Nieuws/Vrouw
1175595
Vrouw

DAG TUTI

Toen ik me een paar weken geleden afvroeg hoe het leven van mijn dertienjarige Rottweiler Tuti zou eindigen, werd ik overstelpt met lieve brieven. Uit heel het land kwam de boodschap: als het zo ver is, dan weet je dat vanzelf.

Ik werd er nogal onzeker van: wat betekende dat nou? Ik weet het nu. Op  zaterdagmorgen roep ik haar uit haar mand om het vertrouwde ochtendwandelingetje te gaan maken. Ze staat op en valt meteen om. Ik zie nu dat ook haar tweede achterpoot er raar bijhangt. Ze sleept zich naar de voordeur, maar op straat kan ze niet eens de stoep meer opkomen. Ik begrijp  wat al die lezers bedoelen: ik weet het dus nu vanzelf.

De dokter moet komen. Het beest heeft pijn, dat is duidelijk. Maar ja, weekend, dan kunnen honden niet overlijden, net als in de mensen-gezondheidszorg. Op zondagavond zit ik op de bank tv te kijken, als Tuti zich uit haar mand sleept en tegen mijn benen gaat zitten. Ze gaat daar niet meer weg. Zou zo’n beest nou gevoeld hebben dat het haar laatste avond was? Of ben ik hysterisch aan het worden?

De dokter komt maandag aan het eind van de dag.“Weet je zeker dat ik dit niet te vroeg doe?” vraag ik hem, want ja, op mijn commando wordt toch maar even het leven van een dier beëindigd. “Ze barst van de pijn, het zou toch nog maar kort duren, je neemt echt de goede beslissing,” zegt de arts.

Hij geeft haar het eerste spuitje om rustig te worden. Na tien minuten moet dan het tweede spuitje komen om haar definitief te laten inslapen. Op het moment dat hij de naald op haar vacht zet, gaat de telefoon. “t Zal niet,” mompelt de dokter. We wachten tot de telefoon is uitgerinkeld en dan.

Even later wordt er aangebeld en staat er een meneer van het crematorium met een plastic hondenmand voor de deur. Drie dagen later bevindt de as van Tuti zich in een doos op m’n schoorsteen. Ik moet die as verstrooien, maar ik heb de kracht nog niet, om met Joling te spreken.

En nu maar hopen dat er niet gebeurt wat een vriend van mij overkwam. Die had de as van zijn moeder in een mooi doosje gekregen en op de schoorsteen gezet. Op een gegeven moment was het doosje weg. Vraagt hij de werkster of ze dat doosje gezien heeft. Zegt de werkster: ”Ja, dat was zo vies, dat zat vol met stof, dat heb ik lekker uitgezogen en daarna gesopt en het staat nu fris in de kast.” Het leven is bizar.

Ik hoop dat ik deze week nog kan ophouden met huilen. Met mijn vriendinnen delen we de herinneringen aan mijn hond, maar ook aan die van hen, en zo zitten we gezellig samen te grienen. “Soms denk ik wel eens dat ik verdrietiger ben over de dood van mijn hond dan over een familielid,” zegt één van hen. Normaal zou ik zo’n uitspraak absurd vinden, maar nu begrijp ik em helemaal.Zo’n beest zit in je systeem, zo’n lieve trouwe vriend, altijd om je heen. Net dacht ik nog dat ik haar hoorde snurken, maar dat kan dus niet meer.

Dag Tuti. 

Meer Catherine op www.catherine.nl