501094
Vrij

P.F. Thomése over verfilming van zijn ’J. Kessels: the novel’

’Ik ben niet het personage Thomése’

Ongemakkelijk vond hij het niet, wel een tikje bizar. Schrijver P.F. Thomése zag met plezier hoe acteur Fedja van Huêt een typetje van hem maakte in de nieuwe speelfilm J. Kessels, die aanstaande woensdag het Nederlands Film Festival in Utrecht opent.

„Tja, dan doe je al je hele leven je best om een genuanceerd beeld van jezelf neer te zetten, eindig je toch als een soort clichéschrijver met een writers’ block en een oude typemachine”, zegt Thomése ironisch.

De in Haarlem woonachtige schrijver, die op dit moment veel succes oogt met zijn roman De onderwaterzwemmer (in het serieuzere genre dat hij naast zijn J. Kessels-boeken vooral beoefent), bedoelt het beslist niet kwaad. Hij vindt dat regisseur Erik de Bruyn en de acteurs goed werk hebben afgeleverd.

„Ik heb eigenlijk helemaal niet het gevoel dat Fedja mij speelt, want het personage Frans Thomése ben ik niet één op één. Ja, ik heb raar haar, maar zulk raar haar?” grapt hij. „Op de uitgeverij hebben ze er meer moeite mee. ’Je bent het niet’, zeggen ze dan. Nee, maar ik word er ook niet lelijker op, zeg ik dan. De laatste keer dat ik Fedja van Huêt op het toneel zag speelde hij in Richard III, dat is best een overgang.”

Thomése denkt te weten waar Van Huêt zijn inspiratie vooral vandaan haalde. „Natuurlijk heeft hij goed naar mij gekeken, en naar mijn motoriek. Maar ik denk dat hij nog beter heeft gekeken naar Johnny Depp in Fear and loathing in Las Vegas, naar het boek van Hunter Thompson. Depp schmiert ook de hele film door. Ze doen allebei aan ’overacting’, zegt hij. „Maar daar leent het personage zich voor. En Depp is natuurlijk een goede om je aan te spiegelen.”

 

Waar hij zich dan wel in herkent? „Zoals de schrijver zich gedraagt in bepaalde ongemakkelijke situaties, het gevoel van totale misplaatstheid”, aldus Thomése. Zo is er een scène waarin de schrijver wordt meegetroond door een Duitse hoer in Hamburg, maar op de achterbank van een auto komt hij door een jeugdtrauma niet tot de daad.

„Ja, ik kan oprecht zeggen dat ik blij ben met de film. Eerlijk gezegd hield ik mijn hart vast toen ik het scenario las. Een script is zo anders dan een boek, alsof je roman op een derderangs manier wordt herschreven. Maar gelukkig is film meer beeld dan dialoog. Wat ik er heel goed aan vind, is de nostalgie. In zekere zin is het een ongebruikelijke film. Hij heeft iets groezeligs en nostalgisch.”

Een film noir-achtige zwarte komedie, zo zou je J. Kessels kunnen typeren. Thomése heeft dus geen moeite met zichzelf in de persoon van Van Huêt, maar lastiger is voor hem het personage J. Kessels. „Dat is namelijk gebaseerd op een goede vriend van mij. Frank Lammers lijkt totaal niet op hem. Lammers is zo’n onvermijdelijk type, die laat geen ruimte voor een andere verbeelding. Hij wilde de echte J. Kessels ontmoeten, maar die had daar geen zin in”, aldus de schrijver, die zijn boezemvriend Kessels nog kent uit de tijd dat ze allebei journalist waren bij het Eindhovens Dagblad. Hij prijst de acteurs, omdat ze zijn boek goed hebben gelezen. „Ze hebben zich de geest van mijn boek echt eigen gemaakt.”

Thomése speelt in zijn roman een literair spel, waarbij hij als schrijver zo nu en dan uit het verhaal stapt. Ook dat heeft De Bruyn goed gedaan in de film. „Dat is natuurlijk heel lastig, maar door die voice-over werkt het.”

Thomése zou zelf wel het scenario willen schrijven voor zijn andere J. Kessels-boek Het bamischandaal. „Maar het duurt altijd zo lang voor de film er is. De Bruyn stond vier weken na het verschijnen van J. Kessels al op mijn stoep. Uiteindelijk duurde het zes jaar. Een boek schrijf je in een vrolijke roes van een maand of vier tot vijf. Maar het lijkt me wel spannend om het scenario voor de volgende J. Kessels-film te schrijven, mocht die er komen.”

’J. Kessels’ gaat 23 september in première op het NFF in Utrecht en is vanaf 1 oktober te zien in de bioscoop.