Nieuws/Vrij

SPIJT

’Ik trapte in zijn gladde praatjes’

Pixabay

Ik was gek op mijn nieuwe vriend, een muzikant. Maar ik had niet in de gaten dat het hem voornamelijk om geld was te doen.

Pixabay

Als een blok viel ik voor Lamin. In het streekziekenhuis waar ik destijds werkte, trad hij op met een West-Afrikaanse dansgroep tijdens een multiculturele middag. Tijdens het concert knipoogde hij een paar keer naar me. Na afloop troffen we elkaar kort aan de bar en hij was innemend, complimenteus en knap. Gedecideerd vroeg hij of ik ’vrij’ was en of ik met hem wilde afspreken.

Kort daarvoor was mijn relatie ten einde gekomen en ik was in voor een avontuurtje. Maar het werd veel meer dan dat; ik raakte tot over mijn oren verliefd. Lamin had serieuze plannen met me, zei hij. Na twee maanden had hij het al over trouwen en kinderen en ik zag het helemaal voor me. „Als we genoeg geld hebben, kopen we een huis en stichten we een gezin”, beloofde hij plechtig.

Samenwonen vond-ie als christen maar niks; hij hield zijn appartementje aan. Toch was hij vrijwel elk weekeinde bij mij. Mijn ouders vonden dat netjes en stapten over hun vooroordelen heen.

Lamin had al jaren een verblijfsvergunning, dus dat overtuigde me van zijn goede bedoelingen. Bovendien verdiende hij zijn eigen geld, weliswaar niet veel.

Overal trad hij op en ik wilde hem graag helpen. Samen zochten we muziekinstallaties uit die hij nodig had. Dat dat een aanslag op mijn spaarrekening was, nam ik op de koop toe.

En hoe kwam hij dan in Leeuwarden of Sittard? Ik kocht een tweedehands bestelbusje. Opnieuw een fors bedrag. Maar wat maakte dat uit? Lamin en ik hadden immers een toekomst samen.

Vriendinnen waarschuwden me: weet waar je aan begint! Ik luisterde niet naar hen. Onbewust hadden ze toch racistische motieven, dacht ik.

Regelmatig ging ik met Lamin mee als hij in een uithoek van Nederland moest spelen. Ik zag de dames in de zaal wel naar hem kijken; hij had altijd sjans. Dan barstte ik van trots: deze mooie man was van mij! Ik kreeg nooit de indruk dat hij ook maar ergens op inging. Maar ik kon er natuurlijk niet altijd bij zijn, want als verpleegkundige werk ik ook ’s avonds en ’s nachts.

Hoe serieuzer onze relatie begin te worden, des te vaker ik in de ziekenhuiskantine over Lamin vertelde. Mijn collega Jacintha begreep me volkomen. Ook zij had een Afrikaanse liefde, vertelde ze, zo knap en charmant. Een muzikant. Een geweldige man die uitkeek naar hun baby die op komst was. Ze had hem ontmoet bij een concert in ons ziekenhuis... Wat?! Ik wist niet wat ik hoorde.

Ik voelde me ontzettend dom, maar ook besodemieterd. Wat het extra pijnlijk maakte, was dat ik dolgraag aan kinderen wilde beginnen. Het duurde me te lang, want Lamin bleef de boot afhouden: „Natuurlijk, als we getrouwd zijn. Ik spaar voor de bruiloft, maar zover ben ik nog niet.” Hij hield me gewoon aan het lijntje.

Toen ik hem ermee confronteerde, deed hij luchtig over zijn relatie met Jacintha. Ja, ze was zwanger van hem, maar dat was een ongelukje. Hij zou zijn verplichtingen als vader nakomen, maar hij wilde met mij verder.

Later bleek dat ook Jacintha het nodige geld in hem had geïnvesteerd. Inmiddels heeft zij een prachtige dochter en hebben we allebei met Lamin gebroken. Maar dat we zolang zijn gladde praatjes hebben geslikt! Ik heb spijt dat ik ruim twee jaar van mijn leven aan die oplichter heb vergooid.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van