3020495
Vrij

SPIJT

’Ik heb haar brief nooit gelezen’

In onze rubriek SPIJT vertellen lezers over hun ervaringen. Deze week: „Volkomen onverwacht verliet mijn vriendin mij. Ze liet alleen een brief achter. Maar ik wilde niet weten wat ze te zeggen had. Nooit!

Toen ik Hanna leerde kennen, was ik halverwege de twintig. Ik woonde net op mezelf in een kleine flat. Zij was jonger, studeerde en woonde bij haar ouders. Ze hintte dat die situatie niet ideaal was.

Al na een paar maanden trok Hanna bij me in. Uiteraard was het wennen aan elkaars gewoontes, maar we ergerden ons niet aan elkaar. Ik zei nadrukkelijk dat als ze ooit ergens mee zat, alles bespreekbaar was. Daar knikte Hanna ernstig bij: „Natuurlijk!”

Ik bekeek het leven door een roze bril. Weliswaar had ik een drukke baan, maar ik keek er altijd naar uit om bij Hanna te zijn.

Zo ook die vrijdag. Ik stak de sleutel in het slot en riep dat ik thuis was. Het bleef stil. In de keuken brandde een lamp, maar Hanna was er niet. Gek, want we hadden afgesproken om uit eten te gaan.

In de slaapkamer stond de kledingkast open. Alsof ik in een film was beland: aan Hanna’s kant zag ik alleen lege hangertjes.

Ook elders in de flat waren al haar bezittingen verdwenen, zelfs een kastje dat ze laatst had gekocht. Daar moest ze hulp bij hebben gehad. Dit was erg definitief.

In de huiskamer lag een brief op tafel, met mijn naam erop in Hanna’s handschrift. Ik schonk een flinke borrel in en heb een tijdje naar die brief zitten staren. Daarin gaf ze waarschijnlijk tekst en uitleg.

Maar waarom had ze niet gewoon met me gepraat als haar iets dwarszat? Waarom moest zij stiekem met al haar spullen verdwijnen? Het was bijna een agressieve daad. Alsof het niet genoeg was om zomaar de deur achter zich dicht te trekken, alsof zij me extra wilde kwetsen. Ik heb ook mijn fouten, maar dat verdiende ik niet.

Ik was volledig van de kaart, maar één ding wist ik heel zeker: ik ging die brief niet openmaken. Nooit. Hanna had niet laten merken dat ze ongelukkig was, dan had zij er ook geen recht op dat ik zou vernemen wat eraan mankeerde. Ik kon er trouwens niet eens meer iets aan doen. Ik vermoedde dat ze weer bij haar ouders zat, maar ik zou niets van me laten horen.

Familie en vrienden waren net zo verbijsterd als ik. ’Maar waarom dan?’ wilden ze weten. Ik vertelde over de brief, maar daar kreeg ik spijt van. Had ik mijn mond maar gehouden! Had ik maar gezegd: ’geen idee’.

Want binnen de kortste keren nam die brief mythische proporties aan. Iedereen praatte me op in. Vooral mijn broer: „Man, je kunt toch niet verder zonder dat je weet wat er scheelde? Lees die brief nou maar. Je hebt ’m toch nog?”

Ja, ik had ’m nog. In een la opgeborgen. Maar van al die mensen die me bleven pushen, werd ik nog gekker dan van de brief zelf. Ik wist ook dat als ik zou lezen wat Hanna op haar lever had, ik daarvan misschien nog veel meer in de war zou raken.

Dus pakte ik een schaar, knipte de brief in honderden stukken en gooide ’m in de afvalemmer. Zo!

Het voelde goed om daar in de loop van de week aardappelschillen, kaaskorsten en verpakkingen bovenop te gooien. Want dat was de brief in mijn ogen: troep.

Vele jaren later, ik had inmiddels een gezin, zag ik Hanna een restaurant binnenkomen dat we net verlieten.

Zij leek op het punt om me aan te spreken, maar ik keek dwars door haar heen.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 575 woorden, naar vrij@telegraaf.nl.