Vrouw/Columns & Opinie
1049781360
Columns & Opinie

Columns & opinie

’All you can eat-vreetschuren: waar zit onze rem?’

Hester Zitvast schrijft over dat wat haar opvalt in het nieuws en het dagelijks leven. Dit keer over ’vreetschuren’; all you can eat-restraurants met lopend buffet. ’Het concept is typerend voor hoe we met z’n allen leven: mateloos.’

Bomvol

„We waren een weekendje weg, mijn vriend en ik en onze dochters van acht jaar en vier maanden. Zo ergens tegen etenstijd bedachten we dat we nog een tafeltje moesten reserveren. De eerste drie telefoontjes naar restaurants in de omgeving vingen we bot: de horeca zat bomvol. Mijn oog viel op een wereldrestaurant, zo’n all you can eat-vreetschuur met lopend buffet en chocoladefontein.

Inclusief

Dat laatste woord hoorde onze dochter. Er was geen weg terug en ook nog eens volop plek. We hadden beter moeten weten. Al bij aankomst zonk de moed me in de schoenen. Menig crematorium heeft meer sfeer. 90 euro rekenden we, nog voor we ook maar één hap hadden genomen, af voor ons drieën. ’Inclusief onbeperkt wijn en bier,’ lichtte de gastvrouw toe. En toen gingen we de klapdeuren door.

Voedselhemel

Overal waar we keken liepen mensen. In de ’Europese hoek’ deden wat kinderen tikkertje. We werden naar ons tafeltje geloodst, langs het ’Kids Buffet’ waar een man vol overgave zijn bord vollaadde met minifrikadellen en kaassoufflés. Hij stak er al een in zijn mond voor onderweg.

Onze dochter waande zich in de voedselhemel. Nog geen tien minuten later had ze acht patatjes en drie miniloempia’s op. ’Ik ga een toetje halen,’ riep ze. We konden al bijna naar huis.

Verre van appetijtelijk

Ik bleef maar verbaasd om me heen kijken. Naast ons een tafel met vier dames die het ene na het andere overvolle bord van de wok haalden én opaten. Ook wij kozen voor een vers wokje; al het andere zag er zo broeiend onder de warmhoudlampen verre van appetijtelijk uit.

We wisselden elkaar af, mijn vriend en ik – er moest immers iemand bij de baby blijven. Zo nu en dan zagen we onze dochter voorbijkomen met een brownie of een volledig in chocolade ondergedompelde wafel; een sugarhigh was onafwendbaar.

Fatshaming

’Bijna iedereen hier heeft overgewicht,’ constateerde ik. Dat mag je natuurlijk niet zeggen en liever ook niet denken, want iedere opmerking met betrekking tot zwaarlijvigheid wordt tegenwoordig weggeschreven onder fatshaming. Achter al die kilo’s schuilt vaak een onderliggend probleem of heel veel verdriet.

Nou; in de basis zie ik het vooral misgaan bij het feit dat er bij één all you can eat-bezoek op één avond een weekvoorraad aan calorieën wordt verstouwd. Waar zit onze rem?

Rupsjes nooitgenoeg

Het hele vreetschuurconcept is typerend voor hoe we met z’n allen leven: mateloos. Rupsjes nooitgenoeg zijn we. Niet alleen op eetgebied trouwens: we wisselen van interieur alsof banken en eettafels wegwerpproducten zijn. We kopen shirtjes ’voor de leuk, maar na één keer wassen helemaal verkleurd – ach, wat wil je voor die prijs’.

Knop om

Eén keer per jaar op vakantie gaan vinden we maar karig. Ik zie op social media mensen die iedere maand wel een keer naar Dubai of Ibiza vliegen – alsof het een retourtje Purmerend betreft. Het kan allemaal niet op en we vinden ook dat we er recht op hebben. In onze oneindige hang naar meer, meer, meer maken we de wereld en onszelf kapot. Er moet echt een knop om, maar ik vrees dat dit niet gaat gebeuren.

Culinair snobisme

Ik zou wel eens willen weten hoeveel er aan het einde van zo’n all you can eat-avond in de kliko verdwijnt. Of worden de van vet doordrenkte voedingsmiddelen de dag erna opnieuw opgewarmd? Ook een optie natuurlijk; ik weet niet wat ik erger vind.

Ik ga er niet meer heen en dat is geenszins culinair snobisme, want ik heb al net zo weinig met een restaurant waar je opgeprikt moet zitten en veertien gangen moet doorlopen. Dan maar geen chocoladefontein, dan maar geen wijn-en-bier-inclusief. Het voelt gewoon niet goed.

Vol

Toen we uitgegeten waren en in de gang de baby vastsnoerden in de Maxi-Cosi, kwamen er twee mannen de klapdeuren door. ’Heeft het gesmaakt?’, vroeg de gastvrouw.

’Ja, we zitten vol,’ zei de ene man, terwijl hij voldaan met zijn hand over zijn bolle buik wreef. Vol. Dat is dus de graadmeter: tot aan de rand afgevuld. Bah.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.