijk is het laatste woord waaraan ik denk op deze paradijselijke plek.

Fraai geplaveide straten leiden naar het stadhuis van Aveiro.

Fraai geplaveide straten leiden naar het stadhuis van Aveiro.

Toen Floriano de zee op was, kloste Maria thuis kant, zoals veel vissersvrouwen in dit gebied die een zakcentje probeerden te verdienen in afwachting van de veilige terugkeer van hun mannen. De geschiedenis van die kantkloscultuur zit nog diep in de aderen van Peniche. Sinds de jaren 70 is er in het centrum van de stad zelfs een kantklosschool waar je als toerist gewoon naar binnen kunt lopen. Hier leren oudere vrouwen de jonge meisjes (en jongens) kantklossen met kleine houten bolletjes. Ook is er een museum gewijd aan de handwerkproductie. Alle winnende handwerken van wereldkampioenschappen kantklossen van de afgelopen jaren zijn er tentoongesteld. Ware kunstwerkjes, het ene nog verfijnder dan het andere.

Op het strand van Santa Cruz, zo’n twintig kilometer boven Lissabon, staan geel en groen gestreepte, linnen strandhuisjes. Het dorpje is ook bekend vanwege de hoge golven die elk jaar duizenden surfers trekken. Vandaag zien we slechts een klein groepje sportievelingen in zee. Dobberend, rustig wachtend op de juiste golf. Verder is het strand uitgestorven. Voor badgasten is de zee nu te woest.

Maar ook in het hoogseizoen hoef je hier niet te vechten voor een stukje strand om je handdoek neer te leggen. De uitgestrekte zandstranden lopen kilometers door. In dit gedeelte van Portugal is genoeg ruimte voor iedereen.

Trots

De Portugezen zijn een trots volk. Hoewel het eerste contact soms iets stroef kan verlopen, kun je makkelijk het ijs breken door een compliment te geven. Begin voor de grap eens over de voetbalkunsten van Ronaldo, de smaak van de wijn of de kleur van de zee. Geheid dat je er zo een paar vrienden bij hebt.

Wijn schenken

Een goed glas Portugese wijn mag niet ontbreken bij de maaltijd. Vaak is het goedkoper om een jarro (kannetje, spreek uit: zjarro) te bestellen dan een garrafa (fles). De jarros worden gevuld met huis- of zelfgemaakte wijn. Hartstikke lekker en vaak een stuk goedkoper dan de flessen wijn die op kaart staan.

Zo kom je er

Wij vlogen met TAP Airlines dat dagelijks rechtstreeks van Amsterdam naar Porto vliegt. Vliegen op Lissabon kan ook, daarna is het nog geen 40 minuten vliegen naar Porto. Zie verder flytap.com. De afstand Porto-Lissabon is ruim 300 km.

Bekijk meer van