481325
Vrij

<p><strong>Padvinders vs. zombies</strong></p>

’Scouts guide to the zombie apocalypse’

Zombie-films op de hak nemen is inmiddels geen zeldzaamheid meer. Het is zelfs een genre: de zom-kom. Shaun of the dead en Zombieland zijn er geslaagde voorbeelden van, vooral dankzij originele en inventieve grappen.

Helaas ontbreken die grotendeels in Scouts guide to the zombie apocalypse.

De eerste tien minuten zijn nog wel aardig. Na een lekkere slapstick-opening, krijgen we een versleten video van een lokale scouting voorgeschoteld. Het übersuffe clubje kent inmiddels nog maar vier leden, inclusief de overenthousiaste hopman. Best geestig, die vet aangezette lulligheid.

Helaas gooit regisseur Christopher Landon het al snel over een andere boeg. De scouts zijn eigenlijk doodnormale jongens, die op hun leeftijd aan andere dingen beginnen te denken. Feesten met leuke meiden bijvoorbeeld. Zo wordt het eigene dat Scouts guidehad kunnen hebben, ingeruild voor een formule à la tienerkomedie Superbad, alleen dan zonder de rake grappen en ontwapenende chemie tussen de hoofdrolspelers.

Wat overblijft is het smeerfestijn dat van start gaat als de jongens erachter komen dat er een zombie-epidemie is uitgebroken. En dat komt nergens van de grond. De beste grappen zijn slapjes gerecycled uit eerdere zom-koms, de slechtste zijn zelfverzonnen lolletjes rondom toegetakelde genitaliën. Landons inspiratie reikte blijkbaar niet verder dan het begin.