Vrouw/Columns & Opinie
1144204019
Columns & Opinie

Opinie

Waarom we niet moeten zwijgen na de moord op de Franse leraar

Op die donkere, herfstige avond op 2 november 2004 stond ik met duizenden anderen op de Dam ‘een kakofonie van geluid’ te produceren, ik sloeg hard met een pollepel op een pan. We gingen van links tot rechts de straat op, de toenmalige Amsterdamse burgemeester Job Cohen zij aan zij met de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk.

Filmmaker en schrijver Theo van Gogh was die ochtend vermoord. Hij had in Amsterdam-Oost op het fietspad vlakbij mijn huis gelegen, geraakt door acht kogels, de keel doorgesneden met een kapmes. De dader, moslimextremist Mohammed B., had met een mes een brief ‘gespiest’ op de rug van Van Gogh waarop stond dat diens korte film Submission niet gemaakt had mogen worden.

Doelwit

Het was een controversiële film waarin op lichamen van moslima’s Koranteksten werden geprojecteerd. Van Goghs kompaan en schrijver van Submission, politica Ayaan Hirsi Ali, was het oorspronkelijke doelwit, maar de dader kon de zwaarbeveiligde Hirsi Ali niet vermoorden, dus werd het Van Gogh. Ook een vader, zoon, neef, vriend, net als de vermoorde Franse leraar Samuel Paty.

Theo van Gogh was de dikkige, wat morsige man die ik vaak zag fietsen door de buurt, vrolijk kletsend met zijn zoontje achterop zijn bagagedrager. Hij was ook de man met films en columns als gifpijlen. De man die heel wat akkefietjes had lopen met dezen en genen; en die was dus vermoord. Veel mensen waren geschokt over de barbaarse daad en lieten van zich horen.

Muisstil

Het is bijna 16 jaar later. We werden allemaal een beetje laat wakker, ik ook. Wakker geschud door presentator en journalist Fidan Ekiz, die afgelopen dinsdag haar eigen programma De Vooravond aangreep om de Nederlandse stilte te bekritiseren na de moord op de Franse leraar maatschappijleer Samuel Paty door een moslimextremist. Hij toonde in zijn les spotprenten van Mohammed en riep helaas daarmee gruwelijke wraak over zich af.

Paty werd onthoofd. Presentator Ekiz zei: „Naarmate de dagen en uren verstreken dacht ik: waar blijft die openlijke geschokte reactie in Nederland? Vanuit de politiek is het muisstil.” Ekiz heeft gelijk, dacht ik, toen ik haar hoorde. Ik was ook stil, had ook niet gekeken of ergens een protest werd georganiseerd waaraan ik coronaproof kon meedoen.

Eensgezind

De woede en tranen uit Parijs, Lyon, Marseille en zoveel andere Franse steden raken me, daar staan duizenden ‘gemondkapte’ demonstranten met hun ‘Je suis Samuel’-protestborden. Daar laten ze zien dat ze opkomen voor hun leraar, daar gaat een gemêleerde groep Fransen, onder wie ook veel politici, eensgezind de straat op, één in hun woede en verontwaardiging.

Afgezien van Geert Wilders, waren er hier bar weinig politici die de publiciteit opzochten na de ‘leraarmoord’. Terwijl toch ideologisch-extremistisch geweld is doorgesijpeld naar een gewone leraar in een gewoon klaslokaal in een gewone voorstad van Parijs. Ik zie geen onderwijsvakbonden die oproepen tot solidariteitsacties met hun Franse collega die vermoord was om wie hij was: een kritische, bevlogen docent.

Open debat

Waarom niet een gezamenlijke actie voor één minuut stilte in Nederlandse klaslokalen voor Paty? Waarom geen oproep om het in de klassen erover te hebben? Ik zie ook geen beelden van minister-president Rutte die een toespraak houdt waarin hij ons met klem oproept om dit geweld tegen een leraar níet normaal te vinden.

We leven in een ‘volwassen democratie’, zoals premier Rutte ons steeds voorhoudt in zijn ‘corona-toespraken’, bij die volwassen democratie hoort mijns inziens een open debat over allerlei onderwerpen, óók de gevoelige en controversiële thema’s. Laat dat dan maar gebeuren, in een klaslokaal, via een gelivestreamde discussie in een debatcentrum en in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Geweldsmoe

Misschien zijn we wellicht wat murw geworden door alle corona-ellende, misschien zijn we zelfs wel ‘geweldsmoe’ geworden, raken de gruwelijke berichten over terroristisch geweld ons minder dan aan het begin van dit decennium. Of - en dit is wel het meest verontrustend - misschien zijn we bang geworden en lopen we liever met een boog om dit mijnenveld heen.

Dat is geen oplossing. Van leraren blijf je af. Zij zetten ingewikkelde zaken in de juiste context, leren aan leerlingen waarom we in Nederland en in veel andere democratieën zo gehecht zijn aan de de vrijheid van meningsuiting en geven hun leerlingen andere gezichtspunten mee. Soms zal de uitkomst van een discussie zijn dat leerlingen er onderling niet uitkomen, dan is de democratische conclusie: we agree to disagree.

Bespreekbaar

Ik wens voor ons allen dat we ons niet bang laten maken, dat we onze leraren maatschappijleer hartgrondig steunen als die ingewikkelde zaken bespreekbaar maken in het klaslokaal en zo de tolerantie op kleine schaal bevorderen. Ze verdienen onze steun en onze bescherming. Voor de zekerheid zet ik mijn pan, pollepel en mondkapje alvast klaar.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.