Vrouw/Verhalen achter het nieuws
1037295671
Verhalen achter het nieuws

Verhalen achter het nieuws

’Een willekeurige 23-jarige mag bij mijn moeder en ik niet?!’

De moeder (90) van Esther Versprille (55) woont in een kleinschalige woon/zorggemeenschap voor mensen met dementie. Moeder en dochter moeten elkaar al tien weken missen, omdat bezoek sinds de corona-uitbraak niet toegestaan is. De gang van zaken is Esther tegen het zere been. „Hebben ze de bewoners om hún mening gevraagd? Nee!”

Esther keek ernaar uit: na zo’n twintig jaar in het buitenland te hebben gewoond, verhuisde ze eind maart terug naar Nederland om in Amsterdam op steenworp afstand van haar moeder Toos te gaan wonen. In die twintig jaar vloog ze maandelijks terug om haar moeder te bezoeken. Nog voordat ze het vliegtuig in was gestapt om definitief terug te keren, ging de woon/zorggemeenschap waar haar moeder woont, op slot. Door de coronacrisis mogen bewoners het complex niet meer uit en is bezoek niet meer toegestaan.

Eén been in het graf

„Al sinds 15 februari heb ik haar niet meer gezien, behalve via Skype zo nu en dan. Toen er nog sprake van was dat dit twee of drie weken zou duren, had ik daar alle begrip voor. De wereld stond in brand, dit was een noodsituatie. Maar we zijn inmiddels tien weken verder en deze mensen, die allemaal een vorm van dementie hebben, zitten nog steeds opgesloten. We hebben het hier over ouderen die, door hun dementie, allemaal met één been in het graf staan - hoe hard dat ook klinkt. Preventieve maatregelen en medicatie voor andere aandoeningen worden vaak achterwege gelaten, omdat je ouderen met dementie niet onnodig lang in leven wilt houden.”

Ontnemen van vreugde

„De meesten weten dat ook. Het leven is eindig en ze zullen op een bepaald moment sterven. De meesten zijn daar ook toe bereid, ze weten wat komen gaat en kunnen hun berusting vinden als het moment daar is. Waarom ontnemen we deze groep mensen dan hun sociale contact; vaak het enige dat hen nog vreugde brengt? Dat lichamelijk contact, die arm om ze heen: juist dáár is zoveel behoefte aan. Maar dat lichtpunt is bij hen weggehaald zonder hen zelf te vragen wat zij daar eigenlijk van vinden! Het is vóór hen besloten dat ze opgesloten worden, maar wie zegt dat zij zulke vergaande bescherming voor het virus belangrijker vinden dan het contact met hun familie?”

Onnatuurlijke situatie

„Ik zeg natuurlijk absoluut niet dat we zonder aarzeling het virus maar z’n gang moeten laten gaan in verpleeg- en verzorgingshuizem, integendeel. Natuurlijk is het voor veel mensen vreselijk als zij, of hun naasten ziek worden. Maar mijn punt is: deze mensen is niet naar hun mening gevraagd, dus enige ruimte voor een tussenoplossing of iets dergelijks, is er ook nooit geweest. Vergeet niet dat deze mensen de oorlog hebben meegemaakt en nu wéér oppgesloten worden. ’Toen waren we tenminste nog met familie’, heb ik al iemand horen zeggen.”

„Bovendien vind ik de situatie ook nog eens ontzettend krom. Omdat in de woon/zorggemeenschap van mijn moeder wordt gewerkt met parttime-zorgmedewerkers en zzp’ers, zijn er in de afgelopen acht weken al veertig mensen over de vloer geweest bij de bewoners. Veertig man, zonder mondkapje en beschermend materiaal, die allemaal buiten komen, naar de supermarkt gaan, vrienden zien wellicht… Een willekeurige 23-jarige mag bij mijn moeder, maar ik niet? Dat voelt heel onnatuurlijk. Ik noem dat schijnveiligheid.”

Met Toos, Esthers moeder, gaat het naar omstandigheden goed. „Zolang ze haar natje en haar droogje heeft, redt ze het aardig. Ze is licht dementerend en herkent mij gelukkig gewoon als ik met haar Skype. Ik maak me om andere bewoners meer zorgen, bijvoorbeeld degenen die nog naar buiten gingen. Weten zij straks de weg nog wel naar de markt of het park? Hoe gaat de omslag weer zijn als ze straks wél bezoek mogen ontvangen? Ik denk niet dat deze periode hen goed gedaan heeft.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.