Vrouw/Columns & Opinie
1274717277
Columns & Opinie

Columns & Opinie

’Dagelijks drinken ga ik nooit meer doen’

Margriet Marbus (50) werkt als freelance journalist voor VROUW en vertelt over haar moeilijke relatie met drank.

Een paar jaar terug sprak ik met mezelf af een jaar niet te drinken. Na een moeilijke - laten we eerlijk zijn - start, begon het na een maand of vijf te wennen, die avondjes en feestjes zonder drank. En ik zette door. Ik dronk een jaar lang geen bier, wijn, mojito’s en Margarita’s. En toen?

Toen was ik slanker, fitter, mooier en - zonder de kater-irritatie - volgens mijn kinderen een stuk aardiger. Na dat alcoholvrije jaar ging ik eigenlijk moeiteloos zonder drank door. Vier maanden lang. En toen was ik jarig. Twee vriendinnen brachten een fles champagne mee. Ik aarzelde. In plaats van trek, was er bij mij een angst ontstaan voor dat eerste glas, waarvan ik wist dat het ooit zou komen.

Voor ik het wist...

‘Moet ik dit nu wel doen…?’ begon ik. ‘Kom op’, vonden zij. ‘Ik wist nu toch hoe het moest? Ik was een doorzetter. En volhouder! En het was verdorie mijn verjaardag en het was champagne!’

Oké dan maar, besloot ik. En ondertussen dacht ik: ’Whaahhhhh!’ Maar de kurk sprong al tegen het plafond, de glazen kwamen uit de kast en voordat ik het wist dronk ik weer. Droog hoor, dat eerste slokje. Na een half glas voelde ik de alcohol zijn werk doen. Het was een warme dag. Er waren niet veel bubbels nodig om de drank naar mijn hoofd te doen stijgen.

‘Kom op met dat glas’, zeiden de vriendinnen toen het leeg was. ’Je hebt het verdiend!’ In hun ogen was die bubbelwijn de beloning voor mijn doorzetterschap. Het werd een gezellige avond met nog veel meer drank uiteraard. ’Daar gáán we weer’, dacht ik nog. Maar na drie of vier drankjes dacht ik gelukkig niet meer zoveel. Het was tenslotte feest.

Nooit meer

’Dát nooit meer’, dacht ik de volgende ochtend. Mijn hoofd deed zeer en mijn keel voelde rauw aan. En daar was ook het bekende schrale gevoel in mijn maag, dat deed verlangen naar in veel boter gebakken eieren.

Oh jee.. Het was zo lang goed gegaan. Bijna anderhalf jaar. Waarom had ik dat nu gedaan? Beneden bleek de keuken een bende en de koelkast leeg. Opruimen. Afwassen. En toen eerst maar eens boodschappen doen. Buiten scheen het voorjaarszonnetje op mijn kloppende hoofd. Op weg naar Albert Heijn passeerde ik volle terrassen, waar natuurlijk kennissen zaten. ‘Hee, drink je er eentje mee?’, klonk het. ’Nou…’, begon ik voorzichtig. Ik zei dat ik nogal een kater had. ‘Neem een biertje’, zei iemand. ‘Dat helpt.’

En voordat ik het wist stond er een pilsje voor mijn neus. Zwak liet ik me op een stoel ploffen. Moest ik nu weer de discussie aangaan? Ach, dat ene biertje… Wie weet hielp het. Voorzichtig nam ik een slokje. Rozig en vier bier verder stond ik anderhalf uur later tussen de schappen van Albert Heijn. De rest laat zich raden. Het werd een oergezellige zomer met veel terrasbezoek en nog veel meer drankjes. Met alcohol.

Gevangen in het alcoholnet

De kilo’s die ik in die tijd zonder alcohol moeiteloos kwijtraakte, zaten er na de zomer weer aan en de duffe, katerige dagen ‘after’ werden er meer en meer. Het sporten schoot erbij in. Ik zag mijn huid slechter worden. Ik baalde van mezelf. Zoveel als ik vroeger onder het mom van ‘gezellig borrelen met vrienden’ dronk, deed ik niet meer. Maar toch: bijna elke dag wel een drankje en vaak méér dan een. Op sterke dagen dacht ik: ’Vandaag niet.’ En dan liep ik langs het café en zei iemand: ‘Hee, drink je er eentje mee?’ Voordat ik het wist, zat ik weer gevangen in het alcoholnet.

Hoe kon dat toch? Zolang was het zo goed gegaan. Ik had me zo goed gevoeld en was flink afgevallen. Mijn huid was weer gezond geweest. En ik had me gerealiseerd - nee, ik voelde hoe die ‘gezellige’ borrels mijn leven niet positief hadden beïnvloed. Waarom kleefde dan nu steeds weer dat glas wijn in mijn hand?

De stimulans om die gewoonte af zweren kwam dit keer van de dokter. Na wat pijnklachten, werden er bij mij zo’n negentien nierstenen ontdekt. Een aantal ziekenhuisopnames volgden. Medicatie. Ik mocht geen melkproducten meer en heel veel andere dingen ook niet. En zeker geen alcohol, bezwoer de dokter, vinger in de lucht. Water moest ik drinken. Doorspoelen. Na een maand kwam het frisse gevoel weer om de hoek. Mijn huid werd weer beter. De nierstenen zijn verdwenen en ik ben met de medicatie gestopt.

Weg katers

We zijn nu een jaar verder. Ik drink heel af en toe één wijntje, en alleen bij bijzondere gelegenheden. En dat drink ik heel langzaam op. Er zijn weer flink wat kilo’s af en mijn huid doet het weer goed. Weg openstaande poriën. En weg katers. Geen duffe dagen meer, met het verlangen om eens goed vet te ontbijten.

Achteraf gezien waren de afgelopen jaren een persoonlijk leerproces voor mijn omgang met het glas. Hoe ouder ik werd, hoe minder goed ik tegen drank kon. Niet zozeer in de zin van sneller dronken worden, maar meer in de zin van er slecht uit gaan zien, snel moe zijn en aan het eind van de rit steeds vaker een moedeloos gevoel overhouden van die beschonken avondjes. Soms moet een mens heel duidelijk met zijn neus op de feiten worden gedrukt. Want dat dagelijkse drinken, dat ga ik echt nóóit meer doen.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.