Nieuws/Vrij

Papa wil dood

Filmrecensie| Nena

Het is de zomer van 1989. De Muur wankelt, zure regen valt en op de walkman luistert iedereen naar Milli Vanilli. Intussen zit de 16-jarige Nena (Abbey Hoes) vol in haar puberteit: ze scheurt rond op een snorfiets, ontdekt het uitgaan en wordt verliefd op de hunk van het dorp. Maar echt genieten van haar jonge jaren kan ze niet. Want thuis ligt Martin (Uwe Ochsenknecht), Nena’s vader die MS heeft, volledig verlamd en niet meer wil leven.

Met haar speelfilmdebuut Nena schetst regisseuse Saskia Diesing een rauw, aandoenlijk en semiautobiografisch dubbelportret van een puber. Aan de ene kant zien we een vrijgevochten Nena die haar levenslust en opspelende hormonen de vrije loop laat. Aan de andere kant is daar de verdrietige dochter die maar moeilijk met de doodswens van haar vader kan omgaan. Eerst snauwt ze hem af, dan weer spelen ze een potje schaak en bespreken de beste manier waarop Martin uit het leven kan stappen. „Dan toch maar pillen doen?”

Het zijn Abbey Hoes (Koning van Katoren, Razend) en Uwe Ochsenknecht (Das Boot) die deze schurende vader-dochterrelatie prachtig neerzetten. Hun natuurlijke chemie maakt van Nena een even pijnlijk als komisch drama over een meisje dat onder bijzondere omstandigheden snel volwassen wordt.