Vrouw/Lezerscolumn
112553156
Lezerscolumn

Open brief

Aan de maaltijdbezorger die mij in het gezicht spuugde

Margriet Marbus (50) werkt als freelance journalist voor VROUW en schreef een open brief aan de maaltijdbezorger die haar gisteren in haar gezicht spuugde.

Ik zag je wangen samentrekken, opbollen en je mond naar mijn open raampje gaan. Ik dacht nog: ’arm voor je gezicht, arm voor je gezicht’. Maar ik deed het niet. Ik deed niets. ’Flatsch’ daar was het. Een douche van spuug. Je lachte. „Kech! Met je vuile, vette kar!”

Leenauto

Nog geen 60 seconden daarvoor stond ik achter je. Ik ben journalist. Ik woon niet in Nederland maar in het Midden Oosten. Ik rij als ik hier ben in een leenauto van een vriend. Een Golfje. Maar die was niet beschikbaar. Wat wel beschikbaar was, was de auto van iemand anders. Geen Golf. Maar een mooie, luxe wagen. „Nee, nee,” zei ik nog. Autorijden is niet één van mijn talenten.

Maar ik had niets anders, moest juist gisteren naar veel afspraken en ik had een auto nodig. Ook al was het geen handige wagen en veel te luxe met mijn onhandigheid in het verkeer. Dus stond ik met die auto achter je, een maaltijdbezorger van een jaar of 20 op een scooter, op een druk kruispunt in Amsterdam. Het stoplicht ging op groen. De twee auto’s voor je begonnen te rijden. Jij niet. Jij stond stil.

Scheldwoorden

De man van de mensenrechtenorganisatie met wie ik had afgesproken, zat al een dikke vijfentwintig minuten te wachten. Het licht sprong op oranje. Verdorie! Ik drukte de claxon in. Je keek om. Je bleef stilstaan. Uit frustratie toeterde ik nog een keer. Het licht sprong op rood. Rechts naast mij zat een echtpaar op een motor. Ze keken allebei star voor zich uit. Je zette je scooter neer. Stapte af en liep op mij af. Dreigend met het soort loopje dat een mens maakt als je iemand gaat slaan. Maar dat kon niet. Ik zat in de auto. Die luxe leenauto. Je begon te schelden. Grof. „Kech! Wie denk je wel dat je bent vuile…!” En nog wat scheldwoorden. Ik kom uit Gouda. Ik weet wat die woorden betekenen.

Treiteren

Ik draaide mijn raampje naar beneden. „Kon je niet gewoon doorrijden man?” zei ik. Het was tenslotte treiteren wat je deed. Waarom? Omdat je een hekel aan grote auto’s hebt? Aan vrouwen? Of aan allebei? Ik keek nog even op mijn klok. De man van de mensenrechtenorganisatie zat ondertussen al 27 minuten op mij te wachten.

Je bleef naar me schreeuwen. Uit voorzorg deed ik mijn raam dicht. En toen kwam het. ’Raam, ga nu sneller, sneller,’ dacht ik. Maar net voordat mijn raam dichtzat, kwam het. Een vieze, dikke, van diep uit je keel opgedolven brok slijm.

Dat was je al van plan toen je mijn kant op liep, besefte ik. Om die blonde vrouw – die qua leeftijd met gemak je moeder zou kunnen zijn - in die vette Porsche in haar gezicht te spugen. ’Durf jij te toeteren tegen mij?! Hier! Flatsch!!’

Kenteken

Ik voelde aan de natte plek op mijn gezicht. Pakte mijn sjaal. Veegde het af. Lachend stond je daar. Je riep nog wat dingen. Wees naar me. Triomfantelijk lachend. En waarom? Voelde het goed om een vrouw van 50 in haar gezicht te spugen? Luchtte het je op? Was het dan zó verschrikkelijk dat ik naar je toeterde? Hoe zou je het vinden als iemand naar jóuw moeder zou spugen? Pas toen ik je kenteken probeerde te ontcijferen, stapte je weer op je scooter.

Het licht ging op groen. Jij reed naar links. Ik reed rechtdoor. Ik voelde weer aan mijn gezicht. Veegde weer met mijn sjaal. Het was wel droog maar het vieze gevoel was niet weg.

Aangifte

Toen zag ik twee agenten die stonden te praten met de bestuurder van een bestelbus. Ik parkeerde de Porsche naast hen.

„Kan ik u iets vragen? Ik ben in mijn gezicht gespuugd nadat ik toeterde omdat een scooter niet doorreed.”

„Tsja… wat naar. Aangifte doen.”

„En dan?”

„Ja, misschien hangen er camera’s.”

„Kunt u daar dan niet achteraan?”

„Nee, wij moeten hier in de buurt zijn. Ga maar aangifte doen. En bewaar uw sjaal voor DNA. En ga naar de GGD. Wij worden helaas ook wel eens in het gezicht gespuugd. Dan gaan we ook naar de GGD.”

Ik stapte weer in mijn auto. De man van de mensenrechtenorganisatie zat nu al ruim een half uur te wachten in het café. Daar aangekomen legde ik uit wat er was gebeurd.

„Zo,” zei een man aan de bar. „Dat is niet de eerste keer dat een koerier van die bezorgservice zoiets doet. Laatst nog brak een van de koeriers uit nijd een ruit. Er stond alleen wel een eenjarig meisje achter die de scherven in haar gezichtje kreeg.”

Aangifte

Ik heb even geen honger meer. De aangifte is inmiddels gedaan. Maar een maaltijd bestellen? Daar voel ik me voorlopig te misselijk voor.

De maaltijdbezorgservice wilde niet reageren.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.