Nieuws/Vrij

Spijt

’Ik had medewerker eruit moeten gooien’

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

„Een personeelslid dat ik had aangenomen, functioneerde totaal niet. Ik aarzelde veel te lang om hem te ontslaan, wat voor pijnlijke situaties zorgde.”

Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

„Tijdens zijn sollicitatiegesprek maakte Lars een prima indruk. We hadden dringend een daadkrachtig persoon voor de buitendienst nodig, iemand die klanten zou binnenhalen. Dat was Lars, dat wist ik zeker. Hij rolde dan ook moeiteloos zijn proeftijd door. Deze jongen zou het ver gaan schoppen.

Toen werd ik als ad interim bij een andere afdeling aangesteld, wat aanzienlijk meer tijd in beslag nam dan ik had gedacht. Bijna een jaar verloor ik Lars uit het oog.

Bij terugkomst keek ik vreemd op. „Hij gaat niet zo hard”, zei mijn vervanger. „Hij haalt zijn targets net, maar veel meer doet hij niet.”

Tijd om Lars eens flink aan te sturen. Hij had het in zich, dacht ik nog steeds. Ik riep hem meerdere keren bij me, maakte concrete plannen met hem, stelde zijn targets bij.

Hij leek enthousiast en het ging een tijdje goed, maar dan hij vergat zijn goede voornemens weer. Of had er maling aan, want hij dacht zich overal naar binnen te kunnen bluffen.

Zijn stijl viel verkeerd bij klanten waardoor zij minder geneigd waren onze producten af te nemen. Eentje belde me op: „Wie is die tweedehands-autoverkoper die je op me hebt afgestuurd?!” Dodelijk.

Tussen een vlotte babbel en blufpoker zit natuurlijk een groot verschil. Ik dacht dat hij het van nature in zich had, maar ik had me vergist. Lars moest op cursus, besloot ik, om te leren een vertrouwensband met klanten op te bouwen.

Toen raakte Lars geblesseerd tijdens een rugbywedstrijd. Hij bleef wel erg lang ziek thuis en ik ging bij hem op visite. Hij hinkte nog – of deed alsof, wie zal het zeggen.

Na zijn terugkomst bleef het aanmodderen. Die cursus wierp geen vruchten af. Ik moest het onder ogen zien: Lars was niet degene die onze afdeling een nieuwe impuls zou geven. Intussen had ik een aantal van zijn collega’s aan mijn bureau gehad: Lars was geen teamspeler, hij onttrok zich aan taken...

Hij was aan het slabakken; ik moest ingrijpen. Van hogerhand kreeg ik te verstaan dat ik moest wachten op de reorganisatie die eraan zat te komen. Dat duurde nog bijna een jaar, maar eindelijk kon Lars boventallig worden verklaard.

Ik had de grootste moeite om voor hem in te zamelen. Collega’s hadden blijkbaar zo de pest aan hem gekregen dat er een hoop zogenaamd hun portemonnee niet bij zich hadden.

Na enig aandringen gaven de meesten uiteindelijk twee of drie euro. Aan het einde van de rit had ik een schamel bedrag opgehaald. Voor de vorm legde ik er zelf nog wat bij.

Op de dag van zijn afscheid bleek een groot aantal collega’s aan het einde van de dag wanneer we zouden gaan borrelen, plotseling een afspraak te hebben. We zouden met een man of drie overblijven om Lars uit te luiden.

Die pijnlijke situatie was mijn schuld; ik had Lars veel te lang gehandhaafd. Bovendien had ik niet goed begrepen hoe groot de weerzin van zijn collega’s was geworden. Ik had geen andere keus dan de borrel met een rotsmoes af te blazen. Ik ben nog bij hem langs geweest om hem zijn afscheidscadeau te geven; een tenenkrommend bezoek.

Het was een harde les, maar de rest van mijn loopbaan ben ik radicaler geworden ten opzichte van mensen die niet functioneren. Rotte appels moet je zo snel mogelijk uit de mand gooien.”

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.

Bekijk meer van