Nieuws/Vrij

De geest van Sinterklaas

Goedheiligman geeft teken van leven bij graf in Ierland

In mijn reistas zitten pepernoten. Strooigoed. Wat zou strooigoed in het Engels zijn? Straks eens vragen. Ik ben op weg naar Ierland. Naar het graf van de grote heilige van onze verslaggever, Saint Nicholas. De tombe van Sinterklaas. Maar hoe komt onze goedheiligman daar nou terecht?

Mijn eerste keer als Sinterklaas. Ik vond mezelf nog wat jong, maar daar dacht de dame van het kinderdagverblijf (en moeder van mijn jongste zonen) anders over. Zij had een prachtig pak gekocht en een oudere zoon was Zwarte Piet.

Tot het moment dat de baard werd vastgeplakt, was ik gewoon Felix. Een tel later zakte mijn stem bijna een octaaf en kreeg iets langzaams, iets plechtigs. Daar kon ik niets aan doen. Sinterklaas komt over je, zo is het. Of overkomt je. Alle hulpsinterklazen hebben dat. Die langzame dictie, iets mooier Nederlands. De grote gouden ring met glinsterende robijn aan de handschoen en de staf die Piet steeds achter me aan sleurde, het grote boek waar alles instaat wat de Pieten hebben gezien, onder de arm.

De eerste keer was geweldig. Die peuters en kleuters aandoenlijk, de leidsters allemaal even aantrekkelijk, want toch een blosje als ze bij de Sint moesten komen. Na afloop deden we nog even de buurt. De Sintstem bleef, de handeling plechtig, maar Piet en ik moesten alle zeilen bijzetten toen een lief jongetje vroeg of we zijn papa in de zak wilden stoppen en meenemen naar Spanje, want hij had mama geslagen en zij moest toen huilen. Pas toen een uur later de baard afging en zoonlief was schoongepoetst, barstten we in lachen uit.

Het kinderdagverblijf lag in de Amsterdamse Pijp. Later zullen Marokkaanse schrijvers zich herinneren hoe leuk het was om Sint en Piet te pesten. Als wespen doken ze op, je was vrij wild tijdens die honderd meter lopen naar de veiligheid binnen waar de kinderschare al aan het zingen was. De derde keer werd het me te erg. Ik haalde de krul van de staf en haalde uit met de staf. De herdersstaf. Het werkte wonderlijk goed, steeds een welgemikte stoot in de buik, en er caramboleerde weer een stel rotzakjes tegen de muur. Vrij baan, de Sint komt.

Graf van Saint Nicholas

Ik schrijf deze herinneringen in een vliegtuig op weg naar Ierland, naar Kilkenny. Want ik heb iets adembenemends gehoord. In Ierland ligt het graf van Saint Nicholas. Jazeker, van Sinterklaas. Eenmaal Sinterklaas, altijd Sinterklaas, dus ik heb altijd alles gelezen over de man wiens rol ik mocht spelen, over de man die in mij was gevaren.

De heilige is ook ontzagwekkend. Naast Jezus zelf en Maria de meest aanbeden heilige ter wereld. Niet alleen door de katholieken, maar stiekem ook door de protestanten. Hij is groot bij de orthodoxen, daar is het allemaal Nikolas wat de klok slaat. Twee plaatsen vechten om de eer van zijn relieken – heilige overblijfselen – te bezitten. In het Turkse Demre, het vroegere Myra waar hij woonde en werkte.

Toen de islam er oprukte, dachten de kruisridders er goed aan te doen zijn gebeente op te graven en naar Bari en Venetië te brengen. Dat legde de heren geen windeieren, want het graf van St. Nikolaas trekt pelgrims, reken maar. Inmiddels is Myra weer in zwang.

Opgravingen ter plaatse wekken de indruk dat er een kerk onder de kerk ligt en daar is een graf gevonden... de kruisvaarders zullen toch niet hebben misgegrepen? Turkse wetenschappers denken tot nu toe van wel.

Maar ik ben in Jerpoint in het Ierse graafschap Kilkenny. Rechts van me ligt de ruïne van de St. Nicholas Church. Op het kerkhof ernaast liggen stenen en staan kruizen en graftombes. Op een daarvan, als je goed kijkt, het uitgehouwen reliëf van een man met een mijter, een lang kleed aan. Twee gezichten naast hem, als helpers, bewakers, engelen, Pieten misschien? Op een landkaart van 1839 staat het duidelijk: St. Nicholas Tomb.

Joe O’Connell is met me meegelopen. Hij de eigenaar van de grond waar we op staan. Groene jas aan, hoed op, een stok in de hand. Zoals de meeste Ieren een rasverteller. „Kijk om je heen. Wat zie je? Een hoopje steen onder de grond. Maar die hoopjes steen vormen een van de best bewaarde middeleeuwse stadjes uit heel Ierland.”

Middeleeuwse pracht

Hij wijst wat verderop: „Daar een abdij, daar een brug, een rivier, een kruispunt van wegen van west naar oost en noord naar zuid. Beter kon het helemaal niet. Onderzoek toont aan dat er in dit dorp van 120 mensen maar liefst zestig herbergen waren, dat er stevige welvaart was. Waarom? Omdat er pelgrims waren die naar Saint Nicholas kwamen. Kijk, de overlevering wil al eeuwen dat hier Saint Nicholas ligt en dat is toch vaak een belangrijke bron.”

„Zal ik heel eerlijk zijn? Toen ik dit land kocht, zo’n twaalf jaar geleden, geloofde ik er geen woord van. De twee gezichten naast het gezicht van de heilige zouden de kruisvaarders zijn zijn botten hebben meegenomen. Maar een goed verhaal is een goed verhaal. En een middeleeuwse stad uit de 12e eeuw was natuurlijk een geweldig ding. De kerk een toonbeeld van middeleeuwse pracht.”

„Alles stond op instorten. Samen met de Heritage Council hebben we er alles aan gedaan om de kerk zo goed mogelijk te conserveren. De dikke lagen klimop moesten eraf. Gaandeweg konden de graven worden beschreven en ontstond er belangstelling. Voor de grap bijna vertelde ik erbij over het graf van Sinterklaas, maar toen begon het. We bedachten een feest op 6 december met de schoolkinderen uit de buurt. Allemaal gekke sokken aan en elkaar een cadeautje geven op het kerkhof. Het sloeg geweldig aan. Hoewel Kerstmis en Sinterklaas hier natuurlijk wat door elkaar lopen. Ze noemen het ’t graf van de Kerstman.”

„De eerste keer dat we het vierden, wees mijn vrouw me er minzaam op dat 6 december ook onze trouwdag is. Een paar jaar later werd onze jongste zoon geboren. Ik vroeg haar hoe hij moest heten. Nicholas, zei ze. Ik begon te lachen, zeker omdat we naast het graf wonen. Maar wat blijkt? Haar vader en zijn vaders heten tot vijf generaties terug allemaal Nicholas! Toen begon ik te twijfelen. Er kwamen hier steeds meer mensen. Die laat ik dan deze plek zien. Weet je, als ze op de parkeerplaats staan, kan het pijpenstelen regenen maar als we zijn bij het graf zijn, wordt het altijd droog. Nee, ik ben helemaal om. Hier spelen krachten die groter zijn dan wij.”

Grote steen

Newtown Jerpoint is beroemd bij Ierse historici. Ian Doyle, hoofd van de Ierse Heritage Council, spreek ik een dag later in Kilkenny. Wanneer hij over Jerpoint praat, lichten zijn ogen op. „Uniek gebied. Gisteren is eindelijk besloten dat we daadwerkelijk gaan proberen een beetje in de grond te kijken. Een student gaat er een jaar lang een project van maken. Tot nu toe hebben we radarbeelden, we weten waar de huizen stonden, waar de landerijen lagen, de straten, het dorpsplein.”

„Naast het graf van St. Nicholas ligt een grote steen. We weten dat die ooit in het midden van de stad stond. Als de voet van een groot kruis. Je betaalde er je huurpenningen ten overstaan van de hele bevolking zodat niemand ooit zou kunnen zeggen dat je niet had betaald. We hebben afrekeningen van eigenaren van het gebied waar tot op de cent nauwkeurig staat wie wat wanneer heeft betaald. En unieke plek. Onder de grond ligt een schat aan informatie te wachten.”

Dan de vraag: is dat echt St. Nicolaas? Ian Doyle begint te lachen: „Ik vloog ooit over het graf om foto’s van de omgeving te maken. Opeens begon het vliegtuig te piepen, we vlogen te laag en te langzaam. En toch... Nee hoor, er is geen andere aanwijzing dan die uit 1839 en natuurlijk dat die kerk uit 1200 stamt en altijd al aan St. Nicholas is gewijd. Het graf heeft overigens op een andere plek gelegen. Maar de familie Hunt die het stuk land jaren in bezit had, heeft er een privé-grafveldje gemaakt en de heilige opzij geduwd.” Ian Doyle kijkt me onderzoekend aan. „Heb ik nou het verhaal verpest?” Dat heeft hij niet, dat kan hij niet meer. Lees maar verder.

Hoezo bestaat hij niet?

We gaan weer een dag terug. Ik zie Joe O’Connell weglopen, terug naar zijn prachtige countryhuis dat over deze unieke plaats uitkijkt. Ik loop naar mijn auto, kom terug, maak een fotootje van een handje pepernoten dat ik op het graf heb gelegd. Flauw, ik haal ze weer weg. Loop naar het huis waar ik met de jonge Nicholas kennismaak. Hij krijgt de zak pepernoten en is er heel tevreden mee.

Terug, nog één keer dan. Ik loop langs twee ezels waarmee ik inmiddels goed bevriend mee. Sta naast de steen. Gebarsten (ooit een boom op gevallen), de ridders naast het hoofd van de goedheiligman kunnen net zo goed engelen zijn. ’Een geliefde middeleeuwse priester, misschien’ heb ik gelezen.

Dan begint mijn telefoon te piepen. Een WhatsAppje. Mijn ex, ja, die van het kinderdagverblijf. „Ik zit hier met een doos ouwe foto’s, moet je kijken wat leuk...” schrijft ze, zich volkomen onbewust van het feit waar ik op dat moment ben. Ze stuurt een hele reeks foto’s. Het zijn foto’s van mij als Sinterklaas. Precies, waarover ik eerder in dit verhaal vertelde. Hoezo Sinterklaas bestaat niet?

Honden en schapen

Jerpont Park van Joe en Maeve O’Connell is geopend vanaf 1 april tot 28 oktober en daarbuiten als je het vriendelijk vraagt. In het seizoen geeft Joe O’Connell ook demonstraties met zijn honden en schapen. Er zijn kinderactiviteiten en een geweldig leuke rondleiding. Verderop kun je Jerpoint Abbey bezoeken. Na afloop naar het prachtige hoofdstadje Kilkenny waar je een jaar kunt wonen zonder ooit één avond naar dezelfde pub te gaan.

jerpointpark.com

Bekijk meer van