Nieuws/Vrouw
1237034565
Vrouw

De Urenfabriek deel 19: Cindy's boekje

Vrouw in vliegtuig

Vrouw in vliegtuig

In deel 19 van De Urenfabriek lees je hoe Felice met het vliegtuig onderweg is naar een zitting in Engeland.

Vrouw in vliegtuig

Vrouw in vliegtuig

We verzamelen bij het meeting point op Schiphol. Nog veertig minuten voordat het vliegtuig vertrekt.

De twee studenten die uit Maastricht moeten komen, zijn veel te laat. Cindy HR is druk aan het bellen. ‘Gaan jullie maar vast, ik wacht wel,’ roept ze.

Ilse Notariaat, een charmante vrouw van rond de veertig, neemt de leiding. Ze draagt opvallende lange gouden oorbellen bezet met diamantjes. Die zien er duur uit. Ilse is Annes idool. Ze ziet er goed uit, heeft veel macht binnen kantoor en ze is ook nog eens moeder van drie kinderen. Dat doen helaas maar weinig vrouwen haar na.

‘Kom jongens, we moeten naar B5,’ zegt Ilse. Het is alsof de koningin spreekt. De groep studenten sjokt achter haar aan. Ik ga naast Mark Tax lopen. Mark is senior medewerker. Hij lijkt op een giraffe: lang lijf, blond vlashaar, beetje slungelig. Puistjes rond zijn kin. Nee, geen schoonheid. Dat grijze pak staat hem ook niet goed, het maakt hem nog bleker dan hij al is.

‘Heb je zin in de masterclass?’ vraag ik om het ijs te breken.

‘Het is dat het mijn beurt was om dit jaar te gaan, maar ik was liever op kantoor gebleven, genoeg te doen daar,’ antwoordt hij. ‘Ik mag hopen dat er een snelle internetverbinding is in het hotel, dan kan ik nog wat werk doen als mijn presentatie erop zit,’ verzucht hij verveeld. Mark vraagt niks aan mij en ik weet even geen nieuwe vraag, dus ontstaat er een ongemakkelijke stilte. Eigenlijk vreemd dat ik me ongemakkelijk voel bij hem. Hij ziet er niet uit, heeft een zeurstem en is niet eens aardig. Het zou me niet verbazen als hij nog maagd is. Getsiederrie. Ik wil niet nadenken over seks en Mark.

De casus heet De arme bankier. Het gaat erom dat de studenten met elkaar uitvogelen hoe ze vanuit juridisch oogpunt het beste en snelste advies kunnen geven aan een bankier wiens bank dreigt om te vallen. Ik neem het arbeidsrechtelijke deel voor mijn rekening. De stof is niet zo ingewikkeld. Ik heb al een aantal adviezen geschreven over reorganisaties. Maar de studenten kunnen natuurlijk van alles aan mij vragen buiten de casus om. Mijn nachtmerrie is dat ik straks voor de klas sta en niet één arbeidsrechtelijke vraag kan beantwoorden. Dus heb ik mij weer degelijk voorbereid. Ik heb een lijst bij me met alle mogelijke vragen en antwoorden. Sietske heeft me een paar tips meegegeven, voor het geval ik toch een onverwachte vraag krijg. Als je niet meteen kunt beantwoorden, zeg je:

1:‘Goede vraag, ik zoek het op en kom er na de break op terug.’

2:‘Goede vraag, kan iemand hem beantwoorden? Wat denk jij dat het antwoord op deze vraag moet zijn, Suzanne?’

3:‘Goede vraag, maar we zitten een beetje in tijdnood, zal ik hier aan het einde van mijn verhaal op terugkomen?’

We zitten al in het vliegtuig als Cindy als een hijgende hinde binnenkomt op haar hoge Louboutin-hakken, met de twee vertraagde Limburgers in haar kielzog.

‘Noe da wah noggg een eel gggedoe,’ verzucht een van de studenten terwijl hij neerploft in zijn stoel.

Cindy komt naast mij zitten. ‘Kutstudenten,’ fluistert ze. ‘Ik lijk verdomme wel een veredelde nanny.’

Ik kijk verrast, maar zeg niets. Cindy pakt een piepklein zilveren boekje met een geruit lintje uit haar Prada-tas. Ik probeer vanuit mijn ooghoeken te zien wat voor boekje het is. Ik zie Cindy noteren: Niels en Paul: te laat. -5p. Huh? Dat betekent toch niet... Wauw, misschien houdt Cindy ook wel zo’n boekje bij over alle advocaat-stagiaires. Felice: janken, -10p. Mijn gedachten produceren razendsnel opmerkingen die in mijn dossier kunnen staan. Misschien heeft iemand gezien hoe ik vlak voor kerst op advies van Anne een druppeltje wodka door Ria’s Spa rood heb gemengd. Kon Ria ook eens chillen. Als iemand dat heeft gezien, kan ik wel inpakken. Terwijl het niet eens werkte; Ria bleef een irritante zenuwpees. Misschien moet ik er de volgende keer wat meer in gooien. Ik zou ook een spacecake kunnen bakken. Maar als iemand daarachter komt... Dan kan ik beter rustgevende wierook vastspijkeren onder Ria’s bureau. En iedere ochtend aansteken voordat ze op kantoor komt. De wierook doet me denken aan Toni Tenenkaas.

Sietskes broertje heeft ooit op de markt een popje gekocht dat Toni Tenenkaas heette. Ze verkochten ook een Karel Kots en een Pieter Pis. Zo’n popje is heel klein, maar stinkt een uur in de wind. Het broertje had Toni vastgebonden onder Sietskes matras. Haar kamer stonk een week lang naar zweetvoeten. Ze verschoonde haar lakens, kocht voetenspray en zette dag en nacht het raam open. Niets hielp. Uiteindelijk hield hij het niet meer vol en biechtte het verhaal op. Sietske vond het niet zo grappig, maar ik kwam drie dagen niet meer bij. Op de dag dat ik vertrek bij Blick, verstop ik Karel Kots in Ria’s kamer. Ik zweer ’t. En als ik iets zweer, dan doe ik het ook.

We hebben ons heerlijk geïnstalleerd in de zachtleren businessclass vliegtuigstoelen. Chic! Ik zou wel even mijn ogen willen sluiten, maar durf mijn rugleuning niet naar achteren te laten zakken. Cindy zit weer in mijn oor te fluisteren. ‘Gisteravond ben ik wezen theedansen op de hockeyclub. Dat is een beetje uit de hand gelopen, dus nu ben ik zooo brak!’

‘O jee,’ antwoord ik beleefd. Cindy is rond de dertig. Ze heeft rood haar, veel sproeten en groene ogen. Ze is heel ‘relaxed’ volgens sommige, vooral mannelijke, collega’s. Joris vindt haar het einde, vertelde hij me met een slok op. ‘Vooral als ze die witte linnen broek aan heeft...’ Okay, too much information. Ik voel me klein en een beetje ongemakkelijk bij haar. Ik ben blij dat Cindy niet terugkomt op ons gesprek over Ria. Misschien is ze het vergeten, ze krijgt natuurlijk dagelijks huilende stagiaires over de vloer. Nu Cindy heeft opgebiecht dat ze brak is, durf ik mijn Glamour wel uit mijn tas te toveren. Dat kan vast geen kwaad. Alsof Cindy in haar boekje gaat opschrijven: Felice: leest glossy, -2p. Cindy glimlacht en leest mee over mijn schouder. Voor we het weten, zijn we geland op Heathrow. Time flies.

Over de auteur

Fleur Brockhus is ex-advocate en schrijver van romans De Urenfabriek, Juffrouw Holle - sprookje voor de moderne vrouw en De Inspiratiepraktijk. Daarnaast blogt zij over een bloeiend leven op fleursfinest.com en schrijft ze o.a. columns voor Advocatie.nl. Fleur woont met haar man en drie zoontjes in Blaricum.

Volgende week lees je hoe het verder gaat met Felice.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.