Vrouw/Columns & Opinie
1450789284
Columns & Opinie

Columns & Opinie

’Drugs hebben het overgenomen van de leut’

Drieëntwintig jaar geleden lag ik in mijn kraambed tijdens carnaval. Mijn zoon werd precies op de dag dat het feestgedruis losbarstte geboren. Ik weet nog hoe ontzettend blij ik was met mijn zwangerschap maar dat de schrik mij rond mijn hart sloeg toen ik erachter kwam dat ik precies rond carnaval was uitgerekend.

Dat is zo’n beetje het slechtst getimede moment als je uit Brabant komt en van carnaval houdt. Ik lag een beetje verliefd naar mijn kindje te kijken en vroeg mij ondertussen serieus af of ik met mijn pasgeborene dan op zijn minst naar de optocht kon gaan kijken? Dat vonden mijn kraamhulp, mijn huisarts, mijn moeder en niet te vergeten de vader van mijn zoon niet zo’n goed plan.

Verbroedering

In de jaren die daarop volgden verdween dat hele carnavalsgevoel bij mij een beetje naar de achtergrond. Aan buitenstaanders die zich negatief uitlieten over ‘ons carnaval’ legde ik desondanks toch elke keer weer uit wat er nou zo leuk was aan ons ‘fijn fisje’. Dat het een gemoedelijk feest was. Dat het niet uitmaakte wie je was of wat je deed. Dat het verbroederde.

De keren dat ik aan het einde van zo’n avondje uiteindelijk iedereen kwijt was, maar toch niet het gevoel had dat ik alleen was, zijn niet op een hand te tellen. Ik liep of fietste gewoon na sluitingstijd in mijn uppie uitgedost in mijn carnavalskloffie naar huis. Ja natuurlijk werd er op zo’n avond veel gedronken. En natuurlijk werd er volop gesjanst, geflirt en werd er vreemdgegaan, maar hé: dat gebeurt op elk willekeurig feest met duizenden mensen. Echte carnavalsliefhebbers gaan puur voor de leut.

Overal beveiliging

Een paar jaar geleden verhuisden we weer terug naar het provinciaalse stadje (Etten-Leur) waar ik jaarlijks met enorm veel plezier was wezen ‘carnavallen’. Tegen de tijd dat het weer zo ver was, ging het bij ons ook weer kriebelen. Mijn vriend en ik haalden onze verkleedkist weer van zolder.

Ik haalde worstenbroodjes, frikandellen en kroketten in huis – onontbeerlijk na een zo’n avondje carnaval – en we liepen opgedoft richting het feestgedruis. Dat er bij zo’n beetje elk café minstens twee man beveiliging stond, vond ik in eerste instantie een beetje verwarrend, maar eigenlijk ergens ook wel een prettig idee.

Ladderzat

Eenmaal binnen schrok ik. Dat het zo vroeg op de avond al zo druk zou zijn, dat wist ik wel. Waar ik, naïef dat ik was, geen rekening mee had gehouden, was het feit dat iedereen al ladderzat leek te zijn. Er was geen enkele sprake van verbroedering. Er hing een beetje een kwaadaardig sfeertje. Iedereen leek, wat uitzonderingen daargelaten, op zijn of haar eigen eilandje te zitten.

In het café dat we daarna bezochten? Zelfde verhaal. Niks gezellige feeststemming. Iedereen leek een beetje glazig voor zich uit te staren. Waar je vroeger nog met Jan en Alleman een gesprekje aan kon gaan? Waar je vroeger nog gezellig een arm rond je schouder werd geslagen als teken dat er niks aan de hand was als je per ongeluk wat bier over iemand heen klotste? Het leek net alsof ik in een aflevering van The Walking Dead terecht was gekomen.

Strak van de GHB

Toen we tegen sluitingstijd naar buiten liepen wist ik niet wat ik zag. Overal politie. Overal opstootjes. Overal agressie. Er gingen twee mannen respectievelijk verkleed als clown en Teletubbie gigantisch met elkaar op de vuist en niemand greep in.

Toen ik twee agenten in paniek vroeg waarom ze niets deden, kreeg ik als antwoord dat de mannen strak stonden van de drugs en dat het, wanneer ze zouden ingrijpen, alleen maar uit de hand zou gaan lopen.

Met stomheid geslagen

Gisteren was iemand met stomheid geslagen toen ik eerlijk antwoordde dat ik als rasechte West-Brabantse niets had met carnaval. Ik mompelde iets van ‘te druk’, ‘geen tijd’ en eindigde met de opmerking dat ik het wel begreep dat mensen carnaval het feest der feesten vinden, maar dat ik er gewoon niets mee had.

Ik loog. Of nou ja, liegen? Ik jokte. Ik heb de laatste jaren niets meer met carnaval om maar één reden: het overmatige drugsmisbruik, dat het laatste decennium in deze contreien schrikbarend is toegenomen.

De GHB en de coke hebben het in West-Brabant overgenomen van de leut. Mijn inmiddels drieëntwintigjarige zoon, die ooit werd geboren tijdens het carnaval en mijn carnavals-DNA heeft geërfd, staat in de startblokken om vier dagen te gaan feesten. Gelukkig doet hij dat in Den Bosch. Maar toch. Ik houd mijn hart vast.

Over de auteur

Miriam (51) is moeder van twee volwassen kinderen (30 en 23) en woont met JP in Brabant. Ze heeft een obsessie voor bruiden, bruidsjurken en trouwprogramma’s, is dol op baby- en kattenfilmpjes èn houdt van mensen met zelfspot.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.