Vrouw/Glossy
1223073424
Glossy

Glossy

Helden in witte jassen: ’Ik realiseerde me thuis pas dat ik een leven had gered’

Tegenwoordig zijn er meer vrouwelijke artsen dan mannelijke, maar ons oog viel ditmaal op die laatste groep. Vijf artsen en een verpleegkundige vertellen in de Glossy Opgebiecht Zomerspecial, die nog maar een paar dagen in de winkel ligt, hoe het is om héél veel mee te leven en om levens te redden. Vandaag lees je het verhaal van online-held Don Roelofsen (33, relatie), verpleegkundige in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Al acht jaar deelt hij lief en leed vanuit de uitslaapkamer en in coronatijd voorziet hij zijn duizenden volgers van updates.

„Als kind wist ik het zeker: ik zou later dokter worden. Ik snapte nog geen bal van ziekenhuisseries, maar ik volgde ze wel. Ambulances en ziekenhuisbezoek vond ik heel interessant. Hier wil ik later ook werken, dacht ik dan. Dat is gelukt als verpleegkundige. Dokter hoef ik niet meer te worden; ik ben perfect tevreden met waar ik nu sta. Op de uitslaapkamer heb ik verantwoordelijkheden genoeg.

Het is altijd een kritiek punt wanneer iemand bijkomt uit de narcose en het lichaam het weer op eigen kracht moet doen. Mensen zijn soms verward. Ik zie iedereen: van kinderen tot hoogbejaarden, die uit verschillende operaties komen. Dat maakt het veelzijdig. Dat onbekende stukje ziekenhuis, waarvan mensen denken dat er alleen maar wordt geslapen, wilde ik laten zien. Daarom begon ik met online dingen delen.

Coronameeting door corona gecanceld

Ook over corona deel ik veel met mijn volgers; dat begon meer als een grapje. Corona was nog ver weg, ik vond het in die tijd nog overtrokken. Ik schreef dat de coronameeting wegens corona was gecanceld en kreeg daar veel leuke reacties op.

De situatie werd al snel serieuzer en ik merkte dat er veel vragen waren. Hoe werkt dat bijvoorbeeld, beademen op de buik? Dat leg ik dan uit. Of ik vertel over de extra beademingsapparatuur die we van Defensie hebben gekregen, zodat we de uitslaapkamer konden ombouwen tot extra intensive care. Ik houd het luchtig als het kan en ben serieus als het moet. Zo maak ik me boos over mensen die bijna op elkaar staan. Kom op, die anderhalve meter afstand is geen grapje! Wij werken ons niet voor niets uit de naad.

’We kunnen dit!’

Ik werk in de brandhaard van Nederland, maar Italiaanse toestanden werden het niet. Gelukkig maar. Natuurlijk was het in Brabant druk. Een paar weken na carnaval merkten we dat we naar de piek toe gingen. We sprongen allemaal in, ik heb mijn weg op de intensive care ook gevonden. Toch werd de situatie in de krant of op het nieuws extra aangedikt. De verpleegkundigen lagen hier niet op de grond te huilen, zoals in Italië. We dachten juist: ’Wij kunnen dit!’ En dat konden we ook. Die nuance wilde ik laten zien.

Bang voor corona ben ik niet. De kans dat ik het hier oploop, met alle bescherming, is minimaal. Ik denk dat het eerder gebeurt tijdens het rondje boodschappen doen. Ik bekijk de gezondheid ook vrij rationeel. Ik kan best goed relativeren, al merk ik dat ik dat makkelijker kan voor anderen. Bij mezelf ga ik toch al snel een symptomenlijstje af. Soms steek ik de draak met mijn kennis, als iemand uit mijn omgeving me vraagt wat er met zijn knie aan de hand is. Weet ik veel! Dat ik in het ziekenhuis werk, betekent niet dat ik alles weet. En zeker niet meer dan de dokter.

De broer van?

Nee, ik ben niet de broer van Jan Kooijman, al schijn ik volgens anderen op hem te lijken. Daar heb ik flink misbruik van gemaakt tijdens het stappen. Nooit in het ziekenhuis. Ik heb dat ook nog niet van een patiënt gehoord, al zijn de mensen die ik zie wel wat ongeremder na de narcose. Ze beginnen te ratelen of te huilen. Dan wordt er niet geflirt, maar ben ik er om te luisteren en gerust te stellen. Op zulke momenten voel ik me net een psycholoog. Soms komt het voor dat een patiënt me later toevoegt op Instagram. Dat vind ik een beetje ongemakkelijk, dan komen werk en privé te veel samen.

Offline kan ik werk en privé prima scheiden. Dat moet ook wel, want je kunt niet alles mee naar huis nemen. Gebeurt er iets heftigs, dan praat ik daarover met collega’s. Daarna ben ik het kwijt. De eerste keer dat ik iemands leven redde, nam ik dat wel mee naar huis. Natuurlijk, dat doe je ook niet iedere dag. Op het moment van de reanimatie denk je daar niet over na. Je voelt de adrenaline en doet het gewoon. Thuis op de bank komt dan het besef: diegene was er zonder mij misschien niet meer geweest. Dat maakt dit werk zo bijzonder.”

Wanneer het naar meer smaakt...

In de VROUW Glossy Opgebiecht Zomerspecial vind je nog vier andere hete helden in witte jassen. Maar ook een totaal van 124 pagina’s vol smeuïge verhalen. Deze speciale VROUW Glossy-editie staat boordevol gênante momenten, sappige ontboezemingen, herkenbare blunders en ander vermakelijk ’leed’. Je vindt de Glossy in de schappen van de supermarkt en de boekwinkel!

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.