Nieuws/Vrij

Felix met smaak

Dikke lagen oesters en mosselen

Michael van emde Boas

Geen idee waar ik het heb gelezen, maar het heeft stevig postgevat: ons grote mensenbrein hebben we te danken aan de eersten van onze voorouders die aan de riviermonding gingen wonen. Nergens was zo’n overschot aan hoogwaardige eiwitten, barstensvol vitamines en mineralen.

Michael van emde Boas

Alle rotskusten waren bedekt met dikke lagen oesters en mosselen, het was slechts afbikken en slurpen voor onze oermoer. Was dat aapje twijgjes en zure appels blijven eten, dan was het inmiddels stevig uitgestorven.

De rivieren dragen de voeding uit de bergen en bossen mee naar de zee. De mosselen en oesters happen slechts, vullen zich en worden smaakvol en rond. Bij elke hap werd het brein scherper, groter en slimmer. Dat aapje ging de wijde wereld in. Dat aapje werd de mens. Natuurlijk is het even de vraag of we vandaag de dag zo blij moeten zijn met ons succes. Maar een sterk staaltje is het wel.

Ik sta op een kotter op de Westerschelde. Naast me opent een bonk van een zeeman, dikke bos blond, zeegebleekt haar, oneindig blauwe ogen met zo’n in-de-verte-blik en gebronsde huid, dik zeventig met een uitstraling van begin vijftig, de ene na de andere mossel. Rauw. Zo naar binnen slurpen. „Machtig eten, toch?” zegt hij. Wat is het hier toch mooi aan de rand van de beschaving. „Doe me er nog maar een”, zeg ik.

f.wilbrink@telegraaf.nl

Bekijk meer van