Vrij/Reizen

’Met de bus naar Transnistrië’

Op Schiphol lopen dagelijks zo’n 200.000 passagiers rond. Waar gaan ze naartoe en waar komen ze vandaan? VRIJ vraagt naar hun bestemming. Deze week vertrekken Tino, Kirsten en Tom naar Transnistrië en komen Conny en Wijny net terug uit Hongarije.

Tweede poging Transnistrië

Wie: Tino (29), Kirsten (35) en Tom (39)

Naar: Transnistrië

Accommodatie: Airbnb appartement

Tijd: 5 dagen

Reden: wijnproeverij

„We stonden hier vorig jaar ook op weg naar precies dezelfde bestemming. We hadden een reisje cadeau gedaan aan Kirsten, omdat zij was afgestudeerd op een separatistische beweging daar.

Eenmaal op Schiphol bleek dat haar paspoort voor Moldavië nog minimaal zes maanden geldig moest zijn en dat was het nét niet. Moldavië accepteert geen noodpaspoort, dus zij is naar huis gegaan en wij zijn samen vertrokken. Heel jammer, maar we hadden alles al geboekt.

Het was leuk toen, maar we wilden toch nog een keer met z’n drietjes gaan. We vliegen naar Boekarest en nemen daar de volgende dag een vlucht naar Chisinau, de hoofdstad van Moldavië.

Daar beginnen we met een wijnproeverij in de ondergrondse grotten van Cricova, één van de grootste wijnproducenten van het land. Vandaaruit gaan we met de bus naar Transnistrië, waar we twee dagen blijven. Ook hier hebben we weer een proeverij, maar dan bij de wijn- en cognacmakerij Kvint.

Daarna gaan we vanuit de hoofdstad Tiraspol met de trein naar Odessa in de Oekraïne voor wat zon, zee en strand.

We vinden het leuk om de trein te nemen, omdat je dan de omgeving op een andere manier ziet en veel locals tegenkomt.”

Kinderen helpen in Hongarije

Wie: Conny (56) en Wijny (56), Veenendaal

Terug uit: Hongarije

Accommodatie: flatje

Tijd: 12 dagen

Reden: arme kinderen helpen

Conny: „Twintig jaar geleden kwamen we voor het eerst in Hongarije om een kinderkamp voor zigeunerkinderen te organiseren. Kort daarvoor hadden we in Nederland van alles ingezameld, kleding, speelgoed, zelfs geld… We konden ons, zelf moeders, de situatie daar vooraf amper voorstellen. In het kamp zagen we vervuilde, hongerige kinderen die niets bij zich hadden. Daarna besloten we ons te gaan inzetten voor de allerarmste kinderen met onze stichting Vakeró voor Komló.

Negen jaar geleden hebben we een flatje gekocht in een zigeunerwijk, zodat we een gezamenlijke plek hebben als we daar zijn. We spreken de taal en kennen de cultuur goed. We hebben een studieprogramma voor Roma-jongeren opgezet. Minimaal twee keer per jaar gaan we een dag of tien/twaalf die kant op. Dankzij internet houden we ook daarbuiten contact.

Als we in Hongarije zijn, doen we ook van alles voor de kinderen in de wijk. We hebben dit keer bijvoorbeeld 250 pannenkoeken staan bakken. In de wijk van Komló waar wij verblijven, komen geen toeristen. In de stad wel. Hongarije is, los van de politieke situatie, een prachtig land met een heel divers landschap. Iedere streek heeft weer een eigen charme.”