Vrouw/Seks & Relaties
1170902893
Seks & Relaties

Feuilleton - De Vechtscheiding

De Vechtscheiding deel 43: ’Ik draai me om en kijk in de mooiste ogen die ik ooit heb gezien’

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (14). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje, totdat Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar staan. Ze delen wekelijks hun verhaal, vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Bas.

„Anouk, heb je even…” Bas staat in de deuropening van mijn kamer met onder zijn arm een flinke stapel papier. „Ja, natuurlijk, kom binnen.” Hij stapt naar binnen en deponeert de stapel op mijn bureau.

Tekenen

„Zo. Het betere tekenwerk,” grijnst hij. Ik bekijk het bovenste stuk papier: het is een formulier waarin we aan kunnen geven of Storm zijn telefoon tijdens kamp mag meenemen. „Wat veel.” „Ja, ze willen overal toestemming voor. Per kind: het innemen van de telefoon, toestemming om ze op de trein te zetten als ze zich misdragen, enzovoort,” verklaart Bas. „En de papieren voor de overdracht van je werkportefeuille zitten er ook bij.”

Hij buigt voorover en vist een van de overdrachtspapieren eruit. „Prima,” zeg ik en maak aanstalten om de papieren opzij te schuiven. „Ik wilde eigenlijk de overdrachtspapieren zo meenemen naar het MT,” zucht Bas. „Dus als je het stapeltje nu even wil tekenen, zou dat fijn zijn. Dan breng ik de kamppapieren vanmiddag naar school.”

“Oké,” ik begin te tekenen. „Ik wilde je ook nog bedanken voor je gesprek met Sara,” begint Bas. Ik kijk op. „Ik heb er geen problemen mee om niets te zeggen over jullie relatie,” antwoord ik: „Ik begreep eigenlijk niet waar ze zich druk over maakt.” Bas knikt en werpt een blik op zijn horloge. Oké. Ik begrijp de hint.

Ik til het volgende A4-tje bij de hoek omhoog en zet een krabbel bij mijn naam, en zo werk ik de rest van de stapel af. Dat gaat tenminste snel. Ondertussen kletst Bas verder over het kamp: „Ze gaan met alle klassen. Dat zal een feest worden. Wel fijn dat ze dan elkaar hebben. En Lente heeft Sem natuurlijk”.

„Sem?” vraag ik. „Dat is toch die jongen uit Storms elftal?” „Ja, die lange,” antwoordt Bas: “Hij is al tijden dol op Lente. Is je dat nooit opgevallen? Blijkbaar is de kogel door de kerk, want ze hebben officieel verkering.” Het steekt me dat Bas dit weet en ik niet.

Zwanger

De kinderen zijn opgewonden over het kamp. Aan tafel praten ze nergens anders over: waar ze naar toe gaan, welke leerkrachten er meegaan en wie bij wie gaat slapen. „Jongens en meisjes gescheiden, toch?” vraag ik voorzichtig. Ze gieren het allebei uit: „Nee mam,” wijneust Lente. „We komen allebei zwanger terug.”

Ik glimlach. Blijkbaar vinden ze het allebei grappig. „Welke klassen gaan nog meer mee?” vraag ik, in de hoop het gesprek naar de verkering te kunnen sturen. „Alle derdeklassers.” „O, dat is dus ook die ene jongen uit jouw elftal?”, vraag ik quasi onschuldig aan Storm. Lente kijkt verstoord op. Ai, te doorzichtig. „Wat bedoel je daarmee?” snauwt ze.

„Niets,” lieg ik. „Waarom doe je altijd zo stom!” roept Lente. Ze schuift met kracht haar stoel naar achter en rent van tafel nog voor ik iets heb kunnen zeggen. “Wat is dat nou?” vraag ik verbaasd aan Storm. Die haalt ongeïnteresseerd zijn schouders op terwijl hij de rest van de forel van zijn zus’ bord pikt. „Ach, gewoon Lente. Breng jij ons weg of papa?”

Ik wil zeggen dat Bas gaat, want ik wil voor het werk een uurtje yoga doen. Maar ik ben nu toch wel nieuwsgierig, dus ondanks het vroege tijdstip beloof ik de kinderen zelf naar de bus te brengen.

Groengrijze ogen

Het is een drukte van belang op de parkeerplaats. Ouders slepen met rugzakken en slaapzakken, pubers nemen hartverscheurend afscheid van hun mobieltjes, leerkrachten dirigeren hun leerlingen de bussen in.

Storm laat zijn tas in de auto liggen. Hij komt er achter als hij de bus wil instappen. Hijgend komen we terug. Net op tijd om te zien hoe Lente stralend opkijkt naar lange Sem. Vertederd aanschouw ik dit lieflijke tafereeltje: „Je kunt het mijn zoon niet kwalijk nemen,” klinkt opeens een stem achter me. „Hij heeft een zwak voor mooie vrouwen. Net als zijn vader.”

Verbaasd draai ik me om en kijk in de mooiste groengrijze ogen die ik ooit heb gezien. Ondanks de gladde opmerking moet ik toch glimlachen. Waarschijnlijk vanwege die pretogen, of die lachende mond met rechte tanden, of die indrukwekkende borstkas. Hoe dan ook, ik heb even geen antwoord.

Briesende advocaat

De mooie man lacht nog breder: „Als twee druppels water met je dochter. Ik ben Samuel. De vader van Sem.” ”Oké,” stamel ik: „Ik ben Anouk, de moeder van Storm en dus ook van Lente.” Hij knikt lachend: „En je bent ook eigenaar van die telefoon die blijft rinkelen. Of is dat de telefoon van je kind?”

Ik ruk me los van het zalige manbeeld en kijk naar de telefoon in mijn hand: „Die is van mij. Sorry. Deze moet ik even opnemen.” Hij grijnst weer. Ik loop een stukje weg en beantwoord dan het telefoontje van mijn advocaat. Ze briest. Waarschijnlijk komt de stoom uit haar oren: „Anouk! Wat heb je getekend?!”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.