Nieuws/Vrouw
1310110984
Vrouw

Odette slaapt met de vijand Angstige momenten

Luttele uren na het verschijnen van mijn vorige blog, zit ik rechtop in mijn bed met het angstzweet (kan ook een opvlieger zijn geweest trouwens), op mijn voorhoofd. Mijn eigen woorden resoneren door mijn brein. “Slapen met de vijand”. Ik hoor het mezelf nog zo zeggen en mooi dat ik even de angst heb dat hij naast me ligt. Of beter: in mij zit. Ik voel een fikse bult in mijn lies.

Het is inmiddels tien uur ’s avonds en tja, daar lig je dan. Nu zijn onschuldige cystes zo’n beetje mijn trouwste, ongewenste, vrienden, maar ja, wie eenmaal met kanker te maken heeft gehad, zit niet te wachten op ontregelde klieren. In pure paniek ijsbeer ik wat rondjes door het huis. Klets tegen een ieder die de telefoon opneemt aan en gelukkig biedt een goed vriend aan om op de bank te komen slapen. De gedachte alleen al, kalmeert enigszins, maar zonder een kalmerende tablet, kom ook ik de nacht niet door.

Kankervrije dagen

Het is dat ik niet drink, want anders had ik wellicht toch naar een fles wijn gegrepen. Vanaf 6 uur ’s ochtend tel ik de minuten. Ze gaan tergend langzaam. Daar ga je dan met je mooie woorden, spreek ik mezelf ernstig toe. Zo snel had ik ze toch echt niet verwacht, de angst en de paniek. Tot op dit moment keek ik uit naar 1 februari, de datum waarop gekeken wordt wat het effect van de behandelingen voor baarmoederhalskanker is geweest. Nu is alles bruut verstoord. Dag Kankervrije Dagen, dag even helemaal niet met kanker bezig zijn (zover dat kan).

De klok slaat 8 uur en ik tik zo snel ik kan het nummer van het ziekenhuis in. De dame aan de andere kant is allerliefst, maar van mijn artsen zijn er sowieso al twee niet aanwezig vandaag. Gelukkig heb ik nog de hoop dat nummer drie, mijn allerliefste oncoloog, wellicht wel aanwezig is. Ik word verzocht haar afdeling rond 8.30uur te bellen. Het neemt allemaal wat tijd in beslag, maar uiteindelijk is daar het verlossende woord. Ik mag komen. Jippie!! Alle stress is even weg. Hoe gek dat ook mag klinken. Want eigenlijk begint nu het ‘enge’ deel pas.

Doe maar ik vertrouw jullie

Toch is dat een intrigerend fenomeen: zodra je weet dat je naar de arts kan, keert er een stukje ‘veiligheid’ terug. In de wachtruimte zit een jonge vrouw naast me. Ze trekt haar vest beurtelings aan en uit. De man tegenover haar lacht vriendelijk. “Het is de spanning, dat hoort er bij”, zegt hij. Ik lach en we keuvelen wat verder. Al snel kom ik er achter dat zij, net als ik, van de “doe-maar-ik-vertrouw-jullie” afdeling is. Veel mensen willen controle en inzicht over alles dat er te gebeuren staat. Ik niet, ik wil vooral de deskundigen in deze, hun werk laten doen. In vertrouwen. Dat geeft mij een goed gevoel. Haar ook. Ons gesprek wordt onderbroken door de glimlach van mijn oncoloog.

We begroeten elkaar met een “dit was niet de afspraak hè?!”. En nee, dat was het zeker niet. Want hoe fijn ik het ook vind om haar te zien, ik ben hier liever niet dan wel. Ik mompel nog: “Nee, ik had liever koffie met je gedronken.” En we glimlachen allebei. Na enig onderzoek laat zij mij weten dat er toch echt een behoorlijke kans is dat dit weer typisch zo’n cysteverhaal is. De plek kleurt – in tegenstelling tot de vorige avond- al snel rood en lijkt ontstoken. Ik slaak een kleine zucht van verlichting.

‘Wil je een spoedecho, zullen we een chirurg laten snijden, of heb jij een ander idee?”, vraagt ze vriendelijk. En daarom dweep ik met mijn artsen. Ze kennen me, ze zien me voor wie ik ben en geven mij het gevoel dat ik nog steeds een klein beetje “controle” heb. Nee, niet die controle waar ik het eerder over had, maar wel de controle over mijn agenda, voor zover dat natuurlijk verantwoord is.

Fashion Week

Grijnzend zeg ik dat ik me stiekem op deze dag verheugd had. Ik wilde heel erg graag naar de opening van Amsterdam Fashion Week. Allereerst om het werk van onze eigen designer Bas Koster en de helaas veel te vroeg overleden lieve vriend Percy Irausquin te zien, maar daarnaast ook echt om eindelijk weer even al mijn fijne modevrienden te omhelzen. Omdat zij geen megaspoed ziet, spreken we af dat ik voor de komende week een echo-afspraak maak. Dat doe ik.

En vandaag is het zover. Gewapend met een inmiddels redelijk rode, cysteachtige bult in mijn lies en toch nog wat lood in mijn knieën, ga ik zo naar het ziekenhuis. Ergens weet ik dat dit in alle opzichten lijkt op dat wat ik al vaker heb gehad. Maar toch. Dat verrekte rotstemmetje in mijn brein, het piept te pas en te onpas door. Ooit las ik een verhaal uit de Kabbala, waarin men God als het goede, positieve in de mens beschreef en de duivel als hetgeen altijd een negatief naar weerwoord heeft. Naast de talloze lieflijk dansende en olijk zingende engeltjes in mijn gedachten, is er nu een extra stem.

Kraakt en piept

Hij kraakt en piept aan alle kanten, lang stil blijven dat kan hij niet. Daar gaan geen goed geformuleerde behandelmethode, of papier met bloedwaarden tegenop. Ik vraag me wel eens af, of hij zich ooit zal laten temmen. Voor mij geldt, net als voor de dame die naast mij zat. Doe maar alsjeblieft. Geef mij nou maar die echo, dan kijken we wel weer verder, na die stap.

Ik zal er toch aan moeten wennen, dat dit de nieuwe vorm van leven wordt. Waarbij je elke dag weer dankbaar mag zijn, dat hoe complex of beangstigend het soms ook even lijkt, je in ieder geval de dag mag plukken. Want dat is niet iedereen gegund. En zo is het maar net.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.