Vrouw/Dagboek van een minnares
1128878797
Dagboek van een minnares

Dagboek van een minnares

Deel 213: ’Er is niets beter dan dit’, fluistert Mark

Maandag

Het is half 7 als Mark aanbelt. Hij heeft een grote schaal sushi bij zich. Als zoenoffer? Ik heb een snelle blik in mijn mailbox geworpen. Die puilt uit. Allemaal wanhopige mannen die mijn suikeroom willen zijn. Ik heb niet eens zin om eraan te beginnen. Er is maar één man die ik wil en dat is Mark. Alleen hangt die vaderschapstest als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Want wat als het kind niet van hem is?

„Lekker, sushi”, zeg ik dan. „Alleen mag ik nu geen rauwe vis hè.” Hij antwoordt dat hij dat natuurlijk weet en dat er dus ook sushi met omelet, gekookte krab en groente tussen zit. Ik smelt een beetje. Hij komt naast me zitten en ik vraag hoe het met hem gaat. Dan zet hij de schaal op de salontafel en begint me vanuit het niets te kussen.

Het is zo’n vreemd en veilig gevoel om in de armen van Mark te liggen. We horen gewoon bij elkaar. Als hij het nu aan zou durven om Josien te verlaten, zouden we samen zo gelukkig kunnen worden. Hij drukt wanhopig zijn lippen op de mijne en trekt mijn onderkleding uit. Dan ritst hij zijn spijkerbroek open en glijdt met een zachte kreun bij me naar binnen. Langzaam, langzaam vult hij me. „Zo geweldig”, fluistert hij dan. „Er is niets beters dan dit.”

Even later zitten we naast elkaar onder een deken. Het is koud in mijn huis. Dan begint hij over de vaderschapstest. Ik vertel dat ik heb uitgezocht wat een vaderschapstest kost en dat dit bijna tien keer zo duur is als je dit bij een ongeboren baby wilt laten doen dan wanneer je wacht tot de baby geboren is. „Dus kies maar”, zeg ik. „Heb je er 1250 of 185 euro voor over?”

Hij sluit zijn ogen. „Ik ben heus niet zo’n klootzak als jij denkt. Ik weet dat je niet met opzet zwanger bent geworden. Dat je een relatie met Tom bent begonnen omdat ik alsmaar niet voor jou koos. En dat het afschuwelijk is dat hij nu dood is. Ik weet alleen niet hoe ik dit aan Josien moet vertellen. Ik denk dat ons huwelijk dan voorgoed voorbij is.”

Nou, dat is natuurlijk precies wat ik wil. Dat wij samen gaan wonen en vadertje en moedertje gaan spelen over de baby. Ook al zou de baby van Tom of van één van die Grieken zijn, dan kan Mark er toch ook wel voor zorgen? Daarom hoef ik die vaderschapstest helemaal niet. Hij zucht. „Vroeg of laat komt Josien er natuurlijk toch wel achter. Kun je dan niet gewoon zeggen dat de baby van Tom is?”

„Dat weet ik nog niet”, antwoord ik. „Voorlopig zeg ik het tegen niemand. Of nog beter: je trekt bij mij in. Of ik bij jou.” En dan komen de smoesjes weer die ik al vier jaar hoor. Dat zijn dochters nog zo klein zijn. Dat Isa nu al wordt gepest. Dat hij zijn kinderen dan nooit meer mag zien. Ik heb hier zo geen zin meer in. Ik zeg dat ik moe ben en dat we allebei maar moeten nadenken hoe we de toekomst nu voor ons zien.

Als hij weg is, open ik mijn laptop. Ik heb 46 berichten gekregen van oudere mannen die op zoek zijn naar een jonge vrouw die hen kan vergezellen naar etentjes en evenementen. Of gewoon voor seks. De mails van mannen die een foto van hun blote piemel meesturen, gooi ik meteen weg. De getrouwde mannen ook. Eigenlijk is er maar eentje die ik wel aardig vind, een Amsterdamse ondernemer van 43. Hij heeft het echter te druk voor een relatie, maar zoekt wel af en toe gezelschap. Die stuur ik een mail terug.

Donderdag

Ik heb eerst een tijdje heen en weer gemaild met Chris, de ondernemer uit Amsterdam, en gisteren hebben we een uur lang gechat. Hij heeft humor en ziet er op de foto leuk uit. Vanavond gaan we wat drinken. Ik hoop dat hij accepteert dat ik geen alcohol drink. Ik doe een wijd jurkje aan, waarin je niets ziet van mijn buik.

Tijdens de lunch eet ik een broodje kroket. Dani kijkt ernaar en terwijl ze in haar sla prikt, zegt ze dat ze het zo stoer vindt dat ik zo ’bodypositive’ ben. „Bedankt”, antwoord ik. „Je vindt me dus gewoon dik?” Maar dat ontkent ze. Tja. Ik ben nu 15 weken zwanger. Hoe lang ga ik dit nog voor mijn collega’s verborgen houden? En vooral: hoe zorg ik dat Josien er niet achter komt?

We hebben in Amsterdam Zuidoost – waar hij werkt – afgesproken, maar ik ben vroeg, dus ik duik daar even de Prénatal in. Ik smelt bij het zien van al die schattige kleertjes en droom weg bij een roomkleurig wiegje. Over ruim een maand weet ik of ik een jongetje of een meisje krijg. Ik denk dat Mark graag een jongetje wil. Ik haal een blauw rompertje uit het rek en houd het voor mijn buik. Wat een bizar idee dat ik volgend jaar moeder ben.

Dan voel ik ineens een hand op mijn schouder. Achter me staat Josien. Ze kijkt boos. Maar wat doet zij hier? Is ze me gevolgd of is er een andere reden dat ze hier rondhangt? En wat is die reden dan? Dus zeggen we vervolgens op precies hetzelfde moment: „Hé, wat doe jíj nou hier!?”

Dagboek van een Minnares teruglezen?

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.