Nieuws/Vrij

Spijt

’Vakantiehuis delen drama’

Hollandse Hoogte / Goos van der Veen

Het leek zo’n goed idee om samen met mijn zus en haar gezin een vakantiehuis op de Veluwe te kopen. Maar het liep helemaal mis.

Hollandse Hoogte / Goos van der Veen

Als kind ging ik altijd op vakantie naar de Veluwe met mijn ouders. Klasgenoten schepten op over zomers in Spanje of Griekenland, maar mijn zus en ik haalden onze schouders op. We struinden door de bossen, maakten wandelstokken van hout, verzamelden eikels en waren innig tevreden als we in de verte een zwijntje zagen.

Grappig genoeg is mijn man ook een Veluwe-fan. Toen we net kinderen hadden, huurden we weleens een huisje in dat mooie gebied. Maar naarmate de kids ouder werden en we vanwege school op het hoogseizoen waren aangewezen, rezen de kosten de pan uit. We droomden van een tweede huis waar we elk jaar zouden kunnen zitten. Op den duur zouden we goedkoper uit zijn.

Onze droom kwam ter sprake op de verjaardag van mijn zus Iris. Zij reageerde enthousiast: „Oooh, dat willen wij ook zo graag! Als we nou geld bij elkaar leggen?” We spraken af dat we naar een betaalbaar vakantiehuis zouden uitkijken waar we met onze gezinnen zouden kunnen verblijven.

Dat had nogal wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk vonden we een geschikt huis met drie slaapkamers. Het kwam op naam van Iris en haar man Luuk te staan, we betaalden uiteraard met z’n vieren de hypotheek.

Die eerste zomer was heerlijk. Het was prima weer en we waren de hele dag op pad. ’s Avonds bleek het huis wel wat krap, maar we improviseerden erop los. Beide ouderparen hadden hun eigen slaapkamer, onze dochters lagen in de derde, hun zonen sliepen in de huiskamer. Af en toe wisselden de kinderen van plek. Het paste allemaal net.

De zomer erna regende het aan één stuk door. Niet alleen werden we daardoor beperkt in onze uitjes, maar we werden er ook chagrijnig van. Halve dagen brachten we noodgedwongen in het huisje door waarbij irritaties de kop opstaken.

Niet lang daarna bleek Iris zwanger van de derde. De baby lag de volgende zomer bij haar en Luuk op de kamer en zij klaagden over ruimtegebrek. De kleine was gelukkig geen huilbaby, maar jengelde natuurlijk weleens. De kinderen in de huiskamer werden ’s nachts wakker wanneer Iris in de aangrenzende keuken een flesje opwarmde.

Vermoeid kwamen wij thuis. Ook Iris en Luuk vonden de situatie niet ideaal. We zouden het in het jaar erna anders doen: wij een week alleen in het huis, dan een week met z’n allen en vervolgens Iris’ gezin voor een week.

Die overlapweek was geen succes. Het huisje leek te zijn gekrompen. Je had geen moment rust: overal mensen, lawaai, rondslingerende spullen. De bom barstte toen Iris verwachtte dat we regelmatig een oogje op haar handenbindertje zouden houden. „Niet mijn kind”, zei ik bot.

Een paar weken later gingen we een weekendje naar het huisje. Iris en haar gezin waren immers weer thuis? Had je gedacht: het huisje was bezet. Ze zaten er zelfs de hele zomer! Hadden ze niet verteld.

Laaiende ruzie was het gevolg. Als we er niet optimaal gebruik van konden maken, wilden we van het huis af, maar ons uitkopen weigerden Iris en Luuk. Daarop stopten wij de hypotheekbetalingen. De financiële afwikkeling was een drama. Het huis werd uiteindelijk toch verkocht.

Wij sprongen er niet goed uit. Iris en Luuk ook niet. Niet alleen qua geld; we hebben geen enkel contact meer.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.