Vrouw/Columns & Opinie
1304180537
Columns & Opinie

Feuilleton - De Vechtscheiding

Deel 9: ’Snel prop ik mijn slipje in mijn tas’

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (14). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje tot het noodlot toeslaat en Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar staan. Vanaf nu wekelijks hun verhaal vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Anouk.

Bas, de idioot, heeft een bod gedaan op een huis. Het gaat hem allemaal niet snel genoeg. Ik wil niet dat hij een huis gaat kopen, want ik wil niet dat hij weggaat. We hebben het fantastisch samen en met de kinderen. Waarom ziet hij dat nou niet?

Ik klik nog een keer de mail aan van onze bevriende makelaar. ,,Verhuisplannen?’' vraagt hij in die mail. Bij zijn mail zat het bod van Bas. ,,Nee hoor’’, mail ik terug. ,,We dachten aan een beleggingspandje, maar het komt niet uit. Kun jij het bod nog terugtrekken?” Ik wacht gespannen af. Er komt een smiley terug: ,,Geen punt. Jullie zijn overboden.’’

Verleiden

Ik klik een nieuwe mail aan om aan Bas te laten weten dat ik zijn bod heb teruggetrokken, maar dan bedenk ik dat je meer vliegen vangt met stroop dan met azijn. Dus ik stuur: ,,Nog even rustig over praten? Straks even thuis lunchen? Ik haal iets bij de groentejuwelier.’’

„Ok.”

Mooi. Het uur dat rest voor de lunch gebruik ik om mezelf mooi te maken. Ik ga hem gewoon opnieuw verleiden. Een lieve glimlach, een mooi glas wijn en een goed gesprek: na twintig jaar huwelijk weet ik echt wel hoe ik mijn man in bed moet krijgen. Vlak voor ik weg ga, trek ik mijn slipje uit en prop hem in mijn tas. Bas wordt wild als hij daar achter komt.

Hij heeft de tafel al gedekt als ik binnenkom. Hij neemt mijn jas aan en houdt een stoel naar achter. Precies zoals ik het graag zie. In het voorbijgaan kras ik plagerig met mijn nagels in de holte van zijn ellenboog. Ik weet dat hij dat lekker vindt. Ik buig naar hem toe en fluister in zijn oor: ,,Ik heb geen slipje aan”

Decolleté

Hij trekt een grijns en zegt: „Zo Jantje huilt, Jantje lacht.”

„Hoe bedoel je?”

„Nou, nog geen twee uur geleden stoof je woedend mijn kamer uit en nu kom je hiermee.”

„Niet goed?” vraag ik terwijl ik zijn blik probeer te vangen.

„Dat zeg ik niet. Het is alleen wat onverwachts”, mompelt hij.

„Onverwacht en ongewenst?” waag ik nog een keer. Ik buig me over tafel zodat mijn decolleté goed zichtbaar is. Bas zucht: „Waarom doe je dit?”

„Wat?”

„Waarom probeer je me te verleiden?”

’Hoezo? Vind je me niet meer verleidelijk?”

„Natuurlijk vind ik je nog steeds aantrekkelijk, Nouk. Daar gaat het niet om. Maar kunnen we het niet beter hebben over mijn bod op dat huis en waarom ik weg wil? Is een goed gesprek na deze weken niet veel belangrijker….?”

Verbouwereerd staar ik hem aan. Wat ben ik toch een sufferd. Gooi ik mezelf nu te grabbel? „Je bent nog steeds mijn man.” Ik hoop dat het nonchalant klinkt. „Ja”, beaamtt Bas „Al twintig jaar. Het waren prachtige tijden en ik heb heel veel van je gehouden...”

Geen affaire

„Maar nu niet meer?” vraag ik ademloos. Ik probeer te slikken, maar dat lukt niet. Mijn keel en slokdarm staken. Het is alsof mijn ingewanden van staal zijn: koud, hard en niet van mij. Nu pas dringt de waarheid tot me door. Bas kijkt weg, want Bas wil weg.

Hoe langer het duurt voor hij antwoordt, hoe kouder ik word „Nouk”, zegt hij dan: „Ik wil dit niet meer. Sara is niet een affaire. Ik houd van haar. Ik wil met haar door. Als je net zoveel van mij hebt gehouden als ik van jou, dan laat je me los.”

Kinderen

Ik kom weer bij zinnen. Dit is de stomste redenatie die ik ooit heb gehoord. Woedend sta ik op. Mijn stoel valt op de grond: „Ongelofelijke sukkel. Natuurlijk laat ik je niet zomaar gaan. We hebben twee kinderen. Ik heb mijn hele leven aan jou gegeven.” „Anouk, doe niet zo raar. Daar was je zelf bij!”.

„Ja! Om ze een thuis te geven dat jij nu kapot gaat maken. Vergeet dat maar. Ik zal er voor zorgen dat je niets krijgt. Ik richt je te gronde. En haar ook. Ik heb je bod weer ingetrokken.” „Alsjeblieft”, smeekt Bas: „Wees nou redelijk. Ik kan toch niet eeuwig in het tuinhuis blijven wonen?”

Erfenis

„Dat kan me niet schelen. En al het geld dat we van mijn vader hebben geleend heb ik trouwens in een keer terug betaald.” Ik doe een stap naar achteren om het goed op hem te laten inwerken. Die lening wilde mijn vader niet terug. Het was een vooruitgeschoven stukje erfenis.

Ik heb het dan ook niet terug betaald, maar ergens anders geparkeerd. Uit voorzorg. Ik weet dat Bas het als belegging wilde gebruiken. Uitdagend kijk ik hem aan: hij trekt wit weg. Dan stormt hij brullend naar buiten, ritst zijn gulp open en watert over mijn kruidentuin…

’De Vechtscheiding’ teruglezen?

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.