Nieuws/Vrij

Gokken op ellende

Filmrecensie: The Big Short

De financiële bomen leken tot in de hemel te groeien, tot ze in 2008 plotseling bij bosjes omvielen. In The big short portretteert regisseur Adam McKay een aantal beursbengels die deze crisis al lang van tevoren hadden zien aankomen. En daar zelfs flink op hadden ingezet.

Christian Bale geeft gestalte aan zo’n dwarse belegger en speelt Michael Burry, een sociaal nogal onhandige man met een groot cijfermatig inzicht. Hij ontdekt dat de wortels van het financiële stelsel zwaar zijn aangetast door een overmaat aan risicovolle hypotheken.

Burry wordt algemeen voor gek verklaard, maar houdt koppig vol dat de economische zeepbel op knappen staat. Daarom belegt hij voor honderden miljoenen in ’shorts’: opties die bij een koersdaling juist geld zullen opleveren. Slechts een paar slimmerds weten zijn inzichten wel op waarde weten te schatten, onder wie fondsmanager Mark Baum (Steve Carell) en bankenman Jared Vennett (Ryan Gosling).

Alles uit de kast

The big short, genomineerd voor vijf Oscars, is gebaseerd op het gelijknamige non-fictieboek van Michael Lewis. Om de soms wat technische details behapbaar te maken, trok de regisseur alles uit de kast. Zo mag actrice Margot Robbie zich vanuit haar schuimbad rechtstreeks tot het publiek wenden voor de nodige uitleg en krijgen ook andere beroemdheden zo’n educatief moment toebedeeld. Terwijl zij volkomen zichzelf mogen blijven, verdwijnen de andere acteurs volledig in hun rol.

Kritische eenlingen als Baum en Burry lijken in de film aanvankelijk ongelijk te krijgen, doordat banken, kredietbeoordelaars en zelfs toezichthouders elkaar tot in de afgrond blijven dekken. Baums verbijstering daarover wordt al snel de onze in dit komische drama met een hoog realiteitsgehalte. Dat geen van de verantwoordelijken voor de crisis die volgde uiteindelijk de rekening gepresenteerd kreeg, is zelfs om furieus van te worden. Knap genoeg maakt The big short dat we ergens ook wel weer om die enormiteit moeten lachen.