Vrouw/Dagboek van een minnares
1291331169
Dagboek van een minnares

Dagboek van een Minnares deel 203: ‘Is Tom echt vermoord?’

VRIJDAG

Ik heb de hele nacht niet geslapen. Voortdurend spoken de woorden „Tom is dood, jij hebt hem vermoord,” door mijn hoofd. Nadat Linda, de vrouw van Tom, mij deze lugubere zin had toegebeten, hing ze op. Ik heb geprobeerd haar terug te bellen, maar kreeg haar voicemail. Ook Toms telefoon staat uit. Zou hij echt vermoord zijn? En door wie dan?

Om half 8 zit ik al op mijn werk. Ik bel Martijn van de Story, die mij meteen een telefoonnummer van een misdaadjournalist bij een krant geeft. Nick, heet hij.

„Nick, ik hoor net iets vreselijks. Er is een wiskundeleraar vermoord, nadat hij ervan is beschuldigd dat hij aan een meisje van 16 heeft gezeten.”

„Ik ga er achteraan,” zegt Nick. „Heb je de gegevens van de school waar hij werkt? En van andere mensen die hij kent?”

Nu moet ik afwachten. Ondertussen houd ik me maar met mijn B-sterren bezig. Ik nodig ze alle drie uit voor een kop koffie. De bejaarde presentatrice kan er al over een uurtje zijn, dus dat komt goed uit. Ik zou me het liefst ziek melden, maar ik weet zeker dat Frank me dan echt op staande voet ontslaat.

Ank, de bejaarde presentatrice, zit met een trillende lip aan mijn bureau. „Ik heb met spoed werk nodig,” zegt ze. „Ik kan mijn huur niet eens meer betalen!”

„Hm. Is er geen ander werk dat je kunt doen? Horeca, schoonmaken, op een kantoor?”

„Ik?!” Ank kijkt me aan alsof ze water ziet branden. “Ik ga over vier jaar met pensioen!”

„Nou, dat duurt nog een hele tijd. Ank, het klinkt lullig, maar ik zou sowieso iets aan je uiterlijk doen. Er mogen wel wat kilootjes af. Ga sporten, eet wat minder koolhydraten en ga eens naar een goede kapper.”

Ank kijkt woedend. Ik zie Dani, die openlijk meeluistert, lachen. Shit, straks stapt Ank op.

„Sorry Ank, ik wil je alleen maar helpen. Heb je er wel eens aan gedacht om je levensverhaal op te schrijven? Je hebt vast veel meegemaakt toch?”

„O, ja,” zegt Ank. „Mijn dochter wil me niet meer zien. En zou het mijn carrière schaden als ik vertel over mijn alcoholverslaving?”

„Tuurlijk niet,” zeg ik vurig. „Daar help je alleen maar mensen mee! Kijk maar naar Gordon!”

„Mooi,” antwoordt Ank. „Ik kan niet zo goed schrijven, maar daar kunnen we vast wel iemand voor inhuren. Ik hoef niet meer op tv hoor. Radio zou ik ook heel leuk vinden.”

Bingo. Ank staat binnenkort in de bladen. Aan het eind van de dag bel ik Nick, de misdaadjournalist, weer.

“Weet je al wat meer?”

“Ja. Je vriend Tom is inderdaad dood. Hij is neergestoken door de vader van het meisje met wie hij naar bed zou zijn geweest. Ik heb zowel met de school als met de moeder gesproken. Tom is naar het huis van het meisje gegaan om haar ter verantwoording te roepen en zodra de vader hem zag, sloegen bij hem de stoppen door. Het ergste is dat zijn dochter daarna heeft gezegd dat ze had verzonnen dat ze seks met Tom heeft gehad. Het is echt vreselijk. Deze zaak kent alleen maar verliezers.”

„Maar dank voor de tip,” vervolgt Nick. „Morgen komt het verhaal in de krant. Ongelooflijk dat dit buiten de publiciteit is gebleven. De school wilde dit per se binnenskamers houden. Dus als ik een keer iets voor jou kan doen?”

„Nou ja, eigenlijk wel. Ken je Ank nog? Ze is bezig met haar memoires. Wist je dat ze haar dochter al 10 jaar niet meer heeft gezien en dat ze een enorm alcoholprobleem heeft?”

Ook daarin is Nick geïnteresseerd. Hij belooft dat een collega die bij ‘entertainment’ werkt, contact met me opneemt.

Ik voel me enorm opportunistisch dat ik nu meer aan mijn werk dan aan Tom denk en dat ik Ank zo verraad. Aan de andere kant: slechte publiciteit is ook publiciteit.

Maar dan dringt het pas echt tot me door wat er met Tom is gebeurd. En ook dat het inderdáád mijn schuld is. Ik ben degene die tegen Tom heeft gezegd dat hij met het meisje en haar ouders moest gaan praten. En nu is hij dus dood. Hij was zo’n lieve man. Waarom geloofde ik hem niet? Waarom was ik er niet voor hem toen hij me nodig had?

Ik begin te huilen. Dan komt Frank langs. „Wat is er aan de hand?”

Met de mouw van mijn jurk probeer ik mijn tranen weg te vegen. „Niks.”

„Nou, hou dan op met dat gejank. Dat is niet erg professioneel.”

Gelukkig is het bijna vijf uur, dus ik pak mijn jas en stap op de fiets. Ik fiets linea recta naar het huis van Linda. Onderweg koop ik een bos bloemen. Dat is toch wel het minste wat ik voor haar kan doen.

Linda doet open. Ze ziet er verschrikkelijk uit.

„Wat doe jij hier?”

„Ik kom mijn excuses maken.”

Ze pakt de bos bloemen aan en smijt die in mijn gezicht. „Ga alsjeblieft weg. Ik wil je nooit meer zien. Ik wou dat jíj dood was!”

Geschokt laat ik de bloemen vallen en draai me om. Bijna blindelings rijd ik naar het huis van Mark. Als hij er maar is. Ik heb hem nu zo nodig.

Snikkend bel ik aan. Hij doet open. Huh? Hij heeft alleen een onderbroek aan. Sterker nog: hij ziet eruit alsof hij net seks heeft gehad. Maar… met wie dan?!

Dagboek van een minnares teruglezen?

Vorige week:

Twee weken geleden:

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.