Nieuws/Vrij

Boeiend oerwoud

Filmrecensie| Once upon a forest

Natuurdocumentaires schieten de afgelopen tijd als paddenstoelen uit de grond. Niet zo gek, gezien het succes van bijvoorbeeld De nieuwe wildernis, maar op een gegeven moment is het wel even genoeg.

Gelukkig heeft de Franse documentaire Once upon a forest een andere insteek.

Imponeren doen de makers hier niet met mooie beelden, maar met fascinerende wetenswaardigheden.

De documentaire beschrijft hoe een kaalgekapt gebied er 700 jaar over doet om uit te groeien tot een volwaardig woud. Opwindend klinkt dat niet, maar schijn bedriegt.

Regisseur Luc Jacquet komt net als in zijn Oscarwinnende documentaire March of the penguins met intrigerende feitjes. Hoe nieuwe rupsensoorten bijvoorbeeld immuun worden voor het gif van de passiebloem, en hoe die bloem zichzelf vervolgens opnieuw beschermt door andere vormen aan te nemen.

Een mooi voorbeeld van evolutie in actie. Once upon a forest zit vol met dat soort leuke weetjes. Om zijn verhaal te verduidelijken, maakt Jacquet gebruik van animaties binnen zijn natuurbeelden.

Heel fraai oogt dat niet, maar het is functioneel, en daar gaat het om. Once upon a forest laat zien hoe vernuftig de natuur in elkaar steekt.