Nieuws/Vrij

Skylines

De Russische ruimte

Door Pieter Waterdrinker

Rusland begint feitelijk al vlak na Winterswijk. Als u even op de wereldkaart kijkt, dan ziet u dat de enclave Kaliningrad (het voormalige Oost-Pruisen dat na 1945 door de Stalin werd ingelijfd) angstig dicht bij Nederland ligt. Gaat u met uw vinger helemaal naar rechts, dan ziet u dat Rusland eveneens grenst aan het Satansrijk Noord-Korea.

„Ons land is als een warme, maar veel te ruime bontjas”, sprak laatst mijn stokoude buurvrouw die zelf na de eerste Moskouse mistnevels alweer haar mottige Pers heeft aangetrokken. Vroeger had Rusland elf tijdzones; inmiddels is dat teruggebracht naar negen. Het is moeilijk uit te leggen welk gevoel het is om in zo’n immens groot land te wonen. Een besef waarvan iedere Rus is doordrongen. Eigenlijk is Rusland geen land, maar een ruimte.

„Wat nou ruimte?” wierp een Amsterdamse vriend eens tegen. Ik had getracht hem de verslavende charme van de Russische weidsheid uit te legen. „Als ik hier op mijn fiets stap en ik rijd de polders in, dan heb ik ook de ruimte.”

Zeker, maar de Russische ruimte is niet louter fysiek, die is vooral mentaal. Je kunt in de trein tien dagen mediterend door Rusland zoeven, dan wel elf uur erboven in een vliegtuig.

In de grote steden met zijn miljoenen inwoners, maar ook in de bossen, op de taiga kun je volstrekt alleen zijn. Opgaan in de anonimiteit of de overweldigende natuur. Niet bestaan en daarom juist bestaan.

In de Sovjettijd, toen de onderdrukking door het communistische regime evident was en vrijwel niemand de USSR kon verlaten, kende men het verschijnsel van de ’innerlijke emigratie’. Men leefde wel in het land, maar hield zich zo afzijdig mogelijk van alles wat met de macht, de machthebbers en het systeem te maken had. Men trok zich terug in zijn schulp, in de eigen kring. De buitenwereld was vijandig.

Toen ik onlangs Kaliningrad bezocht, werd ik getroffen door de innerlijke emigratie bij met name de jongeren. Het was echter geen treurige, nurkse, dissidente, depressieve afzijdigheid die werd betracht. Eerder een vrolijke, een kolkende. Moskou? Ach, dat lag ver weg. Het Kremlin had pas een nieuwe gouverneur naar Kaliningrad gestuurd. Voor een half miljard dollar was een nieuw stadion gebouwd voor het WK 2018, met de nodige verhalen over smeergeld. Maar verder sprak niemand over de machthebbers, over Poetin. Die was zo vanzelfsprekend als de maan. Voor de rest waren ze vooral bezig te leven. Ze waren trots op hun stad, op hun dierentuin, op hun bossen, blonde stranden, op het feit dat de hoofdstad inmiddels winkels, restaurants en clubs van internationaal niveau kent.

„Ik heb een half jaar in Antwerpen gestudeerd”, zei een meisje dat inmiddels voor een bank werkt. „Mooie stad hoor, maar als je even te onvoorzichtig met je arm zwaaide, dan was je al in Holland. Het was me te benauwd.” Ik trof haar op een feestje waar de ouders van de ene in Siberië woonden, van de andere aan de Chinese grens, van weer een ander boven de Poolcirkel.

„De westerse jeugd heeft met Airbnb en de cheap flyers de aardbol ontdekt”, sprak een student uit Moskou. „Maar dat hadden onze ouders en grootouders al in de Sovjet-Unie gedaan. De Russische ruimte is nog steeds een geheel eigen wereld.”

In Skylines berichten onze correspondenten in Parijs, Moskou, New York en Londen over wat hen opvalt.

Door Pieter Waterdrinker

Correspondent Moskou