Vrouw/Mama
1268785481
Mama

Verhalen achter het nieuws

’Mijn gezonde kind overleed na 42 weken zwangerschap’

Het beleid voor Nederlandse zwangeren moet snel worden aangepast. Bij een zwangerschap van 41 weken moet een vrouw standaard het aanbod krijgen om te worden ingeleid, de bevalling wordt dan in het ziekenhuis opgewekt door medicijnen. Hiervoor pleit Jan van Lith, voorzitter van de gynaecologenvereniging NVOG naar aanleiding van een gepubliceerde Zweedse studie, waarbij zes baby’s overleden na een zwangerschap van 42 weken. Eindelijk duidelijkheid, vindt Mirjam van Haag (43). Al komt het voor haar en haar kindje te laat: de gezonde baby van Mirjam overleed ook in haar buik na een zwangerschap van 42 weken.

In Zweden is een onderzoek naar zwangerschappen die langer dan veertig weken duren stopgezet, nadat er zes baby’s zijn overleden tijdens het onderzoek. Schandalig vindt Mirjam van Haag dat deze baby’s niet eerder werden gehaald en dat ook in Nederland het beleid is om te wachten tot de bevalling ‘spontaan’ inzet.

Zelf was ze 42 weken zwanger toen haar zoontje in haar buik overleed. „Zo lang lopen met een baby is niet goed”, vertelt Mirjam van Haag. „Ik ben blij dat ze er nu serieus naar kijken, het kan kinderlevens redden. Helaas krijg ik mijn zoontje er niet mee terug.”

Droom

„In 2001 ben ik bevallen van mijn dochter. Het was een pittige bevalling. Ik verloor vruchtwater en moest worden ingeleid vanwege infectiegevaar. De bevalling moest dus op gang geholpen worden, het kwam niet spontaan.

Daarna raakte ik in 2004 zwanger van een jongetje. Ik heb een maand voor zijn geboorte gedroomd dat de baby dood zou gaan. Ik was helemaal in paniek toen ik wakker werd, heb overstuur mijn moeder gebeld.

Die droom bleef als een deken over mij heen hangen. Toen ik de kinderkamer aan het aanrichten was, kreeg ik het tijdens het uitpakken van de luiers te kwaad. Ik smeet ze door de kamer, terwijl ik uitriep dat ik ze toch niet nodig zou hebben.

’Ga niet dood’

Ik heb mijn angst met de verloskundige en gynaecoloog besproken, maar het werd een beetje weggewuifd. Ik was overtijd. Toen ik 41 weken zwanger was, werd ik gestript op vrijdag. Dat haalde niets uit en ik dacht nog: laat me niet weggaan. Ik had zo’n onrustig gevoel.

Op dinsdag, in de nacht van 15 op 16 februari verloor ik bloed. We zijn midden in de nacht naar de verloskundige gegaan en ik werd doorgestuurd naar het ziekenhuis. Het hartje klopte nog, maar niet op die manier dat het goed was. De hele rit naar het ziekenhuis heb ik met mijn handen op mijn buik gezeten en gepreveld: ’Ga niet dood, ga niet dood’.

Nachtzuster

Tijdens de rit voelde ik echter mijn kind wegglijden. Ik stapte uit de auto en het normale leven was uit mijn buik. Het voelde als een baksteen. Ik zei tegen mijn inmiddels ex: ’hij is dood’.

De nachtzuster kwam en die constateerde dat het niet goed was. Iets wat door de gynaecoloog werd bevestigd. Deze zei letterlijk dat mijn kindje was overleden. De grond zakte onder mijn voeten vandaan.

Wurgen

Mike was negen pond en 57 centimeter. Hij was kerngezond. Hadden we hem maar eerder gehaald, dan was er niks aan de hand geweest. De gynaecoloog kwam binnen terwijl er een dood kindje naast me in het mandje lag en zei: ’Het volgende kindje gaan we eerder halen’. Ik kon hem wel wurgen.

Voorgevoel

Tijdens de nabesprekingen ben ik niks wijzer geworden. Het was protocollen hier en protocollen daar. Ik dacht alleen maar: luister eens naar de moeder, luister eens naar hun voorgevoel.

Na Mike heb ik nog een zoontje gekregen. Ik heb me met 37 weken laten opnemen en erop gestaan om met 38 weken te bevallen. Ik dacht: jullie kunnen hoog en laag springen, maar het gaat me niet nog een keer gebeuren. Ik ben dus op tijd ingeleid.

Rouwhulp

Het is nu 15 jaar geleden. Ik draag het nog elke dag met me mee. Ik heb er mee om moeten leren gaan. Heb daar rouwhulp bij gehad. Ik heb het ook op een creatieve manier verwerkt door erover te schilderen en te tekenen.

Ik heb ook vrouwen in dezelfde positie geholpen met hun verwerking door fotoboeken en beeldjes te maken. Voor de Stichting Lieve Engeltjes voor mensen met een dood kindje heb ik een award gemaakt die elk jaar wordt uitgereikt.

Vlinder

Mike is onderdeel van ons leven. Een schilderij hangt in mijn slaapkamer. Ik heb een tattoo met zijn naam en een vlinder op mijn arm. Ik heb een afdruk van zijn handje bij de afdruk van de handjes van mijn twee andere kinderen.

Ik heb nog steeds verdriet om zijn dood. Soms overvalt het me, in vlagen komt het. Bijvoorbeeld als ik een bepaald liedje op de radio hoor. Als iemand je van tevoren zou zeggen dat je een kind gaat verliezen, dan denk je: dat overleef ik niet. Dat doe je wel, maar het is een moeilijk proces. Mijn kinderen zijn nu 18 en 13 jaar. Mike zou komende februari 15 zijn geworden.

Kraambezoek

Ik blijf aan hem denken. Hoe groot zou hij nu zijn? Hoe zou hij er nu uitzien? Al die momenten, die mijlpalen in een kinderleven: voor het eerst naar de kleuterschool, voor het eerst naar de ‘grote school’.

Dat hebben we allemaal met hem niet mee kunnen maken. Eerlijk gezegd heb ik nog moeite met bepaalde dingen. Met kraambezoek bijvoorbeeld. Daar ga ik liever niet heen. Mijn vrienden weten dat gelukkig.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.