Nieuws/Vrij

SPIJT

'Dat eeuwige vakantiehuis'

De Telegraaf

Daar zijn we weer. De bomen ruisen, de vogels fluiten. Met een schepnetje haal ik bladeren uit het zwembad. Achter mij hoor ik mijn vrouw bezig in de keuken. Over een minuut of vijf komt postbode Jean Pierre na zijn werkdag langsfietsen. ’Bonjour!’ zal hij roepen. Ik zal mijn hand opsteken. Daarna ga ik met een wijntje in de tuin zitten, een boek op schoot. Heel idyllisch, zo’n vakantiehuis in Frankrijk. Maar ook zo voorspelbaar.

De Telegraaf

Zo’n zes jaar geleden nodigden vrienden ons uit om een weekeinde bij hen in de Dordogne te komen logeren. We waren onder de indruk van hun huis en de landelijke omgeving.

Ik wist al hoe laat het was toen ik mijn vrouw vragen hoorde stellen. Hoe waren onze kennissen aan het huis gekomen? Waarop hadden ze gelet bij aankoop? Hoelang had de verbouwing geduurd? Hadden ze veel problemen met de aannemer gehad? Op de terugweg zei mijn vrouw: „Zou het niet fijn zijn om een eigen plek te hebben?”

Een jaar later waren we op vakantie in een dorpje in de Auvergne toen we stomtoevallig tegen een pand aanliepen dat te koop stond. Geen krot, maar het was duidelijk dat er veel aan moest gebeuren. We hadden best zin in een project.

De renovatie viel gelukkig mee. We namen plaatselijke werklui in de arm die zich wonder boven wonder aan de afspraken hielden en goed werk leverden. Ze maakten van twee kleine kamers één grote huiskamer, de keuken kreeg een modern jasje, boven kwam een tweede toilet.

Een tuinman nam de woestenij achter het huis onder handen. Daar kwam een verwaarloosd zwembad onder vandaan. Ook daar moest het nodige geld in worden gestoken. We waren blij: dit werd ónze plek!

Toen dat achter de rug was, moesten we ons het huis eigen maken. Mijn vrouw ontfermde zich over de inrichting, ik hing de schilderijtjes op. Of ik zorgde voor een schommel in de tuin voor de kleinkinderen. Ik timmerde, ik zaagde, ik boorde.

Ik wilde weleens middagje met een pilsje in de tuinstoel hangen, maar dan moest er weer ergens een spijker in worden geslagen. Of we bezochten een brocantemarkt voor leuke snuisterijen.

Langzamerhand waren we tevreden. Toen konden we ook met goed fatsoen familie en vrienden uitnodigen om een of twee weken te komen logeren. Gezellig! Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Zo’n twee jaar geleden vierden we er vakantie toen ik zomaar werd overvallen door een gevoel van ontzettende verveling.

Altijd maar weer hetzelfde. Hetzelfde huis, dezelfde omgeving, dezelfde mensen, dezelfde boulangerie, hetzelfde restaurantje. Waar was het avontuur? Was ik nou zo verwend? Ik durfde er niet over te beginnen. Al dat geld, al die energie... Zo’n huis doe je toch niet zomaar weer van de hand?

Maar vorige week zei mijn vrouw tijdens het ontbijt: „Ik droomde dat we in Noorwegen waren.” Ik zei voorzichtig: „Zou je daar eens naartoe willen?” We schoten onbedaarlijk in de lach. Ik weet waar het op uitdraait: ons vakantiehuis gaat in de verkoop.

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal naar vrij@telegraaf.nl.

Lees ook:

'Die rothond verpest mijn leven'

'Had ik maar eerder leren lezen'

'Mijn steenrijke broer scheepte me af'